Opinie

Achttien miljoen aanklagers

Essay | Democratie In de culture wars bevinden links en rechts zich in een escalerend conflict, ziet . Voor dialoog is geen ruimte meer.
Foto David Benito/Getty Images

„Vijftien miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde, die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde”. Het tijdsgevoel van 1996 is perfect vertolkt in het liedje ‘Vijftien miljoen mensen’, geschreven voor een Postbank-reclamespotje en destijds uitgegroeid tot een heuse hit. Het was de tijd van het paarse kabinet en van de Derde Weg. Economische voorspoed en technologische ontwikkeling leken politieke tegenstellingen ondergeschikt te maken aan een sociaal-liberaal individualisme dat ‘iedereen in zijn waarde laat’. Nu, een kwart eeuw later, verlangen we nog steeds dat iedereen in zijn waarde wordt gelaten, maar de vrolijke noten van het liedje zijn veranderd in een scherp en onverzoenlijk ‘J’accuse’ dat uit veler kelen klinkt. Gele hesjes, populisten, social justice warriors, maar ook veel mainstream commentatoren vertolken dit nieuwe lied, in een land dat inmiddels lijkt te bestaan uit zo’n achttien miljoen aanklagers.

Aangeklaagd worden Mark Rutte, de corrupte elite, liberalen, de arrogantie van de Randstad, Big Tech, het slavernijverleden, ‘mainstream media’, milieumaatregelen of juist het gebrek daaraan, het tekortschieten van de democratie, Johan Derksen, de onvoldoende representatie van vrouwen en mensen van kleur, het falen van publieke instanties en uitvoeringsorganisaties, de gebrekkige handhaving, mannelijke zelfgenoegzaamheid, witte superioriteit, cis-mannen, de achterstelling van lhbtqi+-personen, seksuele intimidatie, de coronamaatregelen, de aanpak van Groningse aardgasbevingen, de opvang van asielzoekers, de bejegening van boeren, de woningnood, tiranniek gedrag in film- en mediawereld, en nog heel veel meer. Zelfs het kabinet wordt aangeklaagd, door PVV-leider Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer dit najaar, wegens vermeend handelen in strijd met de Grondwet.

Het gaat me hier niet om de inhoud van deze kwesties. Veel zaken uit deze opsomming zijn belangrijk – zeker. Waar het me wel om gaat is de toon, de veranderde opstelling, de perceptie van wat het betekent om iets of iemand ‘in zijn waarde te laten’. Dat lijkt haast structureel niet meer te lukken. Dit wordt geduid als falen en bovenal toegeschreven aan de onmacht of onwil van een ander, of aan diens geprivilegieerde positie. Die ander wordt niet alleen verantwoordelijk gehouden, maar ook in staat van beschuldiging gesteld: aangeklaagd. Individueel of collectief. Soms formeel, voor de rechter, zoals de staat in het geval van Srebrenica of in de Urgenda-zaak. Maar vaak ook informeel. Met name via (sociale) media kunnen mensen worden aangeklaagd, en meteen ook veroordeeld ofwel gecanceled. Het cancelen is de hedendaagse seculiere versie van de christelijke excommunicatie en van de islamitische fatwa.

Lees ook dit opiniestuk van Bas Heijne: Geef het woke-spook maar weer de schuld

Boosheid tegen de overheid

Tussen 1996 en nu verandert er veel. Internationaal is er 9/11 en in Nederland Pim Fortuyn. Het Westen kijkt met hernieuwd wantrouwen naar de islam en het populisme verwerft politieke macht. Grote partijen en daarmee hun ideologieën verdwijnen, lokale belangenbehartiging komt op. Tegelijk voltrekt zich de globalisering met haar vele gezichten, zowel bevrijdend als vervreemdend. Het neoliberalisme domineert de politiek. Kritiek, onvrede en boosheid richten zich meestal tegen de overheid – deels omdat die zulke ontwikkelingen vanuit een neoliberale overtuiging zou hebben bevorderd, deels omdat de overheid makkelijker aanspreekbaar en aanklaagbaar is dan abstracte fenomenen als markt, globalisering en technologie.

Maar de overheid is ook de kop van jut omdat ze paradoxaal genoeg tegelijk wordt gezien als instantie die waar nodig of gewenst alles kan corrigeren, bijsturen, ondersteunen en verbeteren. Of in ieder geval als instantie die verantwoordelijk is als dit alles niet, niet goed of niet snel genoeg gebeurt. We hebben John F. Kennedy’s uitspraak van zestig jaar geleden definitief omgekeerd. Met een kleine aanpassing is ons motto: „Don’t ask what you can do for the government, ask what the government can do for you.” Alles wat de overheid doet, moet erop gericht zijn ons ‘in onze waarde te laten.’ Die overheid, vinden wij, moet overal voor zorgen maar zich nergens mee bemoeien.

Dat is een opvatting die opvallend genoeg goed is te verenigen met de loop die het emancipatie-ideaal heeft genomen – het ideaal dat iedereen maatschappelijk mondig en zelfbeschikkend moet kunnen zijn. Was het een halve eeuw geleden nog bijzonder dat instituties en instanties dit ideaal bevorderden, tegenwoordig nemen we dit voor vanzelfsprekend aan. En dat is ook terecht. In een diverse en geëmancipeerde samenleving passen geen traditionele, paternalistische of discriminerende instituties. Emancipatie is de facto de maatschappelijke norm geworden. Intussen echter, neemt de emancipatie steeds meer assertieve of zelfs agressieve vormen aan. Instituties leveren naar onze smaak niet snel of niet goed genoeg, inclusief dus de politiek. ‘In onze waarde laten’ is gaan betekenen dat we verwachten snel en op maat te worden bediend, zoals DHL en Gorilla’s dat doen.

Het is ook gaan betekenen dat we verlangen te worden bejegend op de wijze die onze zelfgekozen individuele of collectieve identiteit bevestigt. En die in overeenstemming is met onze visie op maatschappelijk onrecht en sociale machtsverhoudingen. De culture wars of culturele veldslagen draaien om identiteitsclaims, met daaraan verbonden vocabulaire-eisen. Denk aan de slaven die slaafgemaakten gaan heten, aan blank en zwart die transformeren tot wit respectievelijk persoon van kleur, en de neutrale of meervoudsvormen gebezigd voor personen wier gender onbestemd is.

Gevoeligheid

Zulke veranderingen van terminologie zijn op zichzelf niet vreemd of nieuw. De verbetenheid waarmee die wordt nagestreefd is dat wel. In de ‘woke’ wereld valt het niet mee om je steeds correct, actueel en respectvol uit te drukken. De minste afwijking of schijnbare nalatigheid kan tot verontwaardiging, vermaning of canceling leiden.

Een fraai voorbeeld van subtiele omgang met deze gevoeligheden vinden we in een interview in NRC van 24 juni met twee onderzoekers van de Radboud Universiteit. Zij bogen zich over de oorzaak van de stijgende vraag naar transgenderzorg. De loutere vraag of er meer transzorg nodig of mogelijk is, vervult de onderzoekers al van „onbehagen”. Waarom de vraag naar transzorg nog harder stijgt dan de capaciteit ervoor, kunnen ze niet zeggen – „We weten heel weinig van hoe genderidentiteit zich ontwikkelt.” De kwestie is vooral heel complex. De onderzoekers stellen hardop de vraag of antwoorden wel „in de medische zorg liggen”, maar noemen tegelijk de zorgvraag „heel duidelijk” en willen beslist niet zeggen dat een deel van de mensen op de wachtlijst van genderpoli’s daar niet zou horen. Zeker de helft van de jongeren die zich aanmeldt, heeft „forse andere problematiek. Problemen thuis, autisme, trauma.” Deze heikele feiten benaderen de onderzoekers uiterst behoedzaam: het kan van alles wat zijn, en we moeten het genderprobleem hiermee niet ontkennen maar in de context zien. Identiteitsontwikkeling, besluiten ze, is een proces van tientallen jaren en „uiteindelijk vind je de waarheid niet”.

Heel zorgvuldig uitgedrukt en ook overtuigend, maar je voelt dat de onderzoekers hier op eieren lopen. Dat is niet toevallig: transpersonen zijn tot een cause célèbre geworden in de culturele veldslagen. Ieder woord dat je erover zegt, wordt op een goudschaaltje gewogen. De culture wars woeden sowieso het hevigst rondom kwesties van seks, seksualiteit en gender – met ras of etniciteit als goede tweede. Kwesties dus waar latente sociale conflicten manifest en urgent werden door ze met identiteit te associëren. Identiteitspolitiek en woke-activisme vormen uitdrukking van de steeds grotere gevoeligheid voor identiteit en hoe men deze ervaart als kwestie van taal en macht. Transpersonen vormen daarin wellicht de meest gevoelige seismograaf.

‘In onze waarde laten’ is gaan betekenen dat we verwachten snel en op maat te worden bediend, zoals DHL en Gorilla’s dat doen

Of je mensen ‘in hun waarde laat’ in je spreken, schrijven, doceren, beleid maken, wordt steeds minder een kwestie van inhoud en steeds meer een vraag naar je ‘privileges’ – of in Joris Luyendijks termen: ‘vinkjes’. Meer privileges betekent minder spreekrecht. Je behoort dan respectvol naar anderen te luisteren.

Opmerkelijk, of eigenlijk wrang en ironisch, is dat precies dezelfde tendensen en mechanismen zich afspelen ter politieke rechterzijde. Ook daar voelt men zich miskend en onbegrepen. Ook daar claimt men een eigen vocabulaire, een eigen identiteit en een eigen recht van spreken. Ook daar heeft men het gevoel te strijden tegen een meerderheid die op allerlei zichtbare en onzichtbare manieren bepaalt hoe het leven eruit moet zien, met name ook waar het gaat om seksualiteit en etniciteit. Denk aan de populistische omvorming van de Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de opkomst van een veelheid aan populistische en radicaal-rechtse bewegingen in Europa.

Minder discussie, meer aanklachten

Links en rechts in de culturele veldslagen verachten elkaar, maar ze zijn elkaars spiegelbeeld in hun weigering om het vocabulaire van de ander te accepteren. Daardoor ontstaat een spiraal waarin er steeds minder inhoudelijk wordt gediscussieerd en steeds meer aanklachten jegens andersdenkenden worden ingediend, bij formele of informele fora. De ander moet berouw tonen en excuses aanbieden, en de misstanden moeten direct worden rechtgezet.

Rechtgezet door wie? Bijna iedereen vindt: door de overheid. Zowel rechts als links heeft in dit opzicht, bijna noodzakelijk, torenhoge verwachtingen van wat de overheid kan en moet doen. Met dit verschil dat rechts zich hierbij een autoritair gezag voorstelt, bijvoorbeeld een herkozen president Trump. En links een democratische overheid, zij het dat die dan wel verplicht woke moet zijn. En dus misschien toch autoritair. In lijn hiermee schetst de Vlaamse psycholoog Mattias Desmet in zijn recente boek De psychologie van het totalitarisme een tendens naar een totalitaire overheid, door een combinatie van onbestemde angst, technocratische controle en de roep om een sterke overheid. Juist doordat er zoveel onder controle is, wordt angst of ontzag voor wat ongecontroleerd lijkt – corona, racisme, fluïde seksualiteit – alleen maar groter en de roep om een ‘nieuwe meester’ dus harder.

Ook ik heb, in mijn boek Nu even niet! uit 2011, betoogd dat we op zoek zijn naar nieuw gezag. Echter niet uit onbestemde angst of totalitaire controledrang, maar omdat we als gevolg van de geslaagde emancipatie zelf het gezag zijn geworden. Overheid en regering zijn niet meer een ander, die misschien een hoger inzicht heeft. Er is geen wezenlijk verschil meer tussen het inzicht van de overheid en dat van onszelf. Dat is enerzijds het succes van de emancipatie – de overheid is niet meer een ‘meneer’ – maar anderzijds een beangstigende gedachte. Al is het maar omdat we bij problemen of falen eigenlijk alleen onszelf de schuld kunnen geven.

Lees ook: Vormen woke-activisten een bedreiging voor de rechtsstaat?

Het eigen gelijk

De populist denkt, net als de pleitbezorger van burgerfora, dat het toch beter zal gaan wanneer niet meer de ‘elite’, maar een vertegenwoordiging van het gewone volk het voor het zeggen krijgt. De culture wars zijn in wezen een strijd over wie namens dat gewone volk mag spreken. Beide kampen in deze strijd zijn zo geëmancipeerd dat ze uitstekend voor zichzelf kunnen spreken en zich door de ander niets laten zeggen. Maar ironisch genoeg bevinden ze zich juist daardoor in een escalerend conflict, waarin de dialoog steeds vaker het veld moet ruimen voor de aanklacht.

Dragend onderdeel van de cultuur van de aanklacht is echter de politisering van ieder kader waarbinnen conflictbeslechting zou kunnen plaatsvinden. Ieder kader dat de ander zou kunnen accepteren is om die reden zelf al verdacht; het is een vorm van ‘framing’ die de klacht onvermijdelijk onrecht doet. Dat geldt uiteindelijk zelfs voor het kader van rechtsstaat en Grondwet, die alleen nog gewaardeerd en erkend worden wanneer men er het eigen gelijk mee kan halen. Kijk naar de rechterlijke benoemingen in de Verenigde Staten, of in Nederland naar het enthousiasme waarmee de rechterlijke uitspraak in de Urgenda-zaak is begroet.

Dat is een gevaarlijke situatie. In de culture wars vormt de aanklacht de nieuwe politieke valuta, die echter nauwelijks nog ergens kan worden ingewisseld. Zij wordt daarmee tot doel op zichzelf. Zo leven we in een land van achttien miljoen publieke aanklagers, die alle eisen in hun waarde te worden gelaten. Maar enig gezag dat dit zou kunnen doen, accepteren we niet meer.

Correctie (30 november 2022): in een eerdere versie stond hier dat John F. Kennedy’s uitspraak omgekeerd is in het motto: „Don’t ask what you can do for the government, ask what the government can do for you.” De omkering gaat gepaard met een kleine aanpassing, want Kennedy zei: „ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country”.