Toetanchamon: een ketter als vader, een zus als moeder

Geschiedenis Precies honderd jaar geleden werd het graf van Toetanchamon geopend. De farao was de vrucht van een incestueuze relatie.

De spanning was te snijden. George Edward Stanhope Molyneux Herbert, de vijfde Earl van Carnarvon, hield het niet meer uit. Zou hij opnieuw teleurgesteld worden? Na een paar minuten kon hij zijn mond niet langer houden. „Zie je iets?” vroeg hij aan de man die met een kaars in zijn hand door een gat in een muur tuurde. „Het is prachtig”, kwam het antwoord.

Met deze korte zin werd de grootste archeologische ontdekking aller tijden aangekondigd. We schrijven 26 november 1922, deze zaterdag exact honderd jaar geleden. Plaats van handeling: de Vallei der Koningen bij Luxor, in Egypte. De man met de kaars was de archeoloog Howard Carter. Hij keek de graftombe in van Toetanchamon, een farao die in 1323 voor Christus was gestorven.

De kaars was er niet alleen om licht in de duisternis te brengen, maar ook om gevaarlijke gassen te detecteren. Die waren er niet, concludeerde Carter, dus had hij zijn hoofd naar binnen gestoken. „Eerst zag ik niks, de hete lucht die uit de kamer ontsnapte deed de vlam flikkeren, maar toen mijn ogen aan het licht gewend raakten, doken langzaam details van de kamer op uit de mist, vreemde dieren, standbeelden, en goud – overal de schittering van goud.”

Na zeven jaar graven hadden Carter en zijn geldschieter Lord Carnarvon gevonden wat ze zochten: het graf van een Egyptische farao, intact en niet leeg geroofd. De bewoner van de tombe was op dat moment alleen bekend van een paar inscripties. Daar kwam nu verandering in. Toetanchamon zou de bekendste heerser worden uit de drieduizendjarige faronische geschiedenis van Egypte.

 

circa 1341 v.chr.

Achetaton

Het was een revolutie geweest, een breuk met het verleden zoals ze in het conservatieve Egypte nog nooit hadden meegemaakt. In het vierde jaar van zijn regering had farao Amenhotep IV, een telg uit de Achttiende Dynastie, het complete Egyptische pantheon bij het oud vuil gezet. Amon, Osiris, Isis, Horus en de vele andere goden moesten plaatsmaken voor één god: Aton, de zonneschijf. Polytheïsme werd monotheïsme.

De farao had zijn naam veranderd. Amenhotep (Amon is tevreden) werd Achnaton (Krachtig voor de Aton). Hij liet ook een nieuwe hoofdstad bouwen, Achetaton. Die lag honderden kilometers ten noorden van Thebe (tegenwoordig Luxor), de oude koningsstad waar de priesterkaste van oppergod Amon oppermachtig was geweest.

In Achetaton werd rond 1341 voor Christus een koningszoon geboren die luisterde naar de naam Toetanchaton (Levend evenbeeld van Aton; Toetanchamon werd hij pas later). Dna-onderzoek – het eerste in 2010 en het meest recente uit 2020 – heeft uitgewezen dat Achnaton zijn biologische vader was. Diens lichaam lag in een tombe in de Vallei der Koningen die we kennen als KV 55.

De replica van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen, gebouwd naast het vroegere hoofdkwartier van Howard Carter. Foto Amir Makar/AFP

Over de identiteit van Toetanchatons moeder bestaat onduidelijkheid. Haar lichaam lag in KV 35 en staat bekend als de ‘Jonge Dame’. Dat was in ieder geval niet Nefertiti, de belangrijkste gemalin van Achnaton, van wie een prachtige buste te bezichtigen is in het Ägyptisches Museum in Berlijn. Zij kreeg alleen dochters.

Uit de analyse van haar dna bleek dat de ‘Jonge Dame’ zeer nauw verwant was aan Achnaton. Ze was waarschijnlijk een (half)zuster van de farao, maar sommige Egyptologen houden de optie open dat ze Meritaton was, de oudere halfzus van Toetanchaton. In dat geval heeft vader Achnaton een kind verwekt bij zijn dochter. Hoe het ook zij: Toetanchaton was de vrucht van een incestueuze relatie – overigens niets ongewoons binnen Egyptische koninklijke families.

Het laat zich raden dat aldus verwekte nakomelingen niet allemaal even gezond waren. Onderzoek aan het skelet in de graftombe die Howard Carter in 1922 ontdekte, laat zien dat de bewoner leed aan een gespleten gehemelte (schisis), een linkerklompvoet, een rechterplatvoet met oligodactylie (minder dan vijf tenen) en kyfoscoliose (abnormale kromming van de wervelkolom). Daarnaast zou Toetanchamon een overbeet hebben gehad en mogelijk ook epilepsie. Geen wonder dat er in zijn graf meer dan 130 wandelstokken zijn aangetroffen.

 

1922

Vallei der Koningen

Howard Carter werd in 1874 geboren in Londen. Hij kon goed tekenen en kreeg al jong zijn eerste betaalde opdrachten. Nadat hij een aantal oude objecten uit Egypte had nagetekend, reisde hij op 17-jarige leeftijd naar het land van de farao’s, om er bodemvondsten en gebouwen te vereeuwigen.

Carter vond hier zijn roeping en in de jaren die volgden ontwikkelde hij zijn talent als kunstenaar én archeoloog. Hij werkte onder meer in Thebe/Luxor en de nabijgelegen Vallei der Koningen. De jonge Engelsman bulkte van het talent, maar had nauwelijks scholing genoten. Wellicht was hij daarom zo gevoelig als hij meende respectloos bejegend te worden. In 1905 had hij een aanvaring met een groep onbeschofte Franse toeristen, waarbij klappen vielen. Toen hij het bevel kreeg zijn excuses aan te bieden, weigerde hij en nam ontslag.

Achteraf bleek dit drama een zegen, want het zorgde ervoor dat hij in 1908 in contact kwam met Lord Carnarvon, een steenrijke Engelsman met een passie voor het oude Egypte. Carnarvon had permissie om op een aantal plaatsen langs de Nijl opgravingen te doen, maar zijn methoden waren niet erg wetenschappelijk. Wat dat betreft paste hij prima in de lange rij van westerlingen die sinds de ontdekking van de Steen van Rosetta in 1799 in Egypte op schattenjacht waren gegaan.

Carter pakte de zaken serieuzer aan dan zijn nieuwe baas en deed in de loop der jaren een aantal aardige vondsten, maar niks spectaculairs. Het duo verwachtte dat de hoofdprijs – een intact graf van een farao – te vinden zou zijn in de Vallei der Koningen, maar daar was de graafconcessie aanvankelijk in handen van de Amerikaanse zakenman Theodore M. Davies. Die had er tussen 1902 en 1914 dertig tombes blootgelegd. Davies was alleen geïnteresseerd in de spulletjes die hij vond; de archeologische context vernietigde hij in de haast om bij zijn doel te komen.

Carter (tweede van rechts) met team. Foto ANP

In 1914 was hij uitgekeken op de vallei. Die was leeggehaald, meende hij. Hij verkocht zijn concessie aan Lord Carnarvon. Daarmee maakte hij een kolossale fout, want hij was gestopt met graven op enkele meters afstand van wat de beroemdste tombe van allemaal zou worden.

Carter ging in 1915 aan de slag en in daaropvolgende graafseizoenen (november-april) vond hij hoegenaamd niks. Uit een paar inscripties wist hij dat zich ergens in de kale rotsen of onder het zand het graf moest bevinden van de zo goed als onbekende farao Toetanchamon. Hij zocht er onvermoeibaar naar, maar zijn volharding werd niet beloond. In 1922 wilde de teleurgestelde Carnarvon het voor gezien houden. Carter smeekte hem: laat me nog één seizoen zoeken; ik betaal zelf de kosten. Dat was de lord zijn eer te na, en dus besloot hij Carter en zijn assistenten een laatste kans te geven.

Op 1 november ging deze finale opgraving van start – en al drie dagen later was het raak. Hoessein Abd el-Rassoel, de waterjongen van Carters team, vond op 4 november onder het puin een traptrede in de grond, op nog geen vier meter van de ingang van het tombe van Ramses VI. Een dag later was er een trap van twaalf treden blootgelegd. Die daalde af naar een muur met daarop officiële zegels.

Carter was in alle staten. „Het ontwerp was duidelijk van de Achttiende Dynastie. Was dit de tombe van een edelman begraven met koninklijke goedkeuring? Of was het écht de tombe van de koning naar wie ik al zo veel jaren gezocht had?”

Carnarvon was in Engeland en Carter wilde het graf niet binnengaan zonder hem. Hij gooide de trapgang dicht en stuurde een telegram naar zijn gulle geldschieter. „Heb eindelijk een prachtige ontdekking gedaan in de vallei. Een magnifieke tombe met intacte zegels. Alles weer afgedekt tot uw aankomst. Gefeliciteerd.”

 

circa 1323 v.Chr.

Vallei der Koningen

Farao Achnaton, aanbidder en enige priester van de goddelijke zonneschijf Aton, overleed rond 1333 voor Christus. Hij had de laatste jaren van zijn heerschappij samen geregeerd met een farao Neferneferuaton en werd opgevolgd door farao Smenchkare. Egyptologen gaan ervan uit dat hulpfarao Neferneferuaton Nefertiti was. Over de identiteit van Smenchkare is minder bekend. Het zou de man van een zus van Toetanchamon kunnen zijn geweest, maar ook wéér Nefertiti. Zij zou dan de transformatie van vrouw naar mannelijke farao hebben volmaakt – zoals eerder in de Achttiende Dynastie Hatsjepsoet al had gedaan – en daarbij een nieuwe naam hebben aangenomen.

Smenchkare verdween vrij rap van het toneel, waarna het de beurt was aan de negenjarige Toetanchaton. Die was, zeker in de eerste jaren van zijn heerschappij, een marionet van paleisfunctionarissen en generaals. Er waaide vanaf dit moment een heel andere wind door Egypte, zoals duidelijk werd aan het feit dat de jonge farao zijn naam veranderde in Toetanchamon. De god Aton van zijn ketterse vader werd in de ban gedaan; Amon en alle traditionele andere goden waren terug van weggeweest.

Later zouden alle verwijzingen naar Achnaton, zijn religie en zijn huis letterlijk uit de geschiedenis worden gewist – weggebikt van gebouwen en stèles. Deze damnatio memoriae leidde ertoe dat al snel niemand meer wist waar deze vervloekte familie precies begraven lag – ook niet toen de farao’s van de Twintigste Dynastie besloten de Vallei der Koningen leeg te halen omdat ze het goud nodig hadden. Een geluk voor Toetanchamon én Howard Carter.

De Grafkamer van Toetanchamon.
Foto EPA
De gouden sarcofaag van Toetanchamon in het Egyptisch Museum.
Foto Amir Makar/AFP
De mummie van Toetanchamon.
Foto EPA
De grafkamer waarin de mummie van Toetanchamon lag in een gouden sarcofaag.
Foto’s Amir Makar/AFP, EPA

Toetanchamon leefde maar kort. Hij overleed in 1323 voor Christus, na een heerschappij van nog geen tien jaar. Sommige historici hebben geopperd dat hij vermoord is om de lijn van zijn vader te verdelgen. De wonden aan zijn schedel zijn echter het gevolg van onzorgvuldige behandeling tijdens de mummificatie en niet van een klap op zijn hoofd, zo is uit onderzoek gebleken. Waarschijnlijker is dat hij bezweek aan malaria, of aan een beenbreuk. Aangezien er balsemvloeistof in de beenwond zat, was die op het moment van overlijden nog open. Dat zou kunnen duiden op een fatale wondinfectie.

Voor elke farao was een graftombe het belangrijkste bouwproject van zijn heerschappij. Daar begon hij zo vroeg mogelijk mee, anders kwam zijn voorspoedige reis naar het dodenrijk van Osiris in gevaar. Omdat Toetanchamon zo jong was toen hij stierf, was zijn laatste rustplaats nog lang niet gereed. Hij kreeg daarom een grafkamer die voor iemand anders bedoeld was. Zeventig dagen na zijn dood, zoals gebruikelijk, werd hij hier te ruste gelegd.

Rovers drongen snel hierna tot twee keer toe het graf binnen, maar werden betrapt voordat ze er met een grote buit vandoor konden gaan. De bewakers van de Vallei der Koningen verzegelden de tombe opnieuw. Farao begon nu aan een ongestoorde rust van bijna 3.500 jaar. Horemheb, zijn belangrijkste generaal, volgde hem op en stichtte een nieuwe dynastie.

 

26 november 1922

Vallei der Koningen

Carters queeste was voltooid. Hij had de tombe van de jongensfarao Toetanchamon gevonden. (Het graf kreeg nummer KV 62.) Hij klom door het gat naar binnen, even later gevolgd door Carnarvon en zijn dochter Lady Evelyn Herbert. Een dag later volgde een grondiger verkenning, met een elektrische lamp. Het werd duidelijk dat de ruimte, die de Voorkamer werd genoemd, uitkwam op twee andere vertrekken. Een ervan was de Annex, gevuld met allerlei praktische gebruiksvoorwerpen. Achter de dichtgemetselde rechtermuur van de Voorkamer vermoedde Carter de daadwerkelijke grafkamer.

Hij kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende op 28 november de muur op de plek waar lang geleden de grafrovers naar binnen waren gegaan. De ruimte bleek bijna geheel gevuld met een enorme vergulde houten schrijn. Carter maakte het gat weer dicht, om de grafkamer pas drie maanden later officieel te openen.

Op die 16de februari 1923 deed de archeoloog alsof hij de ruimte voor het eerst betrad. Teamlid Arthur Mace: „[Carter] rapporteerde dat de buitenste deur van de tabernakel open was, maar dat er een tweede kleinere binnenin zat met de deur nog verzegeld en dat er nog een ruimte was aan de rechterkant. [...] Het was kwart over twee toen we de tombe ingingen en na vijven toen we naar buiten kwamen, en ik denk dat we allemaal vrij beduusd waren, te beduusd zelfs om te beseffen wat we gevonden hadden.”

Het huis waar Howard Carter verbleef tijdens de opgravingen in Graf KV 62, nabij de Vallei der Koningen in Luxor. Foto Amir Makar/AFP

Wat ze gevonden hadden, was een gesloten grafschijn – met de bewoner er dus nog in. De tweede ruimte was een Schatkamer, vol met prachtige voorwerpen. Het graf bleek bij demontage een soort Russische matroesjka-pop te zijn: in totaal werd het lichaam Toetanchamon omhuld door vier schrijnen, een sarcofaag van kwartsiet en drie vergulde grafkisten.

De rest van de tombe moest eerst volgens de nieuwste archeologische inzichten worden leeggehaald en het duurde tot eind 1925 voordat Carter de laatste grafkist kon openen. Nu was het zover: voor het eerst in ruim drie millennia zag Toetanchamon het licht. Zijn mummie was redelijk goed bewaard gebleven en keek de wereld in van onder een gouden masker van elf kilo.

Lord Carnarvon maakte deze triomf niet meer mee. Hij was in 1923 overleden als gevolg van een infectie aan een muggenbult. Engelse journalisten die geen toegang hadden tot de opgraving – Carnarvon had een exclusief contract gesloten met de The Times – en die toch kranten wilden verkopen, brachten hierop het verhaal van ‘de Vloek van de farao’ in omloop. Iedereen die betrokken was geweest bij het verstoren van Toetanchamons rust, zou een voortijdige dood sterven, zo wilde het verhaal. Dat was natuurlijk bijgelovige onzin. Van de 58 mensen die met de opening van het graf te maken hadden gehad, stierven er slechts acht binnen de twaalf jaar die volgden. Lady Herbert overleed zelfs pas in 1980.

Howard Carter leefde nog tot 1939. Hij had tien jaar nodig om alle ruim 5.000 objecten uit de tombe te verwijderen en conserveren. In tegenstelling tot archeologische vondsten uit de negentiende eeuw, bleef de inhoud van Toetanchamons graf in Egypte (minus een aantal kleinere artefacten die Carter en Carnarvon achterover drukten).

De jonge farao zal straks dé ster zijn van het nieuwe Grand Egyptian Museum, dat in 2023 wordt geopend. Toetanchamon leeft dus. Niet in het rijk van Osiris, de god van de doden en het eeuwig leven, zoals hij zelf gehoopt zal hebben. Maar wel als de bekendste farao uit de geschiedenis van Egypte. Niet slecht voor de misvormde zoon van een ketter, wiens heerschappij niets voorstelde.

De kamers van het graf van Toetanchamon

Graf KV 62 bestond uit vier ruimtes: Voorkamer (1), Annex (2), Grafkamer (3) en Schatkamer (4). De tombe bevatte ruim 5.000 objecten. De helft bevond zich in de Annex.

Voorkamer. Deze kamer was gevuld met kisten, dozen, wagens, stoelen en bedden. Er waren ongeveer 600 objecten waarvan de opvallendste de gouden troon van Toetanchamon.

In de Voorkamer: de gouden troon van Toetanchamon…

…en een wachter voor de Grafkamer.

Annex. Hier stonden ongeveer 2000 objecten, vooral praktische gebruiksvoorwerpen.

In de Annex: één van vele boten in het graf. Deze is van albast…

…en een Senet-spel, een soort Backgammon.

Grafkamer. Vanuit de voorkamer kwam men in de grafkamer waar de mummie van de farao met het bekende dodenmasker zich bevond, geplaatst in vier schrijnen, een sarcofaag van kwartsiet en drie vergulde grafkisten. Er waren ongeveer 300 voorwerpen in deze kamer met prachtige wandschilderingen.

In de grafkamer: vlegel en kromstaf, de belangrijkste regalia van de farao…

…en een diadeem van het hoofd van de farao. Zijn kroon ontbrak.

Schatkamer. Naast de grafkamer was er een opening naar de schatkamer. Er lagen in deze kamer ongeveer 500 voorwerpen waarvan enkele schitterende juwelen, scepters en beelden.

In de schatkamer: de kanopenschrijn, met vazen met ingewanden…

…en een scarabee (kever) van groen glas gevormd door een meteorietinslag.

Gebruikte literatuur: Dick Harrison: Toetanchamon; Nicholas Reeves: The Complete Tutankhamun; Toby Wilkinson: Tutamkhamun’s Trumpet; Richard Bruce Parkinson: Tutankhamun: Excavating the Archive.

Beeld: Alamy/ANP/Culture Images GmbH/Universal Images Group, Getty Images, Tarek Heikal/Wikimedia