Recensie

Recensie Boeken

Overtuigend laat deze Oekraïense schrijver de gekte van oorlog zien

Oekraïense literatuur Als geen ander beschrijft Serhi Zjadan in zijn onlangs vertaalde roman Het internaat de verschrikkingen van de oorlog in de Donbas in 2015.

Een school in Nikishino, een dorp ten oosten van Donetsk, werd in de winter van 2014-2015 gebombardeerd. Foto ANP
Een school in Nikishino, een dorp ten oosten van Donetsk, werd in de winter van 2014-2015 gebombardeerd. Foto ANP

Om te kunnen lezen hoe de oorlog in Oekraïne voelt, ruikt en klinkt, ben je bij de Oekraïense schrijver Serhi Zjadan (1974) aan het juiste adres. In zijn onlangs uit het Oekraïens vertaalde roman Het internaat vliegen de denkbeeldige kogels en granaten je om de oren, rijden de Russische tanks door je achtertuin, ruik je de lijken en spettert het bloed je soms in het gezicht, zo indringend weet hij het troosteloze geweld in de Donbas te beschrijven.

Hoofdpersoon in Het internaat is de apathische Pasja, een jonge leraar Oekraïens, die zich in de eerste twee maanden van 2015 doof en blind houdt voor de oorlog in zijn land. Dat verandert als zijn dorp van de ene dag op de andere op een paar kilometer van het front komt te liggen. In de volgende 72 uur wordt hij geleidelijk aan geconfronteerd met alles wat met oorlog te maken heeft. Die bewustwording dwingt hem tot een stellingname. Bij wie hoort hij en wat vindt hij eigenlijk van de pro-Russische separatisten en hun handlangers?

Pasja woont samen met zijn vader en zuster in een huis bij een goederenstation, dat tot eind jaren negentig aan bijna alle inwoners werk verschafte. Hij waant zich gelukkig in zijn eenvoudige bestaan als ambtenaar, ook al is zijn vriendin bij hem weggelopen en praten zijn vader en zuster, die conductrice op nachttreinen is, al twee jaar niet met elkaar. Ondanks de oorlog die al een jaar in de Donbas woedt, probeert hij die schijn van tevredenheid krampachtig op te houden. Daarbij heeft hij de mazzel dat hij niet in militaire dienst hoeft, omdat zijn vingers zijn gebroken.

Dodenrit door gevechtszone

Zijn leven verandert drastisch als hij op verzoek van zijn vader zijn dertienjarige neefje Sasja gaat ophalen van het internaat in de nabijgelegen stad. De terugtrekkende Oekraïense militairen die hij tijdens die reis tegenkomt wantrouwen hem. Want de stad ligt middenin de vuurlinie en wat heb je daar als burger te zoeken?

Om die waanzin te benadrukken laat Zjadan Pasja door een verwoest en verlaten winterlandschap reizen, waarin de bebrilde, bebaarde leraar een bijna kafkaëske naïviteit tentoonspreidt die hem uit de moeilijkste situaties redt. Na een dodenrit door de gevechtszone arriveert hij bij het hoofdstation van de stad, waar de separatisten en hun Russische handlangers inmiddels de baas zijn en vluchtelingen hun toevlucht hebben gezocht.

Het internaat is in een vesting veranderd. Behalve de gymleraar en de directrice woont er nog slechts een handvol kinderen. Een van hen is Pasja’s neefje Sasja, die door het separatistische geweld om hem heen in een wereldwijze, cynische puber is veranderd. Juist hij zal zijn oom de ogen openen voor wat er in de Donbas aan de hand is. Maar dat gebeurt niet voordat ze een huiveringwekkend avontuur hebben beleefd temidden van het bloedige krijgsgeweld. Ze maken de meest idiote dingen mee, zoals het moment waarop separatistische soldaten tegen elkaar staan te schreeuwen en Pasja een streepje opgedroogd bloed onder het oor van een van hen ontdekt. Ineens beseft hij dat ze allemaal shellshocked zijn en doof: ‘ze komen net van het slagveld en proberen nu te begrijpen wat er is gebeurd, wat er nog staat te gebeuren, proberen telefoontjes te plegen.’

De gekte van de oorlog blijkt ook als Pasja onder de separatisten een van zijn oud-leerlingen herkent, die hem op een beslissend moment te hulp schiet. In zulke scènes, die soms zinderen van de poëtische beschrijvingen van het verwoeste landschap, evenaart Zjadan Curzio Malaparte, die in zijn autobiografische oorlogsroman Kaputt (1944) diezelfde absurditeit van het krijgsgebeuren tot leidraad maakt.

In Het internaat beschrijft Zjadan de eerste winter van het door Rusland aangestuurde conflict dat zich al acht jaar lang in het oostelijk deel van Oekraïne afspeelt, maar zich sinds februari over het hele land heeft uitgebreid. Die wetenschap maakt zijn roman nog aangrijpender, ook omdat je weet dat de ellende die erin wordt beschreven nog maar een fractie is van wat er sinds de Russische invasie echt in Oekraïne gebeurt. Alleen daardoor al is deze roman een hoogtepunt in Zjadans oeuvre.