Ook de moderne monumenten van Rotterdam verdienen bescherming

Post ’65-gebouwen

Bijzondere gebouwen uit de periode van na 1965 hebben zelden bescherming als monument, en worden vaak zonder pardon gesloopt voor nieuwe ontwikkelingen. De gemeente is begonnen met een inventarisatie.
De Blakeburg zal worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe woontoren, The One.
De Blakeburg zal worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe woontoren, The One. Foto Walter Herfst

‘Vind je het niet mooi? Dan moet je misschien beter kijken.” Architectuurhistoricus Wijnand Galema wijst op een gebouw dat nog geen vijftig jaar oud is maar dat er volgend jaar niet meer staat. Het heeft een opvallend ontwerp van een beroemde Rotterdamse architect, maar die wetenschap behoedt het pand niet voor de sloop. De Blakeburg aan de Blaak maakt plaats voor een nieuwe woontoren die The One gaat heten.

Galema heeft zich het lot aangetrokken van de Rotterdamse architectuur die tot de generatie Post ’65 wordt gerekend. Gebouwen die na de wederopbouw (1945-1965) zijn neergezet en daarom veelal te jong zijn om als monument te worden herkend, laat staan erkend. Daardoor zijn ze vogelvrij voor projectontwikkelaars voor wie sloop en nieuwbouw doorgaans het meeste oplevert. Zoals behalve De Blakeburg nu ook de veelbesproken Pompenburgflat (1981) overkomt. Samen met zijn collega Amanda Terpstra vraagt Galema aandacht voor „dit vaak onbeminde en onbeschermde erfgoed”.

Onbemind, dat geldt zeker voor de Blakeburg, een betonnen kolos uit 1977 van architect Jan Hoogstad. Beton heeft geen warme uitstraling, het is eerder koud en somber materiaal. „Beton geeft gebouwen iets ongenaakbaars, daar houden de meeste mensen niet van”, zegt Galema.

Toch maar beter kijken dan? „Je moet er wat moeite voor doen om ervan te gaan houden. Er zit heel veel reliëf in de gevel. Wat mij betreft is het een soort sculptuur. De Blakeburg heeft zoveel karakter dat mooi of lelijk niet relevant meer is.”

Er zijn meer gebouwen zoals de Blakeburg in Rotterdam, in dezelfde leeftijdscategorie. De Shell-toren op het Hofplein uit 1976. De torens van Europoint op het Marconiplein uit de periode 1971-1975 (nu de Lee Towers). De Coolse Poort op de hoek Coolsingel-Westblaak uit 1979; deze ‘rode kroot’ werd ook met sloop bedreigd, maar is nu onderdeel van een grotere transformatie van dit gebied ‘met behoud van de architectuur’, zo beloven ontwikkelaars en gemeente.

Gelaagde stad gezien vanaf de Pompenburgflat Foto Walter Herfst

Begin van Rotterdam-hoogbouwstad

„De betekenis van deze gebouwen is dat zij aan het begin staan van Rotterdam als hoogbouwstad”, zegt Galema. „Met de Shell-toren ging het voor het eerst flink de lucht in. Hier is de basis gelegd voor wat later is doorgetrokken en ‘Manhattan aan de Maas’ werd genoemd.”

Lees ook: Rotterdam viert de hoogte van de stad

Toch is deze beginnende hoogbouw maar één kant van de Post ’65-periode. In dezelfde jaren ontstond er ook een hang naar meer geborgenheid en gezelligheid. Rotterdammers vonden hun stad kil en saai. ’s Avonds kon je op de Coolsingel een kanon afschieten zonder iemand te raken, werd gezegd.

Er moesten meer woningen komen in het centrum, niet in grote complexen of hoge torens, maar kleinschalig, op de menselijke maat. Zo verschenen eind jaren 70 de schuine huizen aan het Haagse Veer en aan de andere kant van het spoor Heliport, oftewel het ‘kabouterdorp’. Die bijnaam geeft al aan dat deze projecten niet onomstreden waren. Dorps en kneuterig, zeiden de critici, niet passend bij het grootstedelijke karakter waar Rotterdam toch zeker in het centrum van de stad naar moest streven.

Ook aan de rand van de stad en omliggende gemeenten ontstonden wijken volgens het principe van de kleinschaligheid. Galema: „Ommoord was de laatste modernistische wijk met grote flats in de ruimte langs lange rechte wegen. De reactie zie je in de Beverwaard, Hoogvliet, Oosterflank, Zevenkamp: laagbouw op woonerven met geknikte straatjes, en in hofjes met veel groen. Dat soort wijken uit de jaren 70 en 80 zie je trouwens overal in Nederland.”

Ook deze stedenbouwkundige vernieuwingen verdienen zo nodig bescherming, vindt Galema, evenals de resultaten van de stadsvernieuwing die in dezelfde tijd in Rotterdam op gang kwam. Waarbij het er niet om gaat alles te behouden, maar wel de meest bijzondere objecten of complexen. „Erfgoed is strijd”, zegt hij. „Er is altijd urgentie om te bouwen, nu met de woningnood helemaal. Om daarvoor ruimte te maken moet er ook wel eens gesloopt worden. Als een gebouw is aangewezen als monument, is het wettelijk beschermd. Als dat niet zo is, hangt het af van willekeur, van goede wil, of van een politiek besluit. Dat moet je vóór blijven.”

Tot nu toe heeft Rotterdam weinig oog gehad voor het Post ’65-erfgoed. In andere grote steden zijn ze al verder en ook landelijk heeft het thema de aandacht, met name van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die enkele jaren geleden een verkenning heeft uitgevoerd naar de tussen 1965 en 1990 gebouwde voorraad onroerend goed. Galema vraagt zich af of Rotterdam niet wat laat is, misschien zelfs al te laat: zie Blakeburg, zie Pompenburg.

De Coolse Poort wordt mogelijk gespaard in de herontwikkeling van het gebied. Foto Walter Herfst

Inventarisatie

Rotterdam staat inderdaad nog aan het begin, bevestigt Astrid Karbaat van het Bureau Monumenten & Cultuurhistorie van de gemeente Rotterdam. Post ’65 is voor het eerst benoemd als thema in de Erfgoedagenda 2023-2027. Dit beleidsstuk wordt eerdaags door het college aan de gemeenteraad voorgelegd.

Intussen is haar bureau al begonnen met een inventarisatie van gebouwen en objecten die in aanmerking komen. Dat is een openbaar proces dat te volgen is op wakelet.com/@post65010. Rotterdammers kunnen zelf suggesties doen en objecten aandragen, aldus Karbaat: „Wij willen zoveel mogelijk in beeld hebben. Na de inventarisatie volgt de waardering en uiteindelijk een selectie van de objecten die we in stand willen houden en beschermen.”

De Zalmhaventoren is niet meer dan een monotone balk

De inventarisatie heeft tot nu toe voornamelijk gebouwen opgeleverd, maar ook objecten als het metroviaduct op Zuid en de autotunnel onder het Churchillplein. De lichtreclame van Westermeijer op het Witte Huis en het kunstwerk ‘Alles van waarde is weerloos’ op de kunstacademie staan er ook op. „Er is heel veel en we weten niet op voorhand wat we willen beschermen. Daar zijn we wel eventjes mee bezig. Uitgangspunt is wel dat het niet alleen om iconen gaat, maar ook om gebouwen uit de dagelijkse woonomgeving. De beleving van mensen willen we meenemen in de beoordeling van het erfgoed”, aldus Karbaat vorige week op een bijeenkomst over Post ’65 die Historisch Genootschap Roterodamum had georganiseerd.

Een aantal gebouwen uit de periode is overigens al monument, zoals De Doelen en de kubuswoningen. Dat laatste complex, uit 1984, is waarschijnlijk het jongste monument in de stad. Terecht, vindt architectuurhistoricus Galema. „Ook de kubuswoningen vinden veel mensen niet mooi. Maar dit soort, ik zou bijna zeggen instagramable gebouwen zijn uniek en bijzonder. Het beeld is heel sterk.”

De kunst is om voorbij de waan van de dag te kijken, zegt Galema. Architectuur is ook mode, net als muziek en kleding. „Alleen gaan gebouwen veel langer mee. Post ’65 is nog jong. De wederopbouw werd 25 jaar geleden ook niet mooi gevonden, maar dat is aardig bijgedraaid. De publieke opinie kan veranderen.”

Daarnaast is er het historische argument. Een stad is opgebouwd uit meerdere tijdvakken, die er allemaal toe doen, meent Galema. Hoe gelaagder een stad, hoe rijker en diverser, zegt hij. „Je moet niet alles willen oppoetsen naar het nu. Dan raak je de connectie met de geschiedenis kwijt.”

Zelf heeft Galema ook een favoriet Post ’65-gebouw: De Zonnetrap aan de Molenvliet in Lombardijen uit 1979. Zoals de naam al zegt: een wooncomplex met getrapte balkons waarbij elke woning een even groot terras heeft met evenveel zon. Opvallend zijn de grote bakken voor planten en struiken aan de gevel. „Dat zie je nu in bijna elk ontwerp, want we moeten vergroenen. Maar toen was dat nog ongewoon. Wat mij betreft mag De Zonnetrap morgen op de monumentenlijst.”