Nadenken kan iedereen, maar filosoferen ook?

Lees-, kijk- en luistertips van onze redacteuren bij het nieuws. Deze week: de verzakelijking van de filosofie

Foto Georgios Kefalas/EPA

‘Leuk. Ga ik later ook doen, beetje nadenken over het leven.” Zei de automobilist die me een lift had gegeven – we spreken eind jaren zeventig – toen ik vertelde dat ik filosofie studeerde. Ik zweeg deemoedig. Mijmeren over het leven? De stoom van het meedogenloze tentamen Logica II kwam nog uit mijn oren.

Het idee dat filosofie een soort levenswijsheid is of ‘hoger inzicht’ is nog altijd springlevend. Het kan filosofen een aura van diepzinnigheid geven wanneer ze aanschuiven voor commentaar op de actualiteit. Ter geruststelling dient de egalitaire verzekering dat ‘eigenlijk iedereen’ aan filosofie doet, want tenslotte denken we allemaal na over het leven.

In werkelijkheid is het vak filosofie aan de universiteit, niet alleen in de Angelsaksische wereld, steeds technischer geworden en kruipt het dicht aan tegen andere disciplines als linguïstiek, theoretische fysica of cognitiewetenschappen. Het oude, altijd al omstreden onderscheid tussen ‘strenge’ analytische filosofie, gestoeld op logica, en meer speculatieve continentale wijsbegeerte gaat inmiddels allang niet meer op.

Het vak filosofie is steeds technischer geworden

Een van de pleitbezorgers van die verzakelijking is de Britse filosoof Timothy Williamson (1955), hoogleraar in Oxford en een productieve auteur over ‘filosofie van de filosofie’. Hoe hij over het vak en bijbehorende methodes denkt is te vinden in zijn beknopte, onlangs vertaalde De filosofische methode. Wat de methodes betreft: voor een vak dat niet uitgaat van empirie maar puur vanuit het denken, is logica uiteraard onmisbaar. Maar ook het kunnen opzetten van een model of het uitvoeren van een gedachtenexperiment. Affiniteit met andere wetenschapsgebieden, met name wiskunde waar Williamson filosofie aan spiegelt, helpt ook.

Hij legt het helder uit, zonder van zijn lezers veel filosofische voorkennis te vragen. Ondanks de wat archaïsche titel is De filosofische methode zo geschikt voor iedereen die wil weten wat het vak filosofie in deze visie onderscheidt van alledaags ‘filosoferen’, speculeren of mijmeren. Ook de noten en literatuurverwijzingen zijn nuttig en verhelderend.

Bij de lurven pakken

Uiteraard is Williamsons benadering niet onomstreden, ook niet onder zijn collega’s. Voor denkers met een wat ruigere opvatting van het vak of denkers die de tijdgeest filosofisch bij de lurven willen pakken, zal zijn aanpak te beperkt zijn. Zij zullen zich vermoedelijk ook storen aan de bescheiden bijrol die hij toekent aan de geschiedenis van de filosofie. Filosofen moeten zich niet in het verleden begraven, vindt hij, maar zich bezighouden met huidige conceptuele problemen (al speelt het denken van hun voorgangers daar natuurlijk in mee).

Je kunt je ook afvragen wat de door Williamson bepleite aanpak nu eigenlijk inhoudelijk heeft opgeleverd. Veel academische filosofie is inmiddels alleen nog interessant (en te volgen) voor specialisten, terwijl in andere vakken grotere vooruitgang wordt geboekt. Tegelijk is goede filosofische inbreng in het publieke debat meer dan ooit gewenst om retoriek en demagogie te ontmaskeren of drogredeneringen te weerleggen.

Dat neemt niet weg dat deze overzichtelijke en heldere inleiding genoeg stof tot denken biedt voor wie meer wil dan vrijblijvend mijmeren – wat op zijn tijd natuurlijk ook prettig kan zijn.