Kippen hebben nog altijd geen griepprik gekregen. Een viroloog wil haast maken

Vogelgriep Nederlands pluimvee krijgt nog geen vogelgriepvaccin. Waarom niet?

Bij een pluimveebedrijf worden kippen geruimd. Tijdens de huidige uitbraak van vogelgriep zijn in Nederland al vijf miljoen kippen gedood.
Bij een pluimveebedrijf worden kippen geruimd. Tijdens de huidige uitbraak van vogelgriep zijn in Nederland al vijf miljoen kippen gedood. Foto ANP NOORDERNIEUWS

Vogelgriep staat in Nederland niet hoog genoeg op de politieke agenda. Dat constateert Thijs Kuiken, viroloog en hoogleraar aan het Rotterdamse Erasmus MC en lid van Nederlandse en Europese werkgroepen die adviseren over de aanpak van vogelgriep. „Vaccineren van het pluimvee tegen de griep is nu een prioriteit”, stelt Kuiken, „om nog meer ruimingen te voorkomen en vanwege gezondheidsrisico’s voor mensen.”

De huidige uitbraak van vogelgriep in Europa is de grootste ooit, meldde de Europese infectieziektedienst ECDC in oktober. Sinds deze epidemie begon, in oktober 2021, zijn in Europa zo’n 2.500 uitbraken geteld op pluimveebedrijven en ruim 3.500 uitbraken onder wilde vogels, van Spitsbergen tot Zuid-Portugal en Oekraïne. Zo’n 50 miljoen kippen en ander pluimvee zijn geruimd, waaronder 5 miljoen in Nederland. Vorige maand haalde de Nederlandse teller bijna de 900.000, waarvan 300.000 op één bedrijf.

Handel niet verboden

Ook de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders is voor vaccineren, zo zei voorzitter Bart-Jan Oplaat eerder dit jaar in deze krant. Maar onder voorwaarden: er moeten geen handelsbelemmeringen zijn en het vaccin moet echt goed zijn. Het moet niet alleen besmetting en ziekte, maar ook virusoverdracht voorkomen: anders kan dat zich ongemerkt verspreiden.

„Als je de Europese regels goed leest, dan zie je dat er in feite geen handelsbelemmeringen zijn”, zegt Kuiken. „Preventief vaccineren is toegestaan, ook als langetermijnstrategie. Landen mogen daar zelf toe besluiten.” Met andere woorden: er is geen wet die handel in gevaccineerd pluimvee verbiedt, benadrukt hij. „Alleen: iedereen dénkt dat dat wel zo is. En daarom willen boeren er niet aan.”

Het ministerie van LNV is zich hiervan bewust, reageert de woordvoerder, en Europa werkt hard aan een oplossing. In een conceptverordening voor 2023 „staat inderdaad dat handel in vlees van gevaccineerde dieren is toegestaan, mits kan worden aangetoond dat dieren vrij zijn van infectie. Daarvoor worden nu monitoringsregels opgesteld.”

In Nederland is nu alleen een vaccin geregistreerd dat is gebaseerd op een laagpathogene stam

De praktijk is echter weerbarstig, ziet ook het ministerie: „De EU-regels staan vaccinatie dus niet in de weg, maar stellen wel extra voorwaarden aan de handel. En die kunnen voor marktpartijen kosten met zich meebrengen. In de praktijk kunnen bedrijven in de EU of elders wel producten van gevaccineerde dieren weigeren. Dat staat ze vrij.”

Alvast vaccineren met bestaande vaccins is geen goed idee, stelt Mart de Jong, hoogleraar kwantitatieve veterinaire epidemiologie aan Wageningen University & Research, die zelf onderzoek doet aan vogelgriepvaccins. In Nederland is nu alleen een vaccin geregistreerd dat is gebaseerd op een zogeheten laagpathogene stam uit 1986, zo vertelt hij. „Dat werkt niet goed tegen de huidige hoogpathogene vogelgriep.”

Lees ook: Vogelgriep waart altijd rond. Waarom houden virologen nu dan hun hart vast?

Waarom werken farmaceuten dan niet volop aan betere vaccins? De Jong ziet een kip-eiprobleem. „Europese landen willen onderling alleen handelen in niet-gevaccineerd pluimvee”, zegt hij, „omdat je gevaccineerde dieren moeilijk kunt onderscheiden van zieke dieren.” Aangezien er daarom geen internationale markt is voor gevaccineerde dieren, willen pluimveehouders hun dieren niet vaccineren – en staan farmaceutische bedrijven niet te springen om te investeren in betere vaccins.

In ieder geval zouden fabrikanten hun vaccins voortdurend moeten aanpassen aan de heersende vogelgriepvariant, net zoals nu gebeurt bij humane griepvaccins. Maar er speelt nog iets, benadrukt De Jong. „In het lab werken veel van de huidige vaccins goed, maar in het veld valt hun effectiviteit tegen”, zegt hij. „Dat geldt vooral voor de traditionele vaccins, die bestaan uit een geïnactiveerd virus. We zien daarbij in het veld veel lagere hoeveelheden antistoffen. De vraag is of dat ook zo is bij nieuwere typen vaccins. Dat zijn we nu aan het uitzoeken.”

Bredere immuunrespons

Als de hoeveelheid antistoffen te laag is, beschermt een vaccin niet goed tegen virusoverdracht. Gevaccineerde dieren kunnen het virus dan nog wel aan elkaar doorgeven. „Dan verlies je de grip op de verspreiding”, zegt De Jong. „En dan kunnen mensen ongemerkt worden blootgesteld aan het virus.”

Experts hopen dat dit anders is bij de nieuwste generatie vaccins. Die zitten complexer in elkaar – net als bijvoorbeeld de coronavaccins – en zorgen voor een bredere en langdurigere immuunrespons. De Jong: „Maar of, en zo ja hoe dat helpt om vogels bij lage hoeveelheden antistoffen te beschermen tegen virusoverdracht, is nog niet duidelijk.”

Eind 2021 maakte het ministerie geld vrij voor onderzoek naar betere vaccins. Dat gebeurt nu in Wageningen. „We onderzoeken onder meer hoe je met nieuwere typen vaccins de immuniteit beter kunt stimuleren en wél in de praktijk transmissie kunt voorkomen.”

In ieder geval maken nieuwere vaccins wel onderscheid mogelijk tussen zieke en gevaccineerde dieren. Deze vaccins bestaan niet meer uit een compleet, geïnactiveerd virus, maar zijn gebaseerd op een specifiek oppervlakte-eiwit van het betreffende virus: een hemagglutinine-eiwit in het geval van het vogelgriepvirus, en het spike-eiwit bij het coronavirus. Het immuunsysteem zal dus alleen daartegen antistoffen maken; dat kun je in een bloedtest zien.

Stille circulatie

Hoogleraar Thijs Kuiken maant intussen tot grotere spoed. „In een noodsituatie moet je noodmaatregelen treffen”, vindt hij, „en in dit geval dus zo snel mogelijk vaccineren. Dat had wat mij betreft ook meteen na 2003 al gemogen.” Toen ontstond in de Nederlandse pluimveehouderij een uitbraak van een hoogpathogene variant. Ruim 30 miljoen vogels werden geruimd en een veearts overleed aan het virus.

Het argument dat de bestaande vaccins onvoldoende beschermen tegen overdracht van het virus, vindt Kuiken niet zwaar genoeg wegen. „Zo’n vaccin beperkt in elk geval de hoeveelheid virus die in omloop is”, stelt hij, „en daarmee ook het risico op verdere uitbraken én op gevaarlijke mutaties van het virus. En we weten uit de literatuur dat ‘stille circulatie’ nu ook al voorkomt. Ik denk dat je die alleen maar beter beperkt door wél te vaccineren.”

Hoe meer virus er circuleert, hoe groter de kans op gevaarlijke varianten

Het ministerie van LNV is voorzichtiger. „Je kunt niet op voorhand zeggen dat een vaccin de hoeveelheid circulerend virus verlaagt”, zegt de woordvoerder. „Voor we in de praktijk gaan vaccineren, met mogelijk onvoorziene gevolgen, moet dat eerst worden uitgezocht. Dat gebeurt nu in Wageningen. Die informatie hebben we ook nodig om goed onderbouwd een monitoringprogramma te kunnen opzetten.”

De huidige manier van monitoring is volgens Mart de Jong een reden om niet alvast te vaccineren met suboptimale vaccins: „Nu is ziekte van het pluimvee de indicator dat er een besmetting is op een bedrijf. Als er na vaccinatie geen ziekte is, maar wel virusoverdracht, dan kan er dus uiteindelijk meer verspreiding zijn.”

Dat probleem omzeil je door de monitoring aan te passen, reageert Kuiken: door te screenen op antistoffen tegen het complete virus. „We moeten dus meer investeren in monitoring en bioveiligheid op bedrijven”, stelt hij. „En we moeten natuurlijk kritisch kijken naar die extreem hoge pluimveedichtheden in ons land.”

Risico’s voor de mens

Hij noemt nog een ander argument om op al deze vlakken sneller te handelen: risico’s voor de menselijke gezondheid. De virusvariant die nu rondgaat in Europa, heeft al mensen besmet: één in Engeland, één in de Verenigde Staten en twee in Spanje. In Azië overlijden jaarlijks mensen aan de variant die daar rondgaat.

En hoe meer virus er circuleert, hoe groter de kans dat door mutaties een variant ontstaat die gemakkelijk van mens op mens overspringt, of ‘mengt’ met het humane seizoensgriepvirus, en zo een pandemie kan veroorzaken. „Dat hebben we in het verleden gezien”, benadrukt Kuiken. „De Aziatische Griep van 1957 en de Hongkonggriep van 1968 zijn allebei gelinkt aan vogelgriepvirussen.” Beide pandemieën eisten 1 tot 4 miljoen levens.

„Toch behandelt de Nederlandse overheid vogelgriep nu niet als een zoönose”, zegt Kuiken, „dus als een ziekte die ook mensen kan treffen. Er is nu een dierziekte-expertgroep die het ministerie hierover adviseert. Maar de andere expertgroep, de expertgroep zoönosen, is niet betrokken. Daarin zitten naast dierenartsen en biologen ook artsen. Dus die groep maakt andere afwegingen.”

Waarom roept de overheid niet ook die andere expertgroep erbij? „Ik noem dat cognitieve dissonantie”, antwoordt Kuiken stellig. „Het is makkelijker om die menselijke kant te negeren.”