Recensie

Recensie Theater

In Merijn Scholtens ‘Team Solo’ zijn de typetjes kippenvel-opwekkend griezelig

Solovoorstelling Cabaretier Merijn Scholten staat op het podium met zijn eerste solovoorstelling. In ‘Team Solo’ zoekt hij naar de balans tussen een persoonlijke en een persiflerende Scholten, die hij een aantal keer prachtig weet te vinden.

Merijn Scholten in zijn eerste solovoorstelling ‘Team Solo’.

Merijn Scholten in zijn eerste solovoorstelling ‘Team Solo’.

Foto Vincent van Woerkom

Cabaretier Merijn Scholten werd in de lockdowns een Instagram-fenomeen met korte filmpjes waarin hij karakters imiteert en uitvergroot. Levensecht wil hij ze laten lijken, zei hij donderdag in deze krant. „Je moet het idee hebben dat je met zo’n figuur een gesprek zou kunnen voeren.” Zijn online succes moet hem de impuls hebben gegeven om een eerste solovoorstelling te maken: Team Solo. Solo, want, daarvoor was Scholten ook al bekend, maar minder onder zijn eigen naam; hij was een van de twee Partizanen, het succesvolle cabaretduo van Merijn Scholten en Thomas Gast, dat met absurdistische, maar dikwijls herkenbare sketches vol vergelijkbare personae. Scholten schreef grote delen van de voorstellingen van de Partizanen, dus, zei hij in het interview: „dan kun je het ook alleen”.

Zichzelf filmend met een selfiestick komt hij het podium op, zogenaamd verrast écht publiek aan te treffen. „Een soort livestream 3.0!” Team Solo begint met een mooie overgang van zijn Instagram-succes naar zaal vol publiek. Daarna volgen uitvergrote karakterpersiflages met heerlijke stemmen en accenten zoals we die van hem gewend zijn: een citymarketeer van Kaboel (in de wereld van de citymarketing beroemd om zijn slogan ‘lekker kaboel de boel’), een overwerkte zorgmedewerker die flitsbezorger werd, een geërgerde Nederlandse campingrecreant in Normandië in 1944, een man met een aan het fetisjistische grenzende passie voor drijvende horeca c.q. pannenkoekenboten, om er maar een paar te noemen.

De hamvraag is natuurlijk: werkt Merijn Scholten zonder Thomas Gast?

Het is plausibel dat de duo-sketches van De Partizanen hun grenzen en optimum hadden bereikt, zoals Scholten in het interview zei. Vernieuwing zal moeilijk zijn geweest, al hadden wij ons waarschijnlijk nog prima vermaakt met een paar shows van ongeveer hetzelfde. Het is plots saillant dat de laatste voorstelling van De Partizanen (Het leven an sich uit 2018, geschreven door Merijn Scholten) een sketch had waarin Thomas Gast in de toekomst terugkijkt op een succesvolle solocarrière, terwijl we van Merijn Scholten nooit meer iets zouden hebben gehoord. Het blijkt ineens een omgedraaide profetie, misschien zelfs wel een gespiegelde wens.

Nieuwe hybride vorm

Twee mensen op een podium heeft een voordeel: je voelt je als kijker gauw betrokken, alsof je onderdeel bent van een gesprek. Bij een avond lang solistische typetjes ligt het gevaar van afstand, losse elementen en herhaling gevoelsmatig sneller op de loer. Dat gevaar omzeilt Scholten in Team Solo nog niet helemaal, maar je voelt wel dat hij een nieuwe hybride vorm aan het ontdekken is. Eentje waarin de ‘echte’ Scholten en de ‘karakters’ van Scholten op elkaar reageren. Bijvoorbeeld waar hij vertelt dat zijn vriendin zich afvraagt van wie je houdt als iemand de hele tijd in typetjes vervalt, waarop hij als antwoord (natuurlijk) in een typetje vervalt: een kruiperige Duitser die de ‘Fraulein’ smeekt om ‘Etwas zu essen’ omdat zijn ‘Mund trocken’ is van drie dagen ‘nur laufen’; kippenvel-opwekkend griezelig.

Ook de radio-uitzendingen waarin Scholten zogenaamd geïnterviewd wordt over zijn leven zijn een slimme brug om ín een sketch toch persoonlijk te worden. Al merk je op die momenten dat Team Solo eigenlijk nog niet helemaal losgeweekt is van Thomas Gast. De radiostem (Scholten zelf op band) had immers evengoed een tegenspeler kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor een persoonlijk gesprek met god, die, erg grappig én geloofwaardig, een plat pratende Brabander blijkt te zijn. Even écht hybride-vierdewanddoorbrekend wordt het als Scholten ín een karakter in gesprek gaat met mensen op de eerste rij, maar dat duurt helaas maar een paar minuten.

Een aantal keer lijkt een karakter daadwerkelijk een moralistische boodschap te hebben. Op een pathetische hoog zingende stem: „Ik voel me zo kwetsbaar” antwoordt een lage: „Ga naar buiten, waag de sprong!” Een euvel is alleen dat een boodschap via een typetje al snel vluchtig voelt. Het is namelijk nooit helemaal duidelijk of Scholten de spot drijft met zijn karakters, of dat hij ze daadwerkelijk meent; waarschijnlijk een combinatie, wat een eventuele boodschap semi-ironisch maakt. Maar de uitvergroting van karakters heeft wel een ander nasmeulend effect: je gaat trekjes van Scholtens karakters herkennen in ‘echte’ mensen in het publiek. Willekeurige gesprekken om je heen (over „aandelen” en „rentenieren” en „Joh dan zet je er een stichtingsbestuurtje op” en „…dikke vette nieuwe auto!”) klinken ineens alsof Merijn Scholten overal is.

Lees ook het interview met Merijn Scholten: ‘Je innerlijke hufter toelaten is heerlijk’ Theater Bekijk een overzicht van onze recensies over theater