Gouden Romeinse nepkeizer Sponsianus blijkt toch écht

Geschiedenis Een gouden munt met daarop de Romeinse keizer Sponsianus is geen vervalsing, zoals lang gedacht, en bewijst dat hij barbaren buiten de provincie Dacië hield.

Een gouden munt met daarop het profiel van keizer Sponsianus.
Een gouden munt met daarop het profiel van keizer Sponsianus. Foto The Hunterian, University of Glasgow

Het Romeinse rijk heeft er een keizer bij, en zijn naam is Sponsianus. Hij regeerde ongeveer van 260 tot 270 in de provincie Dacië (het huidige Roemenië). Dat stellen Britse wetenschappers na onderzoek aan een gouden munt met daarop Sponsianus’ naam en gezicht. Lang werd aangenomen dat die munt een vervalsing was, maar uit analyse van de samenstelling van het metaal, de gebruikssporen en de aangekoekte aarde concluderen de onderzoekers dat hij écht is.

De naam van Sponsianus is alleen bekend van een verzameling munten die in 1713 is gevonden in Transsylvanië. In de achttiende eeuw was die streek onderdeel van het Habsburgse Rijk, maar medio derde eeuw heersten hier de Romeinen over hun provincie Dacia. Dit was een bijzonder onrustige periode, die de geschiedenis is ingegaan als de ‘Crisis van de derde eeuw’. Keizers, tegenkeizers en binnenvallende barbaren vochten om de macht. Soms waren er meerdere keizers tegelijk, op verschillende plekken in het rijk.

Vervalser

Omdat er in geschreven bronnen nergens sprake is van een keizer Sponsianus, gingen kenners ervan uit dat de munt met zijn afbeelding een vervalsing was. Het kleinood is in de loop van de tijd van de keizerlijke verzameling in Wenen verhuisd naar de collectie van de universiteit van Glasgow. Daar hebben wetenschappers van die universiteit en University College London de munt – en drie andere munten uit dezelfde vondst uit 1713 – onderzocht met een reguliere microscoop en een elektronenmicroscoop, en met behulp van infrarood en uv-licht. Hun bevindingen publiceerden ze woensdag in het tijdschrift PLOS ONE.

Dat tot nu toe werd aangenomen dat de munt een vervalsing was, is niet vreemd. Het namaken van Romeinse munten begon al in de zestiende eeuw en werd snel professioneler toen bleek dat er een markt voor bestond. Vervalsers gebruikten allerlei trucs om hun creaties ouder te laten lijken.

De munt van Sponsianus is niet geslagen, zoals met reguliere Romeinse munten het geval was, maar gegoten. Dat is te verklaren, schrijven de onderzoekers, omdat Dacië in de jaren 260 de facto was afgesneden van Rome, waar de officiële munt gevestigd was. Betaalmiddelen moesten dus ter plekke worden vervaardigd met de techniek die voorhanden was.

De munt is verder ongewoon omdat bij het hoofd van de keizer zijn naam in de genitief staat: IMP SPONSIANI (van de keizer Sponsianus). En op de achterkant is een muntontwerp gekopieerd uit de tijd van de Romeinse Republiek – dus van vóór het begin van onze jaartelling. De maker van de munt dacht daar C AVG in te lezen: CAESAR AVGVSTVS (een gebruikelijke toevoeging voor een keizer), maar het ging hier om de naam Caius Augurinus, een muntmeester uit de Republiek.

Onervaren ambachtsman

Een vervalser die werkt voor de verzamelaarsmarkt, zou zo’n fout niet maken, concludeerden de onderzoekers. Verder was de slijtage van de munt een product van jarenlang gebruik en niet van een bewuste behandeling. De aangekoekte aarde duidde op een langdurig verblijf onder de grond. De samenstelling van het goud, met een relatief hoog percentage zilver, komt overeen met ander goud waarvan bekend is dat het uit Dacië komt.

De auteurs stellen daarom dat de munt écht is en hypothetiseren dat Sponsianus een in Dacië tot keizer uitgeroepen legeraanvoerder was, op een moment dat die provincie was afgesneden van de rest van het rijk. Hij moest de barbaren daar buiten de deur houden. Om zijn troepen te betalen, liet hij door een onervaren ambachtsman munten maken van plaatselijk goud. Toen Rome medio jaren 270 Dacia definitief opgaf, kwam aan Sponsianus’ heerschappij een eind.