Dolly de bandbus is inmiddels lid van de familie

De Bandbus Dagenlang onderweg op vaak onmogelijke uren; de bandbus is het privéterrein van muzikanten. Fotograaf Michiel Bles en journalist bekijken de biotoop van bands on the road. Vandaag: Pip en Dolly.

Als Dolly iets mankeert, beïnvloedt dat de hele band. Dat heeft zangeres Pip Blom wel geleerd tijdens de hittegolf van afgelopen zomer. De airco van de witte Ford Transit uit 2008 is stuk. Het is doodvermoeiend: bezweet aankomen of urenlang rijden met het gesuis van open ramen, terwijl je wilt slapen na een avond spelen. Voor de winter en de nacht liggen dekens achterin. Toch doet het niets af aan de liefde waarmee Pip over Dolly spreekt.

Dolly – vernoemd naar de duif uit Pluk van de Petteflet en naar Dolly Parton – is een bandlid. Zelfs een gezinslid. Want Pip Blom is een familieband. Toen Pip negentien was, begon het muzikantenbestaan serieus te worden, maar bij huurbedrijven kon ze geen busje krijgen. Dus kocht moeder Leonieke Dolly. Nog altijd betaalt de band per tour een klein bedrag aan haar. Vader Erwin rijdt vaak. Broer Tender (gitaar) zit meestal voorin naast het raam – hij heeft het altijd warm, Pip zit links achterin waar ze goed kan slapen.

Foto Michiel Bles

Vergeefse reparaties

Op de voorruit bij de bestuurder zit een sticker van een rotonde die je kunt omdraaien. Handig, zo weet je ook hoe je een rotonde linksom neemt. Dolly bracht hen al ruim zestig keer naar Engeland. Weinig Nederlandse bandjes doen dat Pip Blom na.

Eén keer liet Dolly hen in de steek. In Schotland, in de winter, stond ze stil op de snelweg. Vergeefse reparaties, gecancelde optredens in Edinburgh en Glasgow. Ze waren onverzekerd. De politie kwam. Niemand hielp behalve die ene jongen bij het tankstation wiens zus hen naar een hotel bracht. Pas in Nederland werd Dolly hersteld. Het kostte duizenden euro’s.

Foto’s Michiel Bles
Foto’s Michiel Bles

Sowieso is het financieel altijd puzzelen. De hulp van pa en ma, bekenden in de muziekwereld, scheelt geld. Maar steeds vaker hebben ze een andere chauffeur. Leuk, maar wel prijzig. Pip Blom: „Ik wil niet dat de chauffeur andere taken heeft, die moet fit blijven als wij gaar zijn. Dat betekent dat we geen eigen geluidsman hebben, daar bezuinigen we op.”

Regels zijn er niet. Er is wel eens iemand dronken die dan „slap lult”; dat kan vervelend zijn als Pip net de nieuwe roman van Sally Rooney wil lezen, maar doorgaans gedraagt iedereen zich.

Per tour mag iedereen honderd nummers aanleveren, die worden gehusseld zonder algoritme

De muziek echter, is streng gereguleerd. Per tour mag iedereen honderd nummers aanleveren, die worden gehusseld zonder algoritme. Je mag nooit een nummer overslaan, maar iedereen heeft één wildcard per dag om een liedje in te starten. Daarmee tikken de kilometers snel weg, behalve natuurlijk als alle muziek uit het raam vliegt omdat Dolly’s airco nog altijd stuk is.

Foto’s Michiel Bles

Weinig verraadt dat Dolly een bandbus is. Geen beschildering, alleen wat duct tape om losse onderdelen op hun plek houden. „Zo lijkt ze net een busje van een klusbedrijf.” Dat is expres. Dan vermoedt niemand dat alle instrumenten en apparatuur achterin liggen. Want als de rest van de band in een hotel slaapt, staat Dolly volgeladen buiten in Parijs, Londen of Tiel, strategisch met haar kont tegen een muur geparkeerd.

Op het dashboard liggen knuffels, gekocht bij Britse tankstations. Ze hebben eigen verjaardagen. Als Pinguïn, Olifant of Flamingo jarig is, mag de band een extra biertje. Pip en drummer Gini Cameron timen dat altijd zorgvuldig: drie kwartier voor aankomst, dan hoef je niet extra te stoppen om te plassen.

Foto Michiel Bles