Opinie

De oorlog in Oekraïne begon al in 1992

Michel Krielaars

Ademloos luisterde het duizendkoppige publiek tijdens de afgelopen Nexus-conferentie naar de wijze mannen en vrouwen, die naar Amsterdam waren gekomen om over de oorlog in Oekraïne te discussiëren. Ofschoon er soms werd gelachen ging het er niet echt vrolijk aan toe. Het sprankje optimisme dat ik aan het begin van die dag nog koesterde verdampte dan ook snel. Zeker toen de Britse filosoof Ray Monk zei dat we de dierlijke aard van de mensheid niet moesten onderschatten en de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai over de rol van het Kwaad begon.

Een uur eerder had de Amerikaanse ex-CIA-agent Mary Beth Long het publiek verteld dat Vladimir Poetin in zijn jaren als KGB’agent helemaal geen spion was geweest, maar zich vooral met politiek had beziggehouden. Ineens besefte ik dat het heel goed mogelijk was dat de Russische invasie in Oekraïne allang in de pijplijn zat, gezien Poetins archaïsche imperialistische opvattingen. Mijn vermoeden werd enigszins afgezwakt door de Portugese politicoloog Bruno Maçães, die in Poetins recente toespraken geen enkel consistent argument had aangetroffen. In een half jaar tijd had de NAVO-uitbreiding, die door Poetin als voornaamste argument was aangevoerd om de oorlog te beginnen plaatsgemaakt voor de westerse satanisten, tegen wie Rusland zich moest verdedigen als het wilde blijven voortbestaan.

Op dat moment miste ik de stem van de Oekraïense schrijfster Oksana Zaboezjko. In haar deze week verschenen essaybundel Mijn langste boektournee geselt ze de westerse blindheid voor Ruslands destructieve Oekraïnepolitiek, die uit begin jaren negentig zou dateren. Toen is Rusland volgens haar al begonnen met de ondermijning van de Oekraïense samenleving door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten met behulp van media van Kremlin-vriendelijke oligarchen. Hoogstens moest een kritiek moment worden afgewacht waarop Russische ‘vredestroepen’ over de grens konden worden gestuurd om een marionettenregering in Kiev te installeren. Dat moment brak in 2014 aan en Zaboezjko meent dat Poetin toen had gehoopt de decennia eerder begonnen ondergrondse oorlog met een bovengrondse overwinning te kunnen beëindigen.

Zaboezjko baseert zich voor haar beweringen op een KGB-handboek uit de jaren zestig, dat dankzij een overgelopen KGB’er in westerse handen is gekomen. Ook de jonge Poetin moet dat boek voor het destabiliseren van buurlanden hebben bestudeerd. Terugblikkend op de afgelopen dertig jaar zou Zaboezjko dan ook heel goed gelijk kunnen hebben, want het scenario uit dat boek is tot in de details uitgevoerd. Alleen heeft in het Westen niemand het gezien, omdat daar tot 2014 slechts een enkeling zich voor Oekraïne interesseerde.

Zaboezjko is nog overtuigender als ze schrijft dat de KGB in 1991 bewust afkoerste op het einde van de Sovjet-Unie om daarmee de communistische partij te kunnen uitschakelen, haar enige concurrent als het om de absolute macht ging. Het was daarbij echter niet de bedoeling dat de Sovjet-Unie uiteenviel. De geheime dienst had in 1992 dan ook geen oog voor het onafhankelijkheidsstreven van de Oekraïeners, dat door de huidige oorlog alleen maar is versterkt. Dankzij Zaboezjko komt die waarheid ineens naar boven. Helaas is die veel grimmiger dan menigeen in het Westen had gedacht.