Recensie

Recensie Boeken

Zo ging dat in De Zwart: ‘Besloten. Mooi. Nog een biertje, iedereen?’

Amsterdams schrijverscafé Café de Zwart aan het Spui in Amsterdam bestaat 100 jaar. Het werd een echt schrijverscafé – waar ook politiek werd bedreven, lezen we in een net verschenen jubileumboek.

Zomers terras voor Café de Zwart, 1984.
Zomers terras voor Café de Zwart, 1984. Foto Stadsarchief Amsterdam

Echt schrijven in het café deden de stamgasten nooit, integendeel. Evenmin is er een literaire beweging ontstaan. Toch heet Café de Zwart aan het Spui een schrijverscafé ofwel literair café, waar „de klanten dus niet alleen dorst hebben, maar ook Honger naar het Hogere, de Literatuur”.

Het café, met het befaamde uitzicht over het Spui naar de Athenaeum Boekhandel, het Maagdenhuis en de Lutherse Kerk, bestaat dit jaar honderd jaar en dat moet gevierd worden, onder meer met het boek Honderd jaar Café de Zwart. Bijdragen van stamgasten. Bovenstaand citaat is van de hand van voormalig uitgever Vic van de Reijt die met ‘Tabé, literair café!’ een reconstructie geeft van het hoe en waarom van De Zwart als schrijverscafé.

In de jaren zestig en zeventig was het vooral een staminee voor marxisten, oud-communisten, Amsterdamse PvdA-mandarijnen en andere gemeenteambtenaren, wereldverbeteraars en journalisten, zoals Van de Reijt vaststelt. Er kwamen vanouds veel studenten Neerlandistiek, want op de route van het Instituut voor Neerlandistiek aan de Herengracht naar de Athenaeum Boekhandel ligt het café. Daar kon je een krant lezen, de barkeepers waren en zijn uitstekend en vrouwelijke klandizie voelde zich meer dan thuis.

Halverwege en eind jaren tachtig werd het café ontdekt door schrijvers, onder wie A.F.Th. van der Heijden, Jean-Paul Franssens, Jean Pierre Rawie, Gerrit Komrij, Cees Nooteboom, Connie Palmen, Allard Schröder, Johannes van Dam, Menno Wigman, Hafid Bouazza, André Klukhuhn, Arie Storm en Joost Zwagerman. Querido-redacteur Anthony Mertens hield er kantoor, wat voor Van de Reijt, uitgever bij Nijgh & Van Ditmar, betekende dat het café „werkterrein” was geworden, dus daar sprak hij af met auteurs: „De almaar oplopende drankrekeningen declareerde ik voortaan bij mijn boekhouder, die ze inboekte als ‘overuren in het literair café’.”

Grote innemers onder de stamgasten

De Zwart kent grote innemers en gerespecteerde drinkers onder zijn stamgasten. Opvallend genoeg is van het drinken in het jubileumboek nauwelijks of geen sprake. Je krijgt er geen grote dorst van naar het altijd voortreffelijk getapte „herenpils”, zoals Van der Heijden het bier betitelt in zijn stamcafé ofwel „Gods eigen knijp aan het Spui”.

Op de plek van het huidige café, dat grenst aan de Heisteeg met ertegenover het geheel anders getoonzette café Hoppe, was ooit een bakkerij. In 1917 werd het een tapperij-slijterij totdat in 1921 Willem Jacobus de Zwart eigenaar wordt. Zoon Dirk en kleinzoon Onno zetten de gelegenheid voort; nu zwaaien Jeroen van Huffel en zijn zus Mireille er de scepter.

Lees ook: Dat hele kleine steegje waar alles gebeurt

Het boek, samengesteld door Bart Kraamer van uitgeverij Koppernik en filosoof Klukhuhn, bevat geen verantwoording voor de keuze van de auteurs, behalve dan het woord „stamgasten” uit de ondertitel. Jazzmusicus Loek Dikker componeerde een heuse blues voor De Zwart, waarvan de partituur in het boek is opgenomen. De Heisteeg speelt een belangrijke rol in het boekenweekgeschenk Jas van belofte (2019) van Jan Siebelink. Enkele bijdragen werden elders eerder gepubliceerd, waaronder het prachtige bibliotheekverhaal ‘Ik heb alleen maar boeken’ van Nooteboom dat in 2007 verscheen in de Neue Zürcher Zeitung, en ‘Vilt voor de muizen’ van Van der Heijden dat in 1996 uitkwam in Nooit op zondag, ook een jubileumboek van het café toen dat 75 jaar bestond. Die titel van destijds was geïnspireerd door het gegeven – of eerder: de wet van De Zwart – dat de gelegenheid op zondag was gesloten; dat is inmiddels veranderd.

Afgezien van de bijdrage van literatuurwetenschapper Liesje Schreuders is de uitgave een mannenboek, dat, ook weer opvallend, veel poëtische mijmeringen bevat, onder meer van Schröder over een jongeman die de cursus volgt ‘vrouwen aanspreken in een café’, en dichter Rawie die met heimwee terugblikt op vroeger en constateert dat het „stil om mij heen” wordt. Hans Olink reflecteert op Weense koffiehuizen waar gasten als Karl Kraus, Joseph Roth en Elias Canetti wel schrijfdomicilie kozen. Filmer Henk Raaff kiest het café zelf tot uitgangspunt waar „luidruchtige mastodonten als Frits Müller [jazzmuzikant en cartoonist van NRC Handelsblad] en Jean-Paul Franssens zorgden voor levendige conversatie”.

Vertrouwd beeld van de gemiddelde clientèle, gezien vanuit de Heisteeg, 2019. Foto Rob van Dullemen

Van milde spot voorzien is de bijdrage van Arie Storm, getiteld ‘Het literaire wereldje’, met een fijne observatie als deze: „De bezoekers van dit café waren altijd raar gekleed. Misschien was het Amsterdams. Je had er wel bij die een pak aan hadden, maar dan had het meteen iets kolderieks, of ze naar de kermis gingen of moesten optreden in een opera.”

‘PvdA-hotemetoten’ rechts in de hoek

Stamgast Paul Damen, hoofdredacteur van het tijdschrift De Republikein, heeft heel wat De Zwart-jaren achter zich, zoals blijkt uit zijn tekst met de woordspelige titel ‘Zwartkijkers’. Het waren „PvdA-hotemetoten, onder wie Walter Etty van Financiën en Michael van der Vlis van Ruimtelijke ordening, die in de meest rechtse hoek bij het raam gemeentelijke knopen doorhakten”. Deze observatie is goud waard en zegt van alles over het reilen en zeilen van de toenmalige politiek.

Na de sloop van de Haarlemmerhouttuinen ten gunste van een binnenstadse snelweg stuitte Van der Vlis op het enorme kantoorgebouw in neo-renaissancestijl de Droogbak. Hoe gingen ze dat oplossen? Zo dus: „Er werd ter plekke in De Zwart besloten dat die weg dan maar om het obstakel heen moest. Hebben we geld voor die bocht, heren? Dat was er. Dan kon de Droogbak blijven staan. Mooi. Nog een biertje, iedereen?” Moest er niet overlegd worden, vroegen enkele ambtenaren voorzichtig: „Nee hoor. De zaak was in kannen en kruiken, en die kruik moest vooral hier in De Zwart snel geleegd worden.”

Is De Zwart nog wel het befaamde schrijverscafé van weleer? Niet echt. Helaas zijn enkele klanten, onder wie Jean-Paul Franssens, Joost Zwagerman, Menno Wigman en Hafid Bouazza overleden; Van der Heijden kan, zoals Van de Reijt schrijft, na het noodlottige verkeersongeval van zijn zoon Tonio „de confrontatie met het caféleven niet langer aan”. De jongste generatie schrijvers verkiest eerder hippe hotellounges dan een bruin café. Desalniettemin: dit boek en de nog altijd volmaakt hoffelijke bediening in De Zwart bewijzen dat er gerust een nieuw jubileum in het verschiet ligt.

Honderd jaar Café de Zwart. Bijdragen van stamgasten. Uitg. Koppernik, 160 blz. Prijs € 15,-. Verkrijgbaar bij o.a. boekhandel Athenaeum aan het Spui, tevens te bestellen via elke boekhandel.

●●●●

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.