Opinie

Strafbaarstelling ecocide moet meer zijn dan symboliek

Milieu Opsporing van milieucriminaliteit stuit op veel obstakels, weet . Zonder betere handhaving is de strafbaarstelling ervan een dode letter.
De gevolgen van een olielek aan de Galicische kust twintig jaar geleden.
De gevolgen van een olielek aan de Galicische kust twintig jaar geleden. Foto Christophe Simon / AFP

Ecocide is de vernietiging van een ecosysteem. Het vormt etymologisch een samenstelling tussen het Griekse oikos (huis) en het Latijnse caedere (vernietigen). Tegen de achtergrond van de recente klimaattop, COP27, tonen de Belgen zich de milieustrafrechtelijke pioniers van Europa. In het nieuwe strafwetboek van België komt een bepaling waarin ecocide strafbaar wordt gesteld. Het veroorzaken van een groot olielek, waardoor omringende flora en fauna wordt aangetast, valt mogelijk binnen het bereik van zo’n wetsartikel en kan tien tot twintig jaar cel betekenen. Hoe deze Belgische wet er precies uit komt te zien, is nog onduidelijk.

Hetzelfde geldt voor de handhaving van een dergelijke wet. Milieucriminaliteit laat zich namelijk notoir lastig opsporen. Voor Nederland ligt er nu een belangrijke kans om ernstige milieuschade beter te gaan handhaven. Het Nederlandse Wetboek van Strafvordering wordt namelijk gemoderniseerd en treedt naar verwachting in 2026 in werking. Het Wetboek van Strafvordering vormt de sleutel tot handhaving van strafbare gedragingen.

Een reden voor de invoering van een nieuw Wetboek van Strafvordering is dat criminaliteit steeds vaker grensoverschrijdend is. Dit type criminaliteit is vaak strafbaar gesteld in zogenaamde bijzondere wetgeving: andere wetten dan in het Wetboek van Strafrecht. Ook het Nederlandse milieustrafrecht treft men met name aan in bijzondere wetgeving. De strafrechtelijke handhaving van bijzondere wetten is volgens de wetgever een veel grotere rol gaan spelen.

Juridische verbeelding

Maar: het woord ‘milieu’ komt in de memorie van toelichting van het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering welgeteld tweemaal voor. De wetgever laat hier een belangrijke kans liggen, gelet op het feit dat ernstige en grootschalige milieuschade een van de grootste uitdagingen van deze tijd betreft. En uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de opsporing van milieucriminaliteit op veel knelpunten stuit.

Het milieu is een onzichtbaar slachtoffer van criminaliteit. Milieuschade ontstijgt dikwijls de juridische verbeelding. Roodborstjes en iepen doen geen aangifte en ook mensen weten vaak niet dat zij slachtoffer zijn van milieucriminaliteit, omdat de schadelijke effecten zich pas na jaren kunnen manifesteren. Er bestaat hierdoor weinig bestuurlijke aandacht of commitment voor milieuzaken.

Lees ook: De fossiele industrie hoort ook in het beklaagdenbankje

Milieuschade wordt in de milieuethiek omschreven als een time lagging phenomenon, als schade die wordt uitgesmeerd over de tijd. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van luchtvervuiling.

Daarnaast speelt milieucriminaliteit zich, anders dan bij veel andere vormen van criminaliteit, zoals drugshandel, doorgaans af binnen een regulier erkend bedrijfsproces. Hierdoor ontbreekt een ‘criminele uitstraling’. Klassiek speurwerk met het blote oog volstaat dus niet. Kostbare, tijdsintensieve en specialistische opsporingstrajecten zijn nodig. De politieke wil om dit op te brengen ontbreekt. De schaarse beschikbare capaciteit wordt besteed aan problematiek die meer zichtbaar en voelbaar is.

Modernisering

Zolang het milieu het onderschoven kindje is van het Nederlandse strafrecht blijft de effectiviteit van de opsporing onvoldoende. Er ligt een opdracht voor de wetgever om het handhavingsinstrumentarium up to speed te krijgen met de huidige wetenschappelijke inzichten over de opsporing van milieucriminaliteit. De modernisering van het Wetboek van Strafvordering biedt een logische en noodzakelijke aanleiding daartoe. Zo zou de wetgever ervoor kunnen kiezen om onderzoek te laten uitvoeren naar innovatieve opsporingstechnieken, die aansluiten bij de modus operandi van daders van milieucriminaliteit. Handhavende instanties kunnen hun informatiepositie verbeteren door duidelijke juridische regels voor het delen van informatie.

Tenslotte: laat de wetgever de strafvorderlijke aandacht meer op het milieu richten. Zo ontstaat meer bestuurlijke commitment voor de handhaving van milieucriminaliteit. We kunnen ons laten inspireren door onze zuiderburen. Zonder een adequaat functionerend handhavingsapparaat zal de eventuele strafbaarstelling van ecocide een dode letter zijn.