Analyse

Rechter geeft defensie harde tik op de vingers na aanval op Chora

Rechtszaak nabestaanden aanval Een Nederlandse aanval op een woongebouw was onrechtmatig, oordeelt de Haagse rechtbank. Nederland had zich er vooraf beter van moeten vergewissen dat het gebouw daadwerkelijk een vijandelijk doelwit was.

Nederlandse militairen in de Chora-vallei in de Afghaanse provincie Uruzgan in 2010.
Nederlandse militairen in de Chora-vallei in de Afghaanse provincie Uruzgan in 2010. Foto Deshakalyan Chowdury/AFP

Rustig verliep de nacht van 16 op 17 juni 2007 in de vallei van Chora geenszins. Honderden Afghaanse Taliban-strijders leverden verbeten slag met eveneens honderden westerse militairen in het strategisch gelegen gebied. Alleen die nacht al vuurde een Nederlandse pantserhouwitser 32 zware granaten af, over een afstand van zo’n 30 kilometer. Nederlandse F-16’s en Apache-helikopters lieten zich evenmin onbetuigd, en bestookten wat werd gezien als vijandelijke doelen met bommen en raketten.

Toen de zon op 17 juni opkwam, bleek dat de westerse militairen erin waren geslaagd de oprukkende Taliban een halt toe te roepen. De prijs van die militaire winst werd ook duidelijk. Een wooncomplex (qala) met daarin zeker vijftien slapende mannen en vrouwen was min of meer met de grond gelijk gemaakt, door Nederlandse F-16’s.

Vier nabestaanden spanden anderhalf jaar geleden een rechtszaak aan tegen de Staat der Nederlanden, nadat defensie geweigerd had met hen tot een vergelijk te komen. Woensdagochtend wonnen de nabestaanden hun zaak. De rechtbank in Den Haag oordeelde in een voor defensie hard vonnis dat de staat onrechtmatig had gehandeld met de aanval die tot de dood van minstens vijftien mensen had geleid.

Nederland had zich er beter van moeten vergewissen dat het gebouw daadwerkelijk een vijandelijk doelwit was, stelde de rechtbank. Ten onrechte gingen Nederlandse militairen uit van de aanwezigheid van vijandelijke Taliban in de qala. Tussen het moment van beschietingen uit de omgeving van het wooncomplex en de Nederlandse tegenaanval was immers 15 uur verstreken, tijd genoeg voor de beweeglijke Taliban om elders positie te kiezen. „Van enige verificatie van de veronderstelling dat qala 4131 een gevechtsopstelling zou omvatten is niet gebleken", aldus de rechtbank.

De lat ligt hoog als je een aanval wilt uitvoeren

Liesbeth Zegveld advocaat nabestaanden

De juridische betekenis van de uitspraak is volgens advocaat van de nabestaanden Liesbeth Zegveld, tevens bijzonder hoogleraar oorlogsherstel aan de Universiteit van Amsterdam, dat „de lat hoog ligt als je een aanval wilt uitvoeren”. Het inlichtingenmateriaal moet op orde zijn en zeer actueel. Ook moest de staat achteraf kunnen bewijzen dat de bewering van de burgers niet klopt als zij zeggen dat zij niets met de vijand te maken hadden. „De bewijslast werd bij de Staat gelegd en niet bij de burgers”, aldus Zegveld.

Van enige verificatie van de veronderstelling dat qala 4131 een gevechtsopstelling zou omvatten is niet gebleken

Uitspraak rechtbank Den Haag

Militair historicus Christ Klep zegt de beslissing van de rechtbank „te kunnen begrijpen”. In Chora was volgens hem sprake van een „heel vloeibaar conflict waarin de omstandigheden op het slagveld snel veranderden. In zo’n geval moet je extra goed oppassen met verouderde inlichtingen. Dat geldt eens temeer als je hele zware wapens gebruikt en die vanaf afstand inzet, zoals in Afghanistan gebeurde.”

Lees ookOM ‘kroop dichter tegen krijgsmacht aan’ Ned

Op het oog toont deze zaak overeenkomsten met een latere aanval waarbij Nederland ook veel burgerslachtoffers maakte: die op de bommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in de nacht van 2 op 3 juni 2015. Ook in die kwestie voeren nabestaanden en slachtoffers van de aanval (zeker 70 doden) momenteel een (schadevergoedings-)procedure tegen de staat. Zowel in Chora als bij Hawija bleken gebrekkige inlichtingen ten grondslag te liggen aan de aanval met bloedige consequenties. Tevens bleek op het nader onderzoek van defensie en het Openbaar Ministerie in beide gevallen het nodige aan te merken. Het Openbaar Ministerie concludeerde in 2008 over Chora dat „het geweld is aangewend binnen de grenzen van het humanitair oorlogsrecht en de geldende geweldsinstructie”.

Schadevergoeding niet vastgesteld

Zegveld is voorzichtig met de vergelijking tussen Chora en Hawija. Ze zegt dat „je in elk geval kunt zeggen dat in beide gevallen onzorgvuldig is gehandeld”. Maar ze ziet ook belangrijke verschillen. „Het ging bij de bommenfabriek om een militair doelwit en een minder dynamische situatie dan in Chora. Ook ga ik ervan uit dat het inlichtingenpakket in het geval van Hawija beter was dan in Chora.”

Wel zien advocaat Zegveld en militair historicus Klep een overeenkomst in de gebrekkige onderzoeken achteraf, zoals van het OM. Klep zegt: „Van de zorgvuldigheid van die onderzoeken wordt achteraf altijd hoog opgegeven door defensie. Maar ook die zijn heel onvolledig, zo blijkt maar weer.”

Het ministerie van defensie wilde woensdag niet inhoudelijk op het vonnis van de Haagse rechtbank reageren. „We gaan nu eerst de tekst bestuderen”, zei een woordvoerder. Na advies van de landsadvocaat besluit defensie of de staat in hoger beroep gaat.

Advocaat Zegveld, die zelf „blij en opgelucht is”, zegt donderdagochtend haar vier cliënten in Afghanistan via een tolk in te lichten. De exacte hoogte van de schadevergoeding voor de nabestaanden moet nog worden vastgesteld.