‘Noord-Nederland biedt bodem voor antioverheidsextremisme’

Onderzoek extremisme Jihadisme? Nee, antioverheidsdenken is het grote probleem in Noord-Nederland, zeggen onderzoekers.

Boeren protesteren bij het Groningse provinciehuis tegen het nieuwe stikstofbeleid.
Boeren protesteren bij het Groningse provinciehuis tegen het nieuwe stikstofbeleid. Kees van de Veen

Een molotovcocktail door de ruit van een journalist die kritisch over tegenstanders van de coronamaatregelen schreef. Asbestdumpingen op openbare plekken vanwege de komst van windmolens. Een boer op een trekker die de deur van het provinciehuis ramt tijdens de boerenprotesten. Het zijn slechts enkele van de vele extremistische incidenten in de drie noordelijke provincies van de afgelopen jaren.

En dat aantal incidenten neemt in Noord-Nederland alleen maar toe, blijkt uit de woensdag gepubliceerde Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Sinds 2018 komt jaarlijks de helft van de incidenten voort uit antioverheidsdenken. Maar de aanpak van radicalisering en extremisme is vooral gefocust op jihadisme, terwijl dat in Noord-Nederland slechts een beperkte rol speelt. Daardoor worden extremisme en radicalisering niet breed herkend en erkend, concluderen onderzoekers Léonie de Jonge, Pieter Nanninga en Fleur Valk in hun onderzoek.

Het is voor het eerst dat er in Nederland regio-specifiek naar extremisme en radicalisering onderzoek is gedaan. Allereerst categoriseerden de onderzoekers alle extremistische incidenten in Noord-Nederland tussen 2014 en 2022 die de media of rechtbank haalden. Het gaat sinds 2016 om zo’n 10 incidenten per jaar, met een uitschieter in 2021 toen de onderzoekers 15 incidenten vonden. „Het is een relatief klein fenomeen in het noorden”, zegt Nanninga. „Tegelijkertijd zien we een stijgende lijn.”

Lees ook: Vertrouwen in de overheid krijgt een nieuwe deuk

Windmolenparken

Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat traditionelere vormen van extremisme, zoals religieus, links- en rechts-extremisme slechts beperkt voorkomen in het Noorden. „We zien de afgelopen jaren steeds meer incidenten die gerelateerd zijn aan antioverheidsgevoelens in regionale dossiers”, zegt Nanninga. Vooral de komst van windmolenparken, asielzoekerscentra en het stikstofdossier leidden tot regiospecifieke problemen die minder in de Randstad voorkomen. „Daardoor zien we een breed anti-Randstedelijk sentiment dat gesteund wordt door sterke gevoelens van maatschappelijk onbehagen”, zegt Nanninga. Noord-Nederland biedt dan ook een voedingsbodem voor antioverheidsextremisme, concluderen de onderzoekers.

Maar de aanpak van extremisme en radicalisering is vooral gefocust op jihadisme, blijkt uit gesprekken die de onderzoekers voerden met 33 professionals in Noord-Nederland, van politiemedewerkers tot aan gemeenteambtenaren. Extremisme associeerden de professionals voornamelijk met Syrische uitreizigers, salafisme en asielzoekers. Van een vader met nazivlaggen thuis wordt geen melding gedaan, want „hij is wel een lieve vader”, zei een professional tegen de onderzoekers. Een meisje dat naar Syrië vertrok werd bestempeld als ‘extremist’, maar twee niet-jihadistische jongeren, die door de veiligheidsdiensten worden gevolgd, worden beschreven als „jochies die de weg kwijt zijn en te veel achter de computer hebben gezeten”.

Het geeft volgens de onderzoekers weer dat antioverheidsgevoelens en radicaal- en extreem-rechtse overtuigingen in Noord-Nederland in de afgelopen jaren in toenemende mate genormaliseerd zijn. Daardoor worden deze vormen van extremisme onder professionals meer ervaren als „eigen aan onze samenleving”, schrijven de onderzoekers. „Antioverheidsgevoelens en radicaal- en extreem-rechts gedachtegoed wordt vaak niet herkend of erkend als extremistisch”, zegt De Jonge.

Ook landelijk is de focus van extremismebestrijding vooral gericht op jihadisme, zegt Nanninga. „In het laatste dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is er aandacht voor onder meer antioverheidsextremisme, maar wordt jihadisme nog steeds als grootste bedreiging voor de veiligheid omschreven.”

Kruisbestuiving

En dat is problematisch omdat de voedingsbodem voor antioverheidsdenken niet zomaar wegebt. „Wij hebben het topje van de ijsberg onderzocht, maar de aanpak moet zich niet concentreren op het topje maar op de ijsberg”, zegt De Jonge. „Het bredere maatschappelijke ongenoegen en wantrouwen tegen de overheid zien we online veel terug in verschillende extremistische groeperingen.” En die gevoelens blijven niet hangen in afgebakende groepen. „We zien veel meer kruisbestuiving dan een paar jaar geleden, vooral online, zoals bijvoorbeeld extreem-rechts dat zich mag aansluiten bij de boerenprotesten.”

Zolang de focus van de aanpak van extremisme en radicalisering blijft liggen op jihadisme, matcht de aanpak van extremisme niet met het fenomeen, zegt De Jonge: „Kort door de bocht labelen we iemand met een baard die Arabisch spreekt sneller als extremistisch dan een boer die een provinciedeur ramt.” De onderzoekers concluderen dan ook dat zolang nieuwe vormen van extremisme niet worden herkend en erkend, de aanpak van extremisme en radicalisering zal achterblijven.