Recensie

Recensie Film

Del Toro’s Pinokkio is niet knuffelbaar

Animatie ‘Guillermo del Toro’s Pinocchio’ verplaatst Carlo Collodi’s ambigue fabel over een marionet wiens neus soms groeit als hij liegt, naar Italië tijdens de opkomst van dictator Benito Mussolini.

Pinokkio met zijn vader Gepetto, volgens Guillermo del Toro.
Pinokkio met zijn vader Gepetto, volgens Guillermo del Toro. Foto Netflix

Het is een van de films van 2022 waarnaar het meest is uitgekeken: Guillermo del Toro’s Pinocchio. Een duistere stopmotionversie van Carlo Collodi’s ambigue fabel over een marionet wiens neus soms groeit als hij liegt. De Disney-interpretatie is beroemd, maar de Mexicaanse regisseur geeft er een eigen draai aan en verplaatst het verhaal naar Italië tijdens de opkomst van dictator Mussolini. Dat doet denken aan zijn Oscarwinnende Pan’s Labyrinth (2006), dat de fascistische geschiedenis van Spanje combineerde met sprookjes-elementen.

Del Toro en mede-regisseur Mark Gustafson (Fantastic Mr. Fox) halen het beste uit stopmotion, de techniek waarbij echte poppen elk beeld een beetje worden verplaatst. Decors zijn niet gladgestreken zoals bij computeranimatie, de bewegende figuren zijn tegelijkertijd mooi en unheimlich. Del Toro’s Pinokkio is niet knuffelbaar, maar heeft spichtige ledematen en uitstekende spijkers. En er zijn prachtig gruwelijke monsters, zoals de mensverslindende walvis of de doodgravende konijnen in het regelmatig bezochte vagevuur.

De Mexicaanse regisseur had decennia nodig om financiers te overtuigen hun geld te steken in zijn animatie. Het lijkt alsof in die periode de ideeën, associaties en metaforen in het script zich opstapelden. Het originele sprookje is al episodisch: het verscheen als feuilleton in een kinderblad. Del Toro’s film gaat nog een stap verder qua plotwendingen. Zo opent de film met een lange proloog over Pinokkio’s vader Gepetto, waarin thema’s opduiken die later terugkeren, zoals het levensverwoestende effect van oorlog en de wijze waarop kerk en staat mensen dwingen zich te conformeren.

Kinderlijke slapstick

Houtbewerker Gepetto is een geprezen modelburger tot zijn zoon Carlo sterft tijdens een ongelukkig bombardement op de kerk waar ze samen aan een kruisbeeld werken tijdens WO I. De rouwende vader verliest zich in alcohol tot een bosfee de marionet tot leven wekt die hij in een dronken bui maakte: Pinokkio.

Deze ‘vervanger’ heeft in tegenstelling tot Gepetto’s eerdere zoon weinig zin om braaf te luisteren en laat zich verleiden door circusdirecteur Volpe, die hem snoep en roem belooft. Ondertussen wordt het fascisme steeds aanweziger. Dat leidt tot kinderlijke slapstick, zoals een ontmoeting met een poppenversie van Il Duce. Maar ook tot originele variaties op Collodi’s verhaal. Zo is het ‘luilekkerland’ waar Pinokkio verandert in een ezel hier een fascistisch jongerenkamp.

Soms had Del Toro scherper kunnen kiezen. De toon van zijn Pinocchio wisselt af en toe erg: zangnummers voor een veel jonger publiek vallen uit de toon bij de rest van de film. En richting het slot worden er zoveel plotwendingen doorheen gejaagd dat het verrassende, emotionele einde over de betekenis van Pinokkio’s levenskeuzes en de tijdelijkheid van het aardse bestaan net niet die snaar raakt waarop het lijkt te mikken.

Film Bekijk een overzicht van onze recensies over film