Opinie

Niemand heeft zin in uitgestelde afspraken

Marijn Kruk

Vier jaar geleden alweer is het dat de Parijse straten volliepen met gele hesjes. Het bleek de opmaat tot de heftigste straatprotesten in Frankrijk sinds mei 1968. Ze zouden meer dan een jaar duren. Directe aanleiding was een belastingverhoging op diesel, maar al snel bleek dat er veel meer achter schuilging.

De politiek, maar ook de journalistiek, reageerde uit het lood geslagen. Niemand in de Parijse ‘microkosmos’ had dit zien aankomen – ook ik zelf niet. De perceptie was dat Macron op uiterst succesvolle wijze bezig was het land te hervormen. Maar op het platteland broeide het verzet. Dat begon – zoals zo vaak – symbolisch, met het vernielen van snelheidsradars uit protest tegen de verlaging van de maximumsnelheid op provinciale wegen. In Facebookgroepen communiceerden boze burgers al maanden met elkaar – niemand in de hoofdstad die er erg in had. Tot de zaak explodeerde.

NRC-journalist Karel Smouter besloot dit in Nederland niet af te wachten en zijn oor te luisteren te leggen. Vanuit zijn standplaats Deventer doorkruiste hij vanaf mei 2019 per fiets de provincies Overijssel en Gelderland – het hart van de latere boerenprotesten. Toen die in oktober dat jaar losbarstten had Smouter al talloze uren doorgebracht op boerenerven, bij concerten van lokale bands, in zuipketen en op buurtbarbecues. In de appgroepen waar hij zich had aangemeld, zag hij de woede toenemen, als een opkomend tij.

Hij schrijft er pakkend over in zijn zojuist verschenen Blauw Wit Rood, een essay waarin hij een paar harde noten kraakt over randstedelijke arrogantie en provinciale koppigheid, en vraagtekens plaatst bij de staat van de Nederlandse democratie en haar vermogen om het klimaatprobleem aan te pakken.

De kloof tussen stad en platteland is reëel, maar tegelijk is het ook een kwestie van perspectief: zoom uit en je ziet één grote agglomeratie met de Veluwe als een uit de kluiten gegroeid stadspark. In het veel uitgestrektere Frankrijk is dat anders, maar net als eerder bij de gele hesjes is het bij de boeren evengoed ook een kwestie van je ‘gezien voelen’, en daarmee van de vraag: hoe ga je daar als overheid mee om?

Lees ook dit interview uit 2019 met Pierre Rosanvallon over de Franse kloof tussen stad en platteland: ‘Macron is totaal in de war’

Over stikstof zijn in het verleden allerlei afspraken gemaakt, en die afspraken zijn steeds uitgesteld. Daar zijn allerlei redenen voor, maar feit is: als je afspraken te lang uitstelt heeft uiteindelijk niemand meer zin. Op dat punt zijn we nu aanbeland. Toch moeten we door. Maar hoe? Op welke manier krijgen we de zaak weer vlot?

Zoals de Franse historicus Pierre Rosanvallon dat eerder deed in Le Siècle du populisme, zo bepleit ook Smouter democratische innovaties zoals burgerraden. Het lijkt een passend antwoord op de aanhoudende populistische revolte: burgers betrekken, ze serieus nemen. De veronderstelling is echter wel dat er een gedeeld geloof is in de liberale democratie.

Maar wat het populisme van de afgelopen jaren in mijn ogen óók laat zien is de mogelijkheid van een illiberaal en autoritair alternatief. Te lang hebben we ons in slaap laten sussen met sprookjes over een liberaal Einde van de Geschiedenis. Smouter heeft daar meer oog voor dan Rosanvallon: hij ziet hoe sommige boeren zich laten meeslepen door extreemrechtse politici en complotdenkende querulanten.

Zelf ben ik ben ambivalent. Democratische vernieuwing is natuurlijk mooi. Maar zouden we niet meer gebaat zijn met doortastende politici die hun verantwoordelijkheid nemen? Tijdens het begin van de coronacrisis leek Rutte zich – eindelijk – als zodanig te ontpoppen. Maar sinds het heropgelaaide boerenprotest zie ik hem steeds net doen alsof hij geen macht heeft of zeggen dat leiderschap iets is uit het fascismehandboek.

Wie macht heeft moet hem uitoefenen. Maar beleefd ‘alsjeblieft’ zeggen mag natuurlijk wél.

Marijn Kruk is historicus en journalist. Hij schrijft om de week een column over politiek en verbeelding van de klimaattijd.