Opinie

We hebben een campagne voor jongerenlof nodig

Marjoleine de Vos

Witlof wordt niet meer door jongeren gegeten, schrijft de PZC. En spruitjes ook niet. En sperziebonen. De witlofkwekers in Zeeland en West-Brabant zijn ongerust. Eentje zegt dat ze de lof niet te ver door moeten laten groeien want dat staat zo lelijk en dan smaakt de lof „extra bitter”.

Was het maar waar, verzucht deze witlofeter. Lof smaakt juist nauwelijks nog bitter, dat heeft het ooit wel gedaan, maar men heeft met succes de bitterheid eruit gekweekt om een ‘neutrale’ smaak te krijgen.

Wat is er zo heerlijk aan neutraal? Als je de lof stooft, geeft-ie onomwonden als mening te kennen dat een beetje bitter wel lekker is.

De Zeeuwse kwekers menen dat ze influencers en nieuwe kookboeken nodig hebben om witlof populair te maken, wat een beetje verbaast. Je kunt geen groentekookboek openslaan of er staat een lofsalade in, meestal met sinaasappel.

Ottolenghi houdt wel van witlof, en trouwens ook van spruitjes en sperziebonen. Hij rooster en stooft ermee, hij karamelliseert en strooit met kaas of juist granaatappelpitten – aan hem zal het niet liggen.

Maar toch bestaat er voor die zogenaamde ‘jongeren’ wel degelijk een moeilijkheid en dat is dan weer een meer algemene, leeftijdloze moeilijkheid: men heeft geanalyseerd dat ‘de consument’ een sterke voorkeur heeft voor ‘gemaksgroenten’. Dat is een ander woord voor voorgesneden. ‘De consument’ heeft een broertje dood aan al dat snijden en hakken dat met het hedendaagse groente-eten gepaard gaat, en daar kan ik de consument wel een beetje in volgen, al heb ik zelf dan ook weer geen voorkeur voor al die plastic zakjes vol doje sliertjes die een strikte neutraliteit bewaren.

Lof laat zich niet vergemakkelijken, want die wordt bruin als je hem een poosje doorgesneden laat liggen. Maar juist lof stelt de jongere c.q. de consument nu weer niet voor een onmogelijke snij-opgave. Moet je de pompoen hebben! Die is blijkbaar wel razend populair, althans je ziet ’m overal, maar, dat moet gezegd, wel voornamelijk in soepvorm of vergemakkelijkt.

Foto Carlo A

Lof is wel heel wat aantrekkelijker dan pompoen. Wie wil, kan van lof ook soep maken en die soep wordt dan níet zwaar en melig.

Maar het geeft natuurlijk geen pas om een collega-groente te gaan afkammen om de lof op te hemelen – ik ken pompoenrecepten waar ik verrukt van ben. Als je maar niet eerst die hele voetbal hoefde te klieven en te schillen. Dat pleit sterk voor de flespompoen met zijn zoveel dunnere schil, die zwicht voor een dunschiller, de oranje assepoeskoetsjes geven zich niet zo makkelijk gewonnen.

Met lof kun je dus, behalve neutrale salades die toch heerlijk zijn (met blauwe kaas, met kweepasta, met appel en citroen, met knoflook en peterselie) nog allemaal andere verrukkelijke dingen doen, waaronder zeer weinig arbeidsintensieve zoals het stoven van lof met room in de oven – als dat geen gemaksgroente is zou ik het niet weten. Net als gewoon doormidden gesneden lof in boter bakken, zacht en langdurig, in de oven of de pan, eventueel een drupje citroen erop of een takje tijm erbij en klaar. En die goede oude lof met ham en kaas, of met alleen kaas, wat kan een consument met snij-vrees daar nu op tegen hebben?

Maar goed, zeggen dat het allemaal onzin is, daar trekt men geen lofmijders mee over de streep.

Een campagne voor jongerenlof moeten we hebben, anders komen wij ouderen straks ook zonder te zitten.