Opinie

Groen valsspelen

Column

Marike Stellinga

Bedrijven die veinzen dat ze groen zaken doen, terwijl ze als vanouds blijven uitstoten. Bedrijven die zich groener voordoen dan ze zijn. Bedrijven die wel minder broeikasgas uitstoten, maar bij lange na niet genoeg om de ronkend aangekondigde doelen te halen: ‘We gaan voor nul uitstoot in 2050!’ De groene schijnvertoning móét stoppen, zei VN-chef António Guterres op de klimaattop in Egypte.

Nu meer mensen zich zorgen maken over klimaatverandering, valt er geld te verdienen met groene beloftes. Groen beleggen wordt populairder. En kijk eens om je heen, overal zie je bedrijven die in reclames zeggen ‘groen’ te zijn: duurzame kleding, duurzame energie, duurzame verpakkingen, duurzame banken en duurzame beleggingsfondsen. Leuke bijkomstigheid: er zijn consumenten die er extra voor willen betalen. Maar of deze claims ook kloppen, kunnen consumenten vaak moeilijk controleren.

Sterker nog: met regelmaat blijken de groene claims van bedrijven niet waar of niet te bewijzen. En om het nog erger te maken: bedrijven die veel beloven scoren goed bij keurmerken voor ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’, maar in de praktijk voerden deze bedrijven hun sociale en groene beloften „vaak niet of juist minder vaak uit,” concludeerden twee economen onlangs in economisch vakblad ESB, die 7.000 bedrijven onderzochten tussen 2003 en 2020.

VN-chef Guterres is niet de enige autoriteit die de strijd aangaat met ‘greenwashing’ door bedrijven. In Nederland vragen toezichthouders ACM en AFM bedrijven om hun groene claims te onderbouwen. In Europa komen er strengere regels aan. De Duitse justitie onderzoekt mogelijke greenwashing bij een grote vermogensbeheerder. En in diverse landen worden bedrijven op de vingers getikt. Zo moet de Britse bank HSBC stoppen met reclames waarin het wél vermeldt met 1.000 miljard dollar klanten te willen helpen emissievrij te worden, maar níét dat veel geld nog steeds gaat naar (fossiele) bedrijven die veel uitstoten.

Hier werden energieleveranciers Vattenfall en Greenchoice onlangs op de vingers getikt door ACM. Onder andere omdat beide bedrijven naar een duurzaamheidsranglijst verwezen waarop ze goed scoorden: de Sustainable Brand Index. Maar die meet alleen of consumenten dénken dat een merk duurzaam is, niet of ze het ook daadwerkelijk zijn. Eerder al vond ACM de duurzaamheidsclaims van H&M en Decathlon onvoldoende onderbouwd.

Om elk misverstand te voorkomen over wat groen zakendoen echt is, stelde een groep experts voor de Verenigde Naties maatstaven op wat klimaatvriendelijk zijn betekent. Maar ook als het oerwoud aan keurmerken verdwijnt, blijft groene reclame een valkuil. Het kan consumenten ten onrechte een goed gevoel geven. Zo is de allergroenste oplossing niet duurzame kleding, maar minder kleding kopen.

Wordt hier onbedoeld mankracht, denkkracht en creativiteit verspild? „Laten we al het werk dat accountants, advocaten en consultants nu doen om voor bedrijven en beleggingsfondsen groene labels te maken, aan echte vergroening besteden,” zei hoogleraar Katharina Pistor (Columbia Law School) vorig jaar in NRC. Maak bedrijven en hun aandeelhouders aansprakelijk voor de toekomstige klimaatschade die ze veroorzaken. Pas dan verandert er volgens Pistor echt wat. Verspil geen energie aan de franje, maar verander de motor van de economie. Dat bepleiten ook economen: stel harde normen voor producten zoals auto’s en belast uitstoot. Dan verandert er echt wat.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.