Opinie

Een parlement zonder gezag

Column

Maxim Februari

In Het Parool las ik over een rechtszaak tussen een realityster en een rapper die vochten om een broodrooster. Na hun liefdesbreuk had de realityster de broodrooster van de rapper meegenomen. „Ik heb hem mee naar huis genomen om daar brood te kunnen roosteren.” De rechtszaak vond ’s ochtends plaats, schreef Het Parool, maar de verslaggever van RTL Boulevard had iets na half zeven ’s avonds nog steeds voor de deur van het gerechtsgebouw gestaan.

Met dezelfde welwillende verbazing waarmee ik zo’n broodroosterzaak volg, volg ik de zaak Bergkamp-Arib. Eigenlijk heb ik er niets mee te maken, maar ’s avonds staat er nog een verslaggever op een verlaten plein, en die wil je daar toch ook niet doelloos laten staan. Zo kijk je dag in dag uit naar interne akkefietjes die in deze informatiemaatschappij royaal met de burger worden gedeeld. „Alles wordt politiek”, constateren de commentatoren. Alles wordt gedoe.

Dat geldt zeker voor het nieuws uit de Tweede Kamer, dat steeds vaker over de Tweede Kamer gaat. Parlementariër Van Meijeren (FVD) droomt vanuit het parlement over opmarcheren in de richting van het parlement: kennelijk hoopt hij de onmogelijke krachttoer te volbrengen tegelijk binnen en buiten te staan. Als volksvertegenwoordiger, door de belastingbetaler betaald om zijn kiezers in de Kamer te vertegenwoordigen, antwoordt hij op een verwijzing naar het democratische proces: „Welk democratisch proces?”

Zou deze politicus zo dapper zijn zich nou eens echt uit te spreken over een staatsgreep van binnenuit, dan zouden zijn uitlatingen onder de strafwet vallen. Nu is zijn taalgebruik zo bestudeerd dat hij de strafwet steeds net omzeilt en alles bij een politiek spelletje blijft. Je kunt erop rekenen dat D66 er dan heldhaftig vandoor wil met de broodrooster en suggereert meteen maar het hele FVD te verbieden.

Het zijn media-optredens, denk je als verbaasde burger die het nieuws volgt. Het is de Tweede Kamer die voor het oog van de camera’s Tweede Kamer speelt. Hier het democratisch gekozen Kamerlid van Forum voor Democratie dat de werking van de democratie ontkent. Daar de democraten van D66 die voor een snelle aanpassing van de wet pleiten en daarmee, volgens de rechtsgeleerden, kiezen voor een „shortcut”, een „D66-route”, die wegvoert van de zorgvuldigheid.

De democratie moet weerbaarder worden, daar zijn de rechtsgeleerden het over eens en de verstandige burger die met verbazing het nieuws volgt vindt het ook. Er wordt gedacht aan een afzonderlijke wet op de politieke partijen die de democratie weerbaarder zal moeten maken. In de tussentijd pleiten deskundigen voor betere regels in de Kamer zelf, voor reglementair optreden tegen opruiende uitlatingen in het parlement, voor ingrijpen door de Kamervoorzitter.

En hier wordt het pas echt ingewikkeld voor de burger die probeert zo goed mogelijk het nieuws te volgen, want er was toch juist iets met die Kamervoorzitter? Was niet net de ambtelijke top van de Tweede Kamer vanwege de voorzitter opgestapt? En had toen de ondernemingsraad eerst wel en toen weer niet het vertrouwen in de hele politieke top van de Tweede Kamer opgezegd? En wemelde het in de Kamer niet van de onduidelijke affaires?

Als vriendelijke burger die het nieuws probeert te volgen, snap je best het staatskundige verschil tussen de suggestie van revolutie enerzijds en parlementaire affaires anderzijds, maar toch hebben die twee dingen ontegenzeggelijk met elkaar te maken. Voor weerbaarheid van de democratie is gezag van de Kamer nodig. Je hebt een parlement nodig dat zichzelf serieus neemt en op zijn eigen betrouwbaarheid let. Dat waakzaam is.

Daartoe is het helaas niet vanzelf geneigd. „Politieke partijen zijn niet waakzaam”, luidt de conclusie als begin dit jaar de Politieke Integriteitsindex 2021 in de Volkskrant verschijnt. Partijen waken niet zelf over het parlementair gezag, ze letten niet zelf op grensoverschrijdend gedrag, corruptie of dubieuze nevenactiviteiten in hun gelederen. Het zijn steeds buitenstaanders die met bezwaar moeten komen.

En als er dan beweging in komt, is het steevast in de onernstige, verkeerde, interne gevallen, de privékwesties, de temperamentskwesties, de uit de hand gelopen relationele kwesties, de Gijs van Dijk-, Nilufer Gündogan-, Khadija Arib-kwesties, die ons niet aangaan, maar die juist daardoor het gezag van de Kamer aantasten.

Al dit gedoe is een recept voor ellende. Misschien moet een toekomstige wet straks maar gewoon alles in één klap regelen: de aanvallen van de provocateurs op de democratie afslaan, het gedrag van iedere parlementariër reguleren en voorkomen dat verslaggevers ’s avonds op het plein staan om ons dingen te vertellen die we eigenlijk niet willen weten.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.