Recensie

Recensie Boeken

Tussen een seriemoordenaar en een zeurende zuster

Een geslaagde thriller rond een serial killer met een ijspriem en een hamer staat bol van inktzwarte taferelen.

Still uit The Keepers
Still uit The Keepers Foto Netflix

Leo Boorman, rechercheur moordzaken bij de Baltimore Police Department, wordt wekelijks gebeld door zijn zuster Louise, die aan de andere kant van de Verenigde Staten woont, bij San Francisco. Het is 1964, dus Felix kan niet zien wie hem belt als de telefoon gaat. Dat zou hij graag weten; hij ergert zich mateloos aan de telefoontjes van zijn zuster. Zij moedert over hem, knort voortdurend over zijn ongezonde levenswijze. ‘Leo, weet je wat de kern van jouw probleem is? Je houdt niet van jezelf’, zegt ze.

Een opmerking die volgens Leo aantoont dat Louise in een midlifecrisis is beland: „Dat is wat er aan die kant van Amerika gebeurt en zijn zus is er al een tijdje mee bezig: spiritualiteit; zelfontplooiing; een nieuwe, betere wereld; de leegte van al het materiële; make love, not war.

De spanning tussen broer en zus, derde-generatie Nederlandse immigranten, is een van de intrigerende aspecten aan Dodelijke gelijkenis, een verdienstelijke thriller van Gauke Andriesse.

Andriesse (1959), een voormalige ontwikkelingseconoom, publiceerde eerder zeven andere misdaadromans, deels onder het pseudoniem Felix Weber. Tweemaal won hij de Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek.

Dodelijke gelijkenis is het eerste deel in een trilogie rondom Leo Boorman. Dit eerste deel begint met een huiveringwekkende aanslag op een arts in een psychiatrische kliniek, bij wie met een hamer een ijspriem in de schedel wordt geslagen. Niet lang daarna volgen meer aanslagen op medewerkers van de kliniek, die steeds ‘behandeld’ worden met de therapie die ze zelf toepasten op patiënten. De meesten overleven de behandeling niet.

In zijn jacht op de seriemoordenaar wordt Boorman gehinderd door zichzelf én door de tijdgeest. Hij is een Vietnam-veteraan met een oorlogstrauma die het met zijn superieuren aan de stok krijgt. Als het onderzoek wijst op mogelijk seksueel misbruik door een rechter en een priester loopt Boorman tegen maatschappelijke barrières aan.

Andriesse schrijft vlot en zijn ontknoping is ingenieus. De intrige lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar schijn bedriegt. In zijn nawoord legt Andriesse uit dat hij inspiratie putte uit twee Netflix-documentaires. Eentje over een rooms-katholieke school in Baltimore waar een priester tussen 1967 en 1975 tenminste zestien meisjes seksueel misbruikte. De andere documentaire ging over een moeder die haar eigen kinderen ter beschikking stelde aan pedofielen.

Een boek dus vol zwaarmoedige makende narigheid. Al bezorgt Andriesse de lezer af een toe gelukkig ook een bevrijdende glimlach. Als Boorman zijn vriendin ophaalt bij de gaarkeuken waar zij werkt, heeft een van de zwarte vrouwen een grammofoonplaat opgezet van een zangeres die Boorman niet kent. ‘Wie is dat?’ vraagt de politieman. Dat ontlokt een lachsalvo bij de vrouwen: ‘Prijs de Heer, zalig zijn de onwetenden.’

Op de pick-up ligt een album van Aretha Franklin.