Nabestaanden probeerden uitzendingen Net5-programma tegen te houden

Journalistieke integriteit Drie families zijn ontevreden over uitzendingen van het Net5-programma Moorddossier. De nabestaanden willen niet nogmaals geconfronteerd worden met de pijn na de drie moorden.

Podcastmakers buigen zich in Moorddossier over een spraakmakende moordzaak.
Podcastmakers buigen zich in Moorddossier over een spraakmakende moordzaak. Beeld Net5

Drie families van vermoorde mannen uiten onvrede over de werkwijze van het true crime-programma Moorddossier op Net5. De families hebben in een vroeg stadium het programma verzocht om geplande uitzendingen te schrappen. Zij deden dat verzoek vanwege de emotionele impact die het oprakelen van de moorden op hen heeft. Net5-eigenaar Talpa schrapte vorige week één uitzending, maar heeft twee andere afleveringen wel door laten gaan.

In het programma Moorddossier, dat halverwege oktober van start is gegaan, wordt wekelijks een spraakmakende moordzaak uit het verleden besproken. Het Volk, de producent van Moorddossier, reconstrueert aan de hand van nagespeelde situaties, archiefbeelden en commentaar van onder anderen podcastmakers, advocaten en andere betrokkenen de moorden tot in detail. De afleveringen hebben geen nieuwswaarde en lijken vooral bedoeld als amusement.

„Nabestaanden hebben hier niet om gevraagd, maar worden wel geconfronteerd met beelden waardoor ze opnieuw de dramatische gebeurtenissen herbeleven. Dat is kwalijk”, zegt media-adviseur Selma Hoekstra van de organisatie Namens de Familie, onderdeel van Slachtofferhulp Nederland. Hoekstra vertegenwoordigt twee van de drie ontevreden families. Deze woensdag probeerde ze namens nabestaanden van de Gifmoorden in 2012 de uitzending te voorkomen. De familie wilde niet nogmaals geconfronteerd worden met de pijn van toen. Talpa besloot de aflevering toch uit te zenden.

Wel heeft Talpa op verzoek van Namens de Familie aanpassingen gedaan. Zo zijn de namen van de nabestaanden weggelaten en zijn de foto’s van het slachtoffer verwijderd. Ook is er een disclaimer te zien aan het eind van het programma waarin staat dat de familie niet aan deze uitzending heeft meegewerkt. Hoekstra: „We hadden natuurlijk liever gehad dat deze aflevering niet zou worden uitgezonden, maar we zijn blij dat we dit voor mekaar hebben gekregen.” Talpa zegt in een korte reactie de afweging per situatie „zorgvuldig” te bekijken.

Telkens aan moord herinnerd

Juridisch staan nabestaanden niet heel sterk om vooraf een uitzending van een programma te verhinderen, zegt media-ethicus Huub Evers, auteur van het standaardwerk Handboek Journalistieke Ethiek. De nabestaanden kunnen altijd naar de rechter stappen, maar het gebeurt bijna nooit dat een uitzending dan vooraf niet door mag gaan, zegt hij. „Het komt altijd neer op een afweging van het journalistieke belang en het belang van de nabestaanden.”

„Wij als nabestaanden willen het niet telkens laten oprakelen. Men vergeet dat de slachtoffers ook nog familieleden hebben die de hele tijd aan de moord herinnerd worden. Ik denk dat daar onvoldoende bij stil wordt gestaan”, vertelt een nabestaande van de Koninginnedagmoord in 2010, die ook namens de familieleden spreekt. „Misschien hadden wij net als die andere familie met Slachtofferhulp de uitzending kunnen voorkomen.” De drie families hebben NRC verzocht om vanwege privacy overwegingen geen familienamen te noemen en niet in detail de moorden te beschrijven.

Over de positie van nabestaanden is in de misdaadjournalistiek niks geregeld.

De nabestaanden van de Koninginnedagmoord hoorden via kennissen dat een programma bezig was met de moord op hun familielid. Waarna zij contact opnamen met het programma en hen verzochten om de uitzending niet te maken. Ze vallen vooral over de inzet van acteurs die de moord naspelen. „Je wil helemaal niet als nabestaande zien wat er eventueel gebeurd kan zijn op beeld, dat is heel naar. Ook is nog maar de vraag of de reconstructie klopt; er wordt namelijk iets geschetst wat misschien nooit heeft plaatsgevonden, want het is nooit bewezen”, zegt het familielid. De uitzending hebben de nabestaanden ook niet bekeken. „Wij stonden er niet achter. Wij dachten: niet bijdragen aan de kijkcijfers. We wilden gewoon die reconstructies niet zien. Wij hebben van anderen vernomen dat zij nu ook moeite hebben na het zien van die beelden.”

Het familielid pleit voor meer rechten voor nabestaanden van slachtoffers. „Stel je voor dat er over vijf jaar nog een uitzending komt, dan worden wij er weer mee geconfronteerd. Wij willen het niet vergeten, maar juist de herinneringen houden die wel mooi zijn.”

Belangenafweging

Over de positie van nabestaanden is in de misdaadjournalistiek niks geregeld. Wel zijn veel misdaadjournalisten terughoudend met publiceren over een zaak als dat tegen de wens van nabestaanden is en er geen maatschappelijk belang mee gediend is. Ook misdaadjournalist John van den Heuvel kreeg weleens het verzoek van nabestaanden om geen aandacht aan een zaak te besteden. „Op dat moment bestaat een belangenafweging, die meestal uitvalt in de richting van nabestaanden. Soms besluit je toch te publiceren, maar dat is wel vooraf in overleg met nabestaanden over het moment van en de inhoud van de publicatie, zodat ze niet worden verrast”, vertelt Van den Heuvel.

De Moorddossier-uitzending van 9 november, over de Friese Festivalmoord in 2017, werd wel op het laatste moment geschrapt. De familie verzocht samen met Slachtofferhulp Nederland om de uitzending niet door te laten gaan omdat vooral de minderjarige kinderen van het slachtoffer er mogelijk schade door zouden ondervinden. Media-adviseur Hoekstra is ervan overtuigd dat zonder de hulp van Slachtofferhulp en Namens de Familie Talpa niet deze beslissingen zou hebben genomen. „Dat er op het laatste moment gehoor aan is gegeven is fijn voor de nabestaanden, maar die beslissing had in een veel eerder stadium al genomen kunnen worden.”

De geschrapte uitzending is volgens Talpa „met de beste intenties en op integere wijze gemaakt, waarbij ook steeds contact is geweest met de familie. Wat dat betreft staat niets het alsnog uitzenden van het verhaal in de weg. Desalniettemin hebben wij als zender besloten dit niet te doen, omdat de impact van de uitzending op de direct betrokkenen groter is dan het belang dat wij hechten aan het (alsnog) uitzenden hiervan.”

Media-ethicus Evers vindt het op het eerste oog een goede beslissing. „De familie zou ongetwijfeld zeggen dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de nabestaanden afgewogen moeten worden tegen de nieuwswaarde van de uitzending. Ik kan me best voorstellen dat het belang van de nabestaanden hier zwaarder weegt.”

Verschuiving

Evers ziet een verschuiving bij kranten en omroepen als het gaat om de rechten van nabestaanden. „Als er nou één groep is die het niet kan helpen dat ze zo in de media komen, zijn het de nabestaanden. Terwijl bij privacybescherming we eigenlijk alleen maar aan de dader denken. Zo heel langzaam heeft dat besef ingang gevonden bij media. Dat is een goede ontwikkeling.”

Roy Heerkens van Slachtofferhulp Nederland wil ook benadrukken dat het in veel gevallen goed gaat. „Het meewerken aan een programma of een artikel kan bij nabestaanden ook voor erkenning zorgen.” Ook Rob Stoker, de vader van de vermoorde Kim Stoker, is te spreken over het programma en de samenwerking met de makers. In de derde uitzending van Moorddossier werd de zogeheten Relatiestatusmoord gereconstrueerd met onder andere zijn commentaar. „Het contact is allemaal keurig verlopen”, vertelt Stoker.

Toch pleit Heerkens van Slachtofferhulp voor een betere samenwerking tussen media en nabestaanden. „Je moet als maker over de impact op nabestaanden goed nadenken en zeker ook toestemming vragen als er geen nieuwswaarde is. Natuurlijk hebben media de vrijheid om programma’s uit te zenden, maar er kan wel degelijk schade ontstaan als gevolg van een uitzending. Nabestaanden verliezen opnieuw de regie en worden opnieuw geconfronteerd met een ingrijpende gebeurtenis. Wij doen een beroep op het morele besef van makers.”