Recensie

Recensie Film

Het voortijdige filmtestament van de Mexicaanse regisseur Alejandro Iñárritu

Bardo, False Chronicle of a Handful of Truths Fellini’s ‘8½’ had in 1963 de primeur: film als zelfanalyse van de regisseur. Zoiets probeert Alejandro Iñárritu in het fraaie ‘Bardo’, maar de teloorgang van de cultus van de grote man oogt ook narcistisch en pretentieus.

Still uit Bardo: False Chronicle of a Handful of Truths (2022)
Still uit Bardo: False Chronicle of a Handful of Truths (2022)

In het boeddhisme is ‘bardo’ een overgangstoestand tussen leven, dood en reïncarnatie. De ziel herkauwt het voorbije leven in afwachting van zijn reboot. In zo’n toestand bevindt zich de beroemde Mexicaanse journalist en documentairemaker Silverio Gacho, het alter ego van regisseur Alejandro Iñárritu in speelfilm Bardo, False Chronicle of a Handful of Truths – inderdaad ja, een pretentieuze titel. Het betreft een virtuoos vormgegeven, zelfingenomen zelfonderzoek dat herinnert aan Fellini’s zelfparodie en aan Gaspar Noés filmische stervensbegeleiding Enter the Void.

Regisseur Silverio dwaalt in Bardo rond in herinneringen en dromen: over zijn vader en moeder, gezin en succes. Grote en intieme kwesties buitelen over elkaar. Zijn ontworteling, zijn spagaat tussen Mexicaanse trots en behoefte aan erkenning door gringo’s. Het gaat over geweldscultuur en narcoterreur, conquistador Hernán Cortés troont op een lugubere piramide van indianenlijken. Het intieme trauma van baby Mateo die maar een etmaal leefde blijkt een leitmotiv. Een arts duwt hem na de geboorte terug in moeders vulva: humor waar freudianen hun tanden in kunnen zetten.

Dreigende talkshow

De intenties van Bardo zijn direct helder: in de woestijn maakt een schaduw zich met grote sprongen van de grond los tot hij vliegt. We zijn in dromenland. Tweevoudig Oscarwinnaar Iñárritu betovert ons daar met beeldschone taferelen die met droomlogica in elkaar overvloeien. Silverio waadt via een overstroomd metrostel zijn huiskamer binnen, bekijkt met de Amerikaanse ambassadeur een komische veldslag, banjert door een hectische tv-studio naar een dreigende talkshow. In de soms vertrouwde, soms verontrustende binnenwereld van zijn gezin klinken stemmen uit een andere wereld. Er is iets goed mis met Silverio. We ontdekken pas veel later wat.

Eigenlijk fantastisch dat er tientallen miljoenen dollars zijn gestoken in zo’n persoonlijk, weerbarstig arthouseproject. Met Alejandro Iñárritu hoopt Netflix komend Oscarseizoen de prestatie van zijn vriend Alfonso Cuarón te herhalen: diens Roma, jeugdherinneringen in zwart-wit, won in 2019 drie Oscars uit tien nominaties. Bardo gaat dat niet lukken. In Venetië haalde de filmpers de prestigefilm in september door de gehaktmolen, waarna Iñárritu er geschrokken 21 minuten uitsneed. De huidige versie duurt nog altijd 2 uur en 40 minuten.

Fellini

Te lang, pretentieus, narcistisch, luidde de kritiek op Bardo bij zijn première in Venetië. Een regisseur die in eigen psyche graaft was een novum in 1963, toen Fellini dat introduceerde in . Aan die filmklassieker lijkt Bardo soms te refereren: met hoempa-muziek, een dodenmars, een teder afscheid van een overleden vader. Je vermoedt ook dat Iñárritu zich na zijn glorieuze dubbelklapper Birdman (2015, vier Oscars) en The Revenant (2016, drie Oscars) net zo voelde als Fellini indertijd. Wereldhit La Dolce Vita in 1960 leidde tot tijdelijke verlamming: hoe ga je om met zoveel succes?

Fellini maakte in zijn creatieve blokkade zelf tot thema: alter ego Marcello Mastroianni loopt zich als ster-regisseur Guido Anselmi vast in een scienceficionfilm. Hij heeft nauwelijks een script en gelooft er niet echt in, maar het circus is al in gang gezet en de producer bouwde een peperdure filmset van een raketbasis. Meegesleurd in de maalstroom vlucht Anselmi in dromen over zijn jeugd en de (vele) vrouwen in zijn leven.

kwam uit toen de Franse ‘auteurstheorie’ net was doorgebroken en paste daar wonderwel in. Volgens dat idee is de visie van de filmregisseur allesbepalend: de grote man, de generaal op de set. In de film ook nog jezelf ontleden maakt je tot een ultieme auteur. werd jubelend ontvangen en inspireerde veel navolging: in 2012 vonden regisseurs het in de mondiale Sight and Sound-peiling nog steeds de op drie na beste film aller tijden. Geen wonder. „Films over jezelf maken, dat wil elke regisseur”, hoorde ik Martin Koolhoven deze week nog op tv zeggen.

Bij Fellini’s navolgers ontbreekt evenwel vaak wat zo verrukkelijk maakt: zelfspot. Guido Anselmi is een schertsfiguur, zijn droom over een harem waarin hij beurtelings verwende Nero, baby of leeuwentemmer uithangt blijft een hilarische parodie op het mannelijke ego – Fellini’s ego.

Midlifecrisis

Iñárritu heeft de inhoud van in zijn oeuvre in zekere zin in tweeën gesplitst. Zijn film Birdman ging eerder al over het creatieve proces: een (toneel)regisseur tracht greep te krijgen op crew, acteursego’s en zijn eigen ambities. Bardo gaat nu over het ego van de regisseur. Dat dreigt al snel potsierlijk en sentimenteel te worden: een liefdesbrief aan zichzelf, las ik ergens. Toch ontbreekt het Bardo zeker niet aan humor en zelfrelativering. Tegenspelers leggen meermalen de vinger op de hypocrisie en de contradicties van Iñárritu’s alter ego Silverio. Tijdens een swingende fiësta te zijner eer en glorie fileert ‘frenemy’ Luis verbaal de hele film in bewoordingen die echte critici zo kunnen overnemen. Het zou een kluwen pretentieuze associaties over privé-leven, politiek en kosmos zijn die louter licht werpen op de midlifecrisis van de regisseur, aldus Luis.

In de film snoert regisseur Silverio de criticus met een kort handgebaar de mond. Bardo speelt zich namelijk af in zijn hersenpan, waar zijn wil wet is. Wat we zien, is Silverio’s comateuze zelfbeeld: een oprecht familieman, een tragisch figuur vol liefde en onverwerkt verdriet die kan terugkijken op een geslaagd leven.

Door de volledig subjectieve vorm van Bardo kan Iñárritu nauwelijks ironische distantie tot zijn alter ego bewaren. Hij vertrouwt er ten onrechte op dat wij kijkers zijn personage ironisch decoderen, vermoed ik. Maar dat doen kijkers niet: zij zien wat zij zien. Dan wordt Bardo een egotrip en helpt het ook niet dat Iñárritu klein leed mengt met grote historische thema’s, alsof het allemaal hetzelfde gewicht heeft. En dan voelt een filmisch -testament van een 59-jarige ook een beetje als Trimalchio’s diner uit Petronius’ Satyriconook verfilmd door Fellini trouwens. Daarin ensceneert een vulgaire Romeinse rijkaard zijn eigen nepbegrafenis, met volgelingen die zijn ego strelen met strooplikkerij en overdreven rouwbetoon.

Dat alles doet Bardo tekort. Iñárritu’s zelfspot komt slecht over, maar stap je daaroverheen dan resteert een film vol ambitie en onvergetelijke beelden die bizarre, soms onthutsende emotionele akkoorden aanslaat. Een treinwrak van grote schoonheid en originaliteit op het snijpunt van leven en dood.

Film Bekijk een overzicht van onze recensies over film