Wie profiteert van de onstuitbare opmars van de blokkendoos in buurtschap Californië, Limburg?

Ruimtelijke ontwikkeling Het buurtschap Californië in Limburg werd een hotspot voor distributiecentra en zonne-energie. Wie profiteerde daarvan?

Luchtfoto uit 2021 van het buurtschap Californië, waarop enorme distributiecentra zichtbaar zijn.
Luchtfoto uit 2021 van het buurtschap Californië, waarop enorme distributiecentra zichtbaar zijn. Beeld Topotijdreis

Haar opa ontgon de heide op de zandgronden in Horst, Noord-Limburg. Haar vader had op die plek een boerenbedrijf met wat varkens en koeien, en akkers met aardappelen, granen en suikerbieten. Dochter Lizette Vullings nam de boerderij over. Ze maakte er een klein akkerbouwbedrijf van met 32 hectare grond, deels eigen land en deels gepacht. Tot 2010. Toen hield het familiebedrijf op te bestaan.

Op de plek waar de familie Vullings al drie generaties woont, moet een grootschalig tuinkassencomplex komen, besluiten Rijk, provincie en gemeente in 2007. Lizette Vullings en haar man John Jenniskens krijgen in 2008 te horen dat de gemeente hun grond wil kopen. De pachtgrond moeten ze ook inleveren. Voor akkerbouw is geen plaats meer.

„Het voelde elke keer verschrikkelijk als er een brief van de gemeente kwam”, zegt Vullings (53) nu. Jenniskens (53) vult aan: „Heel intimiderende taal. Gewoon púúr zakelijk. Niks geen menselijkheid. Of wij ons nou bedrogen of belogen voelden, dat deed er niet toe.”

Ze weigeren aanvankelijk hun grond te verkopen. De gemeente biedt 9 euro per vierkante meter, een prijs die volgens hoogleraar grond- en vastgoedmarkten aan de Nijmeegse Radboud Universiteit Erwin van der Krabben „te laag” is. „De grond werd gekocht om te worden gebruikt als glastuinbouwgrond. Die waarde is veel hoger dan akkerbouwgrond, dus het is raar dat er niet meer is betaald”, zegt hij. Vullings en Jenniskens willen met de gemeente zoeken naar een oplossing. Maar die ziet dat niet zitten. In 2009 besluit de gemeente de familie te onteigenen.

Zover komt het niet. „De gemeente gebruikte de onteigening als pressiemiddel”, zegt Jenniskens. „Ons werd gezegd: ‘je kunt nu akkoord gaan of je gaat een onteigeningsprocedure in.’” De toestemming van de minister om te onteigenen lag er al. „Toen besloten we het land te verkopen. We hadden geen keus. We hadden een jong gezin en wilden geen procedure van tien jaar in.” Het echtpaar gaat akkoord met de prijs van 9 euro. De gemeente Horst aan de Maas zegt in een reactie een eerlijke prijs te hebben betaald.

Wat de twee op dat moment nog niet weten, is dat er toch nog ruim tien jaar strijd met hun gemeente zal volgen. In die tien jaar zal hun woonomgeving onherkenbaar veranderen en krijgen ze steeds meer het gevoel dat ze in de weg zitten. Hun verhaal illustreert hoe burgers in de verdrukking komen als een overheid in een klein gebied met een rotvaart het ene na het andere project ontwikkelt. En hoe een gemeente met juridisch armpje drukken haar eigen burgers van zich vervreemdt.

Lizette Vullings en John Jenniskens wonen aan de rand van Californië, een buurtschap in Noord-Limburg. Volgens sommigen werd de buurt vernoemd naar de Amerikaanse staat wegens de on-Nederlandse droogte in het gebied. Anderen vertellen dat het zijn naam dankt aan de goudkoorts die in Californië heerste toen geluk zoekende boeren het buurtschap stichtten. Het Limburgse Californië wordt niet doorkruist door Route 66, maar door de A73. Vanwege de directe toegang tot die snelweg werd Californië in 2007 aangewezen als „landbouwontwikkelingsgebied”. Californië moest de „duurzame parel van het zuiden” worden, waar met milieuvriendelijke technieken groente en fruit zouden worden gekweekt. De hoge werkloosheid in de regio moest zo worden bestreden. Tuinbouwtentoonstelling Floriade werd in 2012 naar Venlo gehaald om de sector een duwtje te geven.

Van de duurzame plannen kwam weinig terecht. De kassen zouden verwarmd worden met aardwarmte, maar na een lichte beving verbood het Staatstoezicht op de Mijnen in 2019 verdere boringen.

De kassen kwamen er wel. Vullings en Jenniskens zijn daar helemaal niet tegen. Jenniskens heeft een loonbedrijf en zijn belangrijkste klanten zitten in de glastuinbouw. Daarvan hebben ze weinig last.

Maar de laatste jaren verrezen er ook enorme distributiecentra. Wie nu door Californië fietst, ziet blokkendoos na blokkendoos, met daartussen af en toe een verdwaalde boerderij. Op percelen waar vroeger aardappels en bieten groeiden, staan nu dubbellaagse distributiecentra. Het akkerbouwgebied is veranderd in een industrieterrein.

Op de boerenerven verrezen hotelachtige gebouwen waarin honderden arbeidsmigranten wonen. Er komen nog zo’n tweeduizend arbeiders bij, in een gebied waar enkele tientallen gezinnen wonen.

„Je moet steeds opletten wat er nu weer komt”, zegt John Jenniskens. „De omgeving verandert zo ontzettend snel”, zegt Lizette Vullings. „En je wordt er pas bij geroepen als het plan bijna definitief is.”

Logistieke hotspot

Al die ontwikkelingen worden geïnitieerd door Greenport Venlo BV, een bedrijf van de provincie en drie gemeenten. Publieke en commerciële belangen lopen in Greenport door elkaar heen. Neem bijvoorbeeld de structuurvisies, documenten waarin overheden toekomstplannen voor een gebied vastleggen. Voor Californië en het aangrenzende ‘Klavertje 4-gebied’ worden deze plannen niet enkel geschreven door ambtenaren; Greenport werkt er actief aan mee. De structuurvisies worden vastgesteld zonder dat omwonenden kunnen overzien wat de consequenties zijn. Maar die documenten dicteren wel hoe het gebied er uit gaat zien.

Zo stond in de structuurvisie van 2012 dat het gebied een „logistieke hotspot” moest worden. Nergens was het woord distributiecentra te vinden. De omschrijvingen waren omfloerst: „Het gaat om het faciliteren van het proces, waarbij de juiste dingen, op de juiste tijd, op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheden, in de juiste mix en tegen optimale kosten worden geleverd.”

Pas vier jaar later, toen in 2016 het eerste distributiecentrum verrees , kregen de omwonenden in de gaten wat er besloten was. „Dan pas zie je de impact en krijg je de discussie in de buurt”, zegt buurtbewoner John van Dooren. „Maar dan ben je eigenlijk te laat.”

Lees ook hoe een zakenman postuum de uitbreiding van distributiecentra wil voorkomen

Greenport heeft volgens de statuten als doel de regio economisch sterker te maken en de investeringen terug te verdienen met grondverkoop. Het idee is om de gronden steeds verder te ontwikkelen, van akkerbouw naar glastuinbouw naar industrie, en een steeds hogere prijs te kunnen vragen, blijkt uit interne stukken. Maar om de percelen als industriegrond te verkopen, moeten overheden de bestemmingsplannen veranderen en vergunningen afgeven. Gemeenten en provincie moeten dus toestemming geven voor projecten waarin ze zelf een economisch belang hebben. In deze dubbelrol lijkt het economisch belang het te winnen van dat van de bewoners.

In 2020 besloot bijvoorbeeld het Noord-Hollandse groente- en fruitbedrijf Hessing zich in Californië te vestigen. Uit interne stukken, opgevraagd door een omwonende, blijkt dat gemeente en provincie nauw samenwerken met Greenport om het bedrijf naar Californië te halen. Zo stelde Greenport voor het bestemmingsplan te wijzigen en adviseerde het hoe gemeente en provincie Hessing met een biedingsboek – waarin overheden beloftes doen aan een bedrijf om te zorgen dat het bedrijf zich in hun gemeente vestigt – konden overtuigen naar Limburg te komen.

De provincie zei op een informatieavond dat Hessing zich alléén in Californië kan vestigen, terwijl de provincie in werkelijkheid nog een andere geschikte locatie in de aanbieding had. Ambtenaren besloten dat te verzwijgen, om te voorkomen dat omwonenden zouden zeggen dat Hessing dan maar naar die andere locatie moest gaan. Die locatie was voor Hessing onhandiger en duurder.

Greenport schrijft in een reactie dat gemeenten vaker besluiten nemen waarin ze zelf een financieel belang hebben, bijvoorbeeld bij sporthallen of buurthuizen.

Afkoelingsperiode

De mannen die rond 2008 de plannen maakten voor Greenport zijn er nog altijd nauw bij betrokken. Ger Driessen, tot 2011 gedeputeerde ruimtelijke ordening in Limburg (CDA), stond aan de wieg van Greenport. Nu heeft hij een eigen adviesbureau en helpt hij bedrijven die in het gebied arbeidsmigranten huisvesten. Driessen zegt tegen NRC dat hij deze bedrijven helpt omdat hij gelooft in het gebied en daar graag een bijdrage aan levert.

Leon Litjens, oud-wethouder ruimtelijke ordening in Horst aan de Maas (CDA), is nu ‘ambassadeur’ bij een bedrijf dat arbeidsmigranten huisvest. Hij werkt tevens als adviseur voor Hessing en legde namens het bedrijf contacten met de burgemeester, een wethouder en een gedeputeerde, blijkt uit interne mails. Litjens schrijft in een reactie dat hij een afkoelingsperiode heeft gehanteerd van 5,5 jaar. Dat is langer dan die voor bewindspersonen (2 jaar).

John Jenniskens probeert met een groepje buren hun belangen te behartigen. Maar of het zin heeft? Jenniskens: „Als je niet meepraat, denk je achteraf: ‘had ik misschien wel moeten doen.’ Nu probeer je overal aan deel te nemen, maar steeds loopt het op hetzelfde uit. Het is niet te stoppen.”

Lees ook over de ‘verdozing’ van Nederland

Slagroomtaart

Er is één ontwikkeling die de twee onmogelijk kunnen accepteren. Vorig jaar kregen ze bezoek van Lodewijk Burghout. Hij is dan al ruim tien jaar directeur van Grondexploitatiemaatschappij Californië, het bedrijf van provincie, gemeenten en enkele private partijen dat het gebied moet ontwikkelen. Burghout was degene die in 2010 de koopakte met Vullings en Jenniskens ondertekende.

In het voorjaar van 2021 komt Burghout enthousiast vertellen dat hij een zonnepark wil ontwikkelen op de grond achter het huis van Vullings en Jenniskens. Niet met het grondbedrijf, maar met zijn privébedrijf.

De twee zijn verbaasd over de plannen voor het zonnepark, maar allang blij. Alles beter dan een mestfabriek. Maar ze voelen zich bedrogen als buren op een verjaardagsfeestje vertellen dat Burghout niet alleen zonnepanelen wil plaatsen, maar ook de grond heeft gekocht. Hij heeft een lagere prijs betaald voor het perceel dan wat zij er tien jaar eerder voor kregen. Daar heeft Burghout niets over verteld toen hij op visite kwam.

Onderzoek in het Kadaster leert dat Burghout in 2019 en 2020 twee kavels van in totaal ruim 29 hectare (ongeveer 43 voetbalvelden) kocht van de grondexploitatiemaatschappij waarvan hij toen zelf directeur was.

„Dat is heel raar en problematisch”, zegt hoogleraar Van der Krabben. „Als je de grond koopt en die aan jezelf verkoopt, heb je duidelijk een dubbele-pettenprobleem. Dit is een no-go.”

We zijn ons doel voorbij geschoten

Eric Beurskens wethouder Horst aan de Maas

De verkoop ging onderhands, Vullings en Jenniskens hebben die per toeval ontdekt. „Voor die prijs hadden we de grond metéén willen terugkopen!”, zeggen ze.

De hamvraag, volgens Van der Krabben, is of de gedwongen verkoop tien jaar geleden nodig is geweest. Er moesten er koste wat kost kassen komen. „Als het grondbedrijf de percelen niet verkoopt aan een glastuinbouwer en zo’n lage prijs krijgt voor de grond, waarom hebben ze die destijds dan willen onteigenen? ”

Volgens Jan Hulsen, commissaris bij het grondbedrijf, waren de percelen te klein voor tuinders. „Het is niet gelukt om ze te verkopen.”

Hulsen is het ook „helemaal niet eens” met de uitspraak dat de grondverkoop aan de directeur een ‘no-go’ is. „Ik kijk er heel zakelijk tegenaan”, zegt hij. „De percelen zijn naar de hoogste bieder gegaan, en dat was Burghout.” Burghout zegt dat de regels uit de statuten zijn gevolgd. Is het moreel wenselijk? „Daar ga ik niet over”, zegt hij.

Toen het zonnepark klaar was, liet Burghout een slagroomtaart bezorgen. „De buren kregen er ook een”, zegt Vullings. „We hebben met hen samen gezeten: ‘wat moeten we met die taart?’” Ze hebben ’m maar opgegeten.

Ondertussen gaan de ontwikkelingen door. Er zijn plannen voor nieuwe distributiecentra, een windmolenpark, en huisvesting voor honderden arbeidsmigranten.

Wethouder Eric Beurskens uit Horst aan de Maas (namens lokale partij Essentie) vindt het inmiddels ook te snel gaan. „Toen we in 2011 de plannen maakten hebben we ons niet gerealiseerd wat de impact zou zijn. De hedendaagse distributiecentra zijn zo groot dat omwonenden er nu meer last van hebben dan wenselijk is. We zijn ons doel voorbij geschoten. Maar als een bestemmingsplan is vastgesteld, kunnen we niet zomaar vergunningen weigeren.”

Lizette Vullings heeft de strijd opgegeven. „Je krijgt het gevoel dat je in de weg zit. Maar de gemeente is niet bereid om zoveel te betalen dat je elders iets nieuws zou kunnen beginnen.”

En de twee willen helemaal niet weg. „Er zit zoveel familiegeschiedenis achter.” Maar het clubje buurtbewoners dat in actie komt wordt steeds kleiner. Buur na buur verkoopt zijn huis en vertrekt. „Als het nog ellendiger wordt dan houdt het op. Dan moeten wij ook gaan.”

Tips? onderzoek@nrc.nl