Opinie

Poetin als cynisch romanpersonage

Michel Krielaars

De prestigieuze Prix Goncourt ging vorige week net niet naar Giuliano da Empoli voor zijn roman Le mage du Kremlin, die in het Nederlands werd vertaald als De Kremlinfluisteraar. Als Ruslandkenner heb ik het meteen gelezen. Het ging tenslotte over iemand die ik als correspondent in Moskou jarenlang op de voet heb gevolgd: Poetins ex-spindoctor Vladislav Soerkov. Tot 2015 was hij verantwoordelijk voor de versteviging van de macht van zijn baas en daarmee ook voor de huidige oorlog in Oekraïne, die in 2014 begon met de annexatie van de Krim.

Da Empoli is directeur van een denktank in Milaan. Voor zijn vorige boek Les ingénieurs du chaos, een essay over de adviseurs van populistische leiders, verdiepte hij zich in Soerkov. Maar toen hij ontdekte dat diens ideeën over de inrichting van Poetins autoritaire staat eerder uit een gewelddadig surrealistisch sprookje leken te komen dan uit de koker van een handige spindoctor, besloot hij een roman over hem te schrijven, waarin hij Soerkov Vadim Baranov noemde.

Zelf vind ik De Kremlinfluisteraar als roman niet geslaagd. Er komt een clichématige liefdesgeschiedenis in voor en de psychologie van de personages, die op Soerkov na hun eigen naam hebben behouden, is nergens goed uitgewerkt. Bovendien ken je het verhaal van Poetins Machtübernahme zo langzamerhand wel uit de non-fictie over hem en zijn maffia-bende, met Putin’s People van Catherine Belton als voorlopig hoogtepunt.

Ik vraag me dan ook af wat het geheim is van Da Empoli’s literaire succes. Misschien komt het door Frankrijk, waar het politieke gekonkel van kardinaal de Richelieu, de geniale spindoctor van Lodewijk XIII, tot kunst is verheven. Maar nog meer zou het te maken kunnen hebben met het cynische machtsspel van Baranov, dat niet verschilt van de werkelijkheid. De in 1999 door de FSB opgeblazen flatgebouwen in Moskou en twee andere steden, de gemanipuleerde verkiezingen, het uitschakelen van de oligarchen met voorop Boris Berezovski, die Poetin aan de macht bracht maar vervolgens terzijde werd geschoven en vermoord, het krampachtig tegenwerken van de Oranje revolutie in Oekraïne in 2004, het is allemaal door Soerkov bedacht. En dankzij De Kremlinfluisteraar kan het Franse lezerspubliek nu eindelijk zien wie Poetin is.

Da Empoli zet Baranov neer als een verfijnde aristocraat in een wereld van gangsters. Net als Soerkov was hij aanvankelijk televisieproducent, die in de chaotische jaren negentig de meest gore rotzooi op de buis bracht om het volk koest te houden. Hij is zo goed in het bedenken van die pulp dat Poetin hem in 2000 in dienst neemt om zijn kunstgrepen in politiek te vertalen. Algauw wordt Baranov de architect van Poetins gewelddadige soap. Maar hij blijft een kunstenaar. Dat blijkt als hij op het hoogtepunt van zijn roem eeneenakter schrijft waarin Poetins bankiers, FSB-generaals, oligarchen en ministers als slaafse lakeien worden neergezet. Hier ontmoeten Molière en Ionesco de 19de-eeuwse toneelschrijver Alexander Gribojedev, die in zijn toneelstuk Gore ot oema (Leed door verstand) hetzelfde deed. Waarschijnlijk was het Da Empoli daar om te doen toen hij de werkelijkheid in een romanvorm goot. Hij wilde laten zien dat de Russische politiek in de eerste plaats een komedie is, met meedogenloos cynisme en geweld als de belangrijkste ingrediënten.