Agustín Fernández Mallo en vertaler Adri Boon (achter).

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Ik schrijf eigenlijk poëzie, vermomd als een roman’

Dubbelinterview De Spaanse schrijver Agustín Fernández Mallo en zijn Nederlandse vertaler Adri Boon kregen samen de Europese Literatuurprijs 2022. Ze vertellen over het spel van de taal en de verschillende betekenissen van Nocilla.

‘Sommige auteurs willen controle hebben over de vertaling van hun boeken. Koste wat het kost. Zelfs als het talen betreft die ze niet machtig zijn. Agustín Fernández Mallo is niet een van hen. Hij staat er ontspannen in en accepteert dat een vertaling niet louter een kopie van het origineel in een andere taal is, maar een tekst met een eigen status.” Blij en een beetje zenuwachtig sprak vertaler Adri Boon (1961) afgelopen zaterdag op het Crossing Border-festival in Den Haag zijn dankwoord uit na het ontvangen van de Europese Literatuurprijs 2022 uit handen van juryvoorzitter Manon Uphoff. De prijs, waarbij zowel auteur als vertaler wordt bekroond voor de beste hedendaagse Europese roman van het afgelopen jaar, ging dit jaar naar de Nocilla-trilogie van de Spaanse schrijver Agustín Fernández Mallo (1967). In deze driedelige roman, uitgegeven door Koppernik, beschrijft Mallo via korte schetsen het leven van afzonderlijke mensen over de hele wereld: een Argentijn die een monument voor de schrijver Jorge Luis Borges opricht, een prostituee die verliefd wordt op een fotoverzamelaar, een man die stukjes kauwgum, vastgekleefd aan het trottoir, beschildert. Fragmenten die worden afgewisseld met verwijzingen naar film, architectuur en conceptuele kunst. Ook bevraagt Mallo, in het laatste deel dat begint met één enkele zin van bijna zeventig pagina’s, in hoeverre hij als schrijver niet slechts doorgeeft wat al zijn voorgangers al gedacht of geschreven hebben. ‘Het is mogelijk dat achter het pseudoniem Agustín Fernández Mallo een collectief gefrustreerde schrijvers schuilgaat’, schrijft hij grappend. En impliciet stelt hij de vraag of hij, als schrijver, eigenlijk wel bestaat.

Het maakt de Nocilla-trilogie tot een uiterst complex werk en daarmee is het, aldus de jury, ook een ‘ware tour de force’ voor de vertaler. In zijn dankwoord zaterdag verwees Boon dan ook naar de figuur van Pierre Menard die in Borges’ verhalenbundel Ficciones de aard van auteurschap, toe-eigening en interpretatie bevraagt. „Ook de Nocilla-trilogie lijkt een unieke oorsprong van de schepping te ontkennen”, zei Boon. „Op een bepaalde manier doet Agustín Mallo mee aan het grote feest van vermomming en travestie dat vertaling is.”

‘Nocilla-beleving’

Dit spel van auteurschap, taal en vertaling is, een paar dagen voor de uitreiking, ook het onderwerp tijdens een Zoom-gesprek met auteur en vertaler. Boon vertelt hoe hij vorig jaar, tijdens zijn werk, zo opging in de beeldtaal van Mallo dat hij een ware ‘Nocilla-beleving’ ervoer. „Ik kreeg vrienden te eten en wilde paella maken. Ik maakte mijn paella-pan schoon en hing hem te drogen aan mijn racefiets, die in mijn kamer-keuken staat. Op die fiets was ik al meerdere keren naar Spanje gereden. Toen ik dat beeld zag – paella-pan hangend aan het stuur van een racefiets – zag ik ineens een gedicht van ijzer: twee heterogene objecten die een verbinding aangingen en zo een suggestief beeld vormden. Ik zag ineens hoe twee verschillende elementen samen iets nieuws kunnen vormen. En ik realiseerde me: dat ik dit nu zo bedenk, komt door het werk van Agustín.”

In feite, zegt Boon, is de Nocilla-trilogie het werk van een dichter. „In poëzie gaat het over verbeelding, het verbinden van verschillende elementen zodat er nieuwe associaties ontstaan.” Mallo, die vanuit zijn woonplaats Palma op Mallorca meeluistert, knikt bevestigend. „Ik schrijf gedichten, vermomd als roman. Als ik aan mijn schrijftafel ga zitten weet ik van tevoren nooit wat ik ga doen. Het is als staren richting de horizon: voor mij ligt een uitgestrekte ruimte waarin van alles kan gebeuren. Ik begin te schrijven zonder vastomlijnd idee en weet nooit precies waar ik heenga.”

In zijn boeken gaat Mallo, gediplomeerd fysicus, ook de verbinding aan tussen wetenschap en literatuur. De Nocilla-trilogie staat vol citaten van schrijvers waaronder Raymond Carver, Octavio Paz en Julio Cortázar maar er zijn ook wiskundige en natuurkundige formules of korte teksten van wetenschappers of denkers zoals Roger Penrose of Jerome Segal. „Eigenlijk is Agustín een bèta met belangstelling voor cultuur”, zegt Boon. „Hij wil alles met elkaar in verbinding wil brengen, een soort science meets art-project.” Daarin speelt de filosoof Ludwig Wittgenstein een belangrijke rol, zegt Mallo. „Wittgenstein zei dat het gebruik van de taal uiteindelijk de betekenis ervan bepaalt. Mensen geven betekenis aan de dingen: als we iets in een nieuwe context plaatsen, kan de betekenis ervan veranderen. Daarom voel ik me aangetrokken tot conceptuele kunst.” Als voorbeeld noemt hij het beroemde kunstwerk Fountain uit 1917 van de Franse kunstenaar Marcel Duchamp. „Toen hij een handtekening op een urinoir zette, verhief hij daarmee een dagelijks object tot kunst. Deze manier van denken probeer ik ook door te voeren in mijn schrijven. Je kunt bijvoorbeeld hoge en lage kunst met elkaar verbinden door een gedachte van Plato te verwerken in een strip.”

De Nocilla-trilogie is in feite een collage van stemmen en zo, legt Mallo uit, maakt hij zijn eigen stem ondergeschikt aan een Gesamtkunstwerk. Bestaat er dan wel zoiets als originaliteit? „Uiteraard, een schrijver kan originele dingen bedenken. Maar niemand kan iets uit het niets scheppen. Schrijvers worden beïnvloed en gevormd door het werk van anderen.” Mallo maakt een vergelijking met de evolutietheorie: organismen met nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan door mutaties. Datzelfde gaat volgens hem ook op voor de kunsten. „Uit oud materiaal wordt iets nieuws geschapen en als dat goed is, krijgt het een eigen bestaansgrond.”

In zekere zin, zo concludeert Boon, gaat dat ook op voor het vertalen van een roman. „Elke vertaling is een particuliere lezing van een tekst. De tijdgeest speelt daarin ook een rol. Een vertaling van Don Quichot uit 1650 zal anders zijn dan een vertaling uit 1850. Stel dat een boek zeven keer wordt vertaald, dan zal iedere vertaling in meer of mindere mate afwijken van de oorspronkelijke tekst. Daarmee worden het op zichzelf staande werken. Maar gezamenlijk leiden al die verschillende versies misschien wel weer tot een completere lezing – van de oorspronkelijke tekst. Ik vind dat een mooie gedachte.”

Hazelnootpasta

In de eerste plaats, zegt Boon, is vertalen een ambacht. „Je bent letterlijk bezig woorden van één taal om te zetten in een andere taal. De kick is om dat zo dicht mogelijk bij het origineel te brengen.” Maar daarnaast moet een vertaler ook vat krijgen op de wereld die een schrijver oproept. Daar is tijd voor nodig, zeker in het geval van Fernández Mallo. „Soms schuilt er in één woord een hele wereld.”

Dat geldt ook voor de titel van het boek dat Boon bewust onvertaald heeft gelaten. „Nocilla betekent natuurlijk gewoon hazelnootpasta, het is de Spaanse variant van Nutella. Maar voor mij persoonlijk is dit woord ook intrinsiek verbonden met het begin van de welvaart in Spanje. In de jaren vijftig smeerde je een beetje olijfolie met suiker op je brood en toen kwam daar ineens een lekker zoet product op de markt.” In de trilogie gebruikt Agustín het begrip weer anders. „Ik verwijs naar een nummer van de Spaanse punkgroep Siniestro Total”, zegt Mallo grinnikend. „Het is ironie. Zij zingen bijna het hele nummer lang dezelfde zin ‘Nocilla. Qué Merendilla!’ Vroeger was dat een reclameslogan, bedoeld om kinderen lekker te maken. Maar Siniestro Total heeft van iets alledaags, bedoeld voor kinderen, een underground-nummer gemaakt. Zo wordt het een grap. Het gaat mij om de transformatie van dat soort dingen.”

De Nocilla-trilogie kwam in Spanje uit tussen 2006 en 2009 en bracht een grote verschuiving teweeg in de Spaanse literatuurwereld. Waar het franquisme, en alles eromheen, lange tijd een uitgemolken literair thema was, ontstond nu een nieuwe generatie schrijvers - – inmiddels bekend als de ‘Nocilla-generatie’ – die zich helemaal niet meer met de Spaanse burgeroorlog en de dictatuur bezighielden maar vooral over de landsgrenzen keken. „Toen de trilogie net uit was vroegen mensen buiten Spanje mij vaak over de relatie tussen Franco en de literatuur”, zegt Mallo. „Maar ik was daar helemaal niet mee bezig.” Buiten Spanje wordt de periode onder Franco nog steeds heel belangrijk gevonden, bevestigt Boon. „Dat is logisch, fascisme en oorlog zijn nog altijd belangrijke thema’s, en een burgeroorlog en 35 jaar dictatuur is natuurlijk niet niks. Uitgevers in Nederland laten zich daar nog steeds door leiden. Maar dat getuigt wel van een beperkte blik op Spanje. Schrijvers van nu zijn daar helemaal niet meer zozeer mee bezig. Het is tijd om de blik te verruimen.”