Recensie

Recensie Boeken

Hoe moet je leven als de hele wereld is doorgedraaid door slaapgebrek?

Ananda Serné In haar bijzondere en spannende debuut is een eenzaam meisje op zoek naar houvast en dus naar zichzelf.

Foto Getty Images/iStockphoto
Foto Getty Images/iStockphoto

Hoe te leven? Eliza, de hoofdpersoon van het bijzondere debuut Nachtbloeiers van Ananda Serné (1988), talmt. Waar anderen vol plannen zitten, vasthoudend zijn, dobbert zij verloren rond. Alles in de wind: zij is een schipperskind (net als, blijkens de achterflap, Ananda Serné zelf). Waar Eliza’s moeder haar kinderen een jeugd op een internaat wilde besparen en zich op enig moment met hen aan wal vestigde, bleef hun vader varen zonder bij leven en welzijn een veilige haven te bereiken. Integendeel. Het heeft zijn weerslag op de dochter als jongvolwassene.

‘Het probleem is dat ik geen binnen heb,’ stelt Eliza, ‘voor mij voelt alles als buiten.’ Ze mist een anker en daardoor een roer, ze voelt zich nergens thuis, ze is stuurloos. En slapeloos, maar dat geldt voor bijna iedereen in het boek. Wereldwijd is iedereen doorgedraaid van het slaapgebrek, overheden adviseren nog maar zes uur slaap per nacht, maar ‘dat lukt bijna niemand.’ Mensen nemen massaal slaapmedicatie.

Nachtbloeiers speelt in een tijd vlakbij de onze, in een erg nabije toekomst. Veel is herkenbaar, maar er is bijvoorbeeld sprake van ‘zelfrijdende taxi’s.’

In Stavanger te Noorwegen heeft Eliza een tijdelijk baantje bij een Instituut voor Slapeloosheid. Ze bereidt, zonder te vorderen, een onderzoek voor naar de samenhang tussen partnerkeuze en dromenland – naar in hoeverre het vermogen daar te belanden, afhangt van wie er naast je ligt. Haar eigen relatie met haar baas, bij wie ze ingetrokken was, is net uit. Ze huurt nu een kamer en slaagt er niet in daar een thuis van te maken. Bij hem was ze ook niet op haar gemak, maar wat ze dan wel wil? Ze heeft niets om op terug te vallen.

Richtingloze broer

Eliza zoekt zichzelf dus, schoorvoetend. Je volgt haar naar onder meer Taiwan, waar haar al even richtingloze broer woont, langs bedden van diverse mannen, van bijbaan naar hé, een eigen initiatief, een tuin voor slapelozen met planten die in het donker bloeien. Maar Nachtbloeiers is veelomvattender en geraffineerder dan een verslag van een individuele zoektocht. Het bevat tal van nieuwsgierig makende verwijzingen naar kunst en onderzoek op het gebied van slaap, het roept allerlei vragen op. Naar wat dommelen is en wat ontwaken, naar de betekenis van dromen, naar hoe flora en fauna hun dag-nachtritme regelen. En ook naar de dood als ultieme vorm van slaap -als het dat is.

Serné schrijft helder, wat goed te pas komt bij de tastende inhoud van de roman. De dialogen zijn sterk. De roman is bovendien geestig, in zinnen als: ‘Halverwege [de film], ik denk zo rond het moment waarop een groepje mensen geruime tijd rond een orchidee staat en zachtjes over de plant praat, viel ik [-] in slaap.’ Het verhaal wordt geregeld doorsneden met de pogingen van Eliza om grip te verkrijgen: notities, een slaapdagboek, foto’s, observaties. Ondanks haar vermoeidheid sprankelen die.

Nachtbloeiers is niet zweverig, ook niet als je je steeds nijpender afvraagt of de hoofdpersoon aan wanen begint te lijden. Het is bovendien spannend. ‘Slaapwachters’ plukken uitgeputte types van de straat en sluiten ze op in ‘sluimerklinieken.’ Voor hun eigen bestwil? Of niet? Wat er precies gebeurt blijft schimmig, ook als Eliza zelf er uiteindelijk in diverse hoedanigheden binnentreedt. Dat is een beetje irritant, maar ook intrigerend.

Lees ook dit artikel over slaapkwaliteit: Wat helpt bij het in slaap vallen? En drie andere vragen over een goede nachtrust.