‘Zeg dan: de relatie met Israël gaat boven mensenrechten’

Nederland sluit de ogen voor mensenrechtenschendingen in Israël en Palestina, zegt Berber van der Woude. Gedesillusioneerd verliet de ambtenaar het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Berber van der Woude, voormalig diplomaat.
Berber van der Woude, voormalig diplomaat. Foto Merlijn Doomernik

Op de laatste dag van haar dertienjarige loopbaan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt Berber van der Woude (40) een niet mis te verstane afscheidsmail. Iedereen met wie ze ooit op het ministerie samenwerkte, kan lezen hoe één dossier volgens haar een „schandvlek voor ons werk” is, omdat het er een is waarbij „we ons professionele en morele kompas uitzetten”.

Van der Woude doelt op een van ’s werelds neteligste conflicten – dat tussen Israël en Palestina, maar vooral ook op de Nederlandse houding. Die komt wat haar betreft neer op het sluiten van de ogen voor Israëlische mensenrechtenschendingen en tegelijkertijd, met een keur aan hulpgeld, de Palestijnse hoop op een oplossing levend houden.

Die diplomatieke stilstand die zij ervaart, maar ook het taboe om als ambtenaar daar kritisch over te zijn, zijn voor haar belangrijke redenen om haar diplomatieke carrière te beëindigen. Op haar kritische afscheidsmail komt bijval. Collega’s herkennen zich in haar aanklacht, al laten ze dit alleen privé weten.

„Ik weet dat ambtenaren niet het beleid bepalen”, zegt Van der Woude nu. Maar het „willens en wetens uitvoeren van beleid waarvan je weet dat het schadelijk is voor een bepaalde groep valt niet goed te praten”, zegt ze.

Donderdag overlegt de Tweede Kamer met minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) over het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Een van de agendapunten is de mensenrechtenrapportage over 2021, waar de Palestijnse Gebieden (zoals de Nederlandse overheid Palestina consequent aanduidt) op de tweede plek staan van ‘landen’ die de meeste ontwikkelingshulp van Nederland hebben ontvangen voor het versterken van de mensenrechten: 2 miljoen euro vorig jaar.

Tweestatenoplossing

Formeel gelooft Nederland in de tweestatenoplossing: het idee dat Israël en Palestina als twee onafhankelijke staten naast elkaar kunnen bestaan. Dat wordt zelfs in het regeerakkoord genoemd. Voor geen enkel ander buitenlands conflict is zo expliciet een einddoel geformuleerd. Iedereen op het ministerie van Buitenlandse Zaken weet volgens Van der Woude dat die oplossing er nooit kan komen, zolang de stelselmatige schending van de rechten van Palestijnen en het koloniseren van Palestijns grondgebied niet stopt.

Erwin van Veen van Instituut Clingendael deelt deze inschatting. „Men gaat al uit van de oplossing, maar er is een fundamenteel probleem”, zegt hij. „Het conflict verslechtert door dagelijkse grootschalige mensenrechtenschendingen, met name door Israël.”

Het alleen benoemen van een eindresultaat is „een excuus” geworden om die schendingen te negeren, zegt hij.

Voor wie begaan is met het Palestijnse recht op zelfbeschikking, ziet hij, wringt het dat landen als Nederland sinds de Russische inval in Oekraïne zwaaien met het internationaal recht, terwijl dat recht in het conflict tussen Israël en Palestina van secundair belang lijkt.

„Israël bezet toch ook land en breidt de bezetting uit middels nederzettingenpolitiek, waarbij kolonisten geweld tegen Palestijnen niet schuwen? Het land lapt VN-resoluties aan de laars, zonder noemenswaardige consequenties. En voor Palestijnen onder Israëlisch bewind gelden andere rechten en plichten dan voor Israëliërs”, aldus Van Veen. Palestijnen worden beperkt in hun bewegingsvrijheid en onderworpen aan gedwongen huisuitzettingen.

Hetzelfde gebied claimen

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen is „een fundamentele mensenrechtenkwestie, namelijk over het recht op zelfbeschikking waarbij twee volkeren hetzelfde gebied claimen”, stelt universitair docent Peter Malcontent van de Universiteit Utrecht. Hij schreef het boek Een Open Zenuw (2018), waarin hij de evolutie van het politieke denken in Nederland over Israël en Palestina uiteenzet. Wat heeft Nederland de afgelopen 75 jaar gedaan om dat conflict te beëindigen? Malcontent: „Niet zo gek veel.”

Hij doelt op de afwezigheid van „echte politieke druk” op Israël om de tweestatenoplossing mogelijk te maken, maar ook op de Palestijnse Autoriteit (PA) om „nu eens serieus werk te maken van de ontwikkeling van een Palestijnse staat met al het hulpgeld dat daarnaartoe gaat”.

De Tweede Kamer, zegt Malcontent, heeft altijd een pro-Israëlische meerderheid gehad, op dit moment aangevoerd door partijen als VVD, PVV, ChristenUnie en de SGP, waarbij de veiligheid van Israël boven de schending van Palestijnse rechten wordt geplaatst. „Die meerderheid maakt het voor iedere minister ongelooflijk ingewikkeld” om een andere beleidslijn uit te stippelen. Zo heb je ministers gehad die „wel wilden, maar niet konden”.

Begrafenis van Mahdi Ladado, de 17-jarige die begin oktober werd gedood door Israëlische troepen tijdens onlusten op de Westelijke Jordaanoever. Foto Mohamad Torokman/Reuters

Hoe lastig het is om tot een ander beleid te komen, ondervond ook Clingendael-onderzoeker Van Veen onlangs. Begin juni publiceerde de denktank een video waarin hij een bloemlezing gaf over de situatie in Israël/Palestina. De Engelstalige uiteenzetting is gericht aan ambtenaren van Buitenlandse Zaken – op hun verzoek bovendien. De ambtenaren horen veel wat zij al weten: dat Israël serieuze mensenrechtenschendingen begaat, iets waaraan de PA zich ook schuldig maakt. Israël zou verder „een land van nederzettingen” zijn – het staat kolonisten toe zich in bezet gebied te vestigen, wat gepaard gaat met het wegjagen van Palestijnen. Hieraan wezenlijke consequenties verbinden, wordt door de internationale gemeenschap nagelaten, waardoor „de levensvatbaarheid” van de tweestatenoplossing „een lachertje” is geworden.

Maar dan zegt de conflictanalist iets nieuws: politici, vertegenwoordigers en diplomaten van landen die Israël steunen, aldus Van Veen, zijn „medeplichtig aan de bezetting” van Palestijnse gebieden. Nederland is een van die landen.

Dat vonden de ambtenaren niet leuk om te horen. Hun eerste reactie was dan ook „defensief”. „Binnenskamers realiseren ambtenaren zich dat het Nederlandse Midden-Oostenbeleid niet bijdraagt aan een oplossing van het conflict”, weet hij.

Wat hij zegt, herkent Van der Woude wel, die zegt zich „ergens” inderdaad „een collaborateur” te voelen. Ze begon in 2010 vol idealen aan het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken, voor idealistische en ambitieuze studenten die aan het begin van hun carrière staan. In 2019 besluit ze te solliciteren op een functie op de diplomatieke post in de Palestijnse stad Ramallah. Illusies over de situatie daar had ze niet, vertelt ze nu. Die is op zijn zachtst gezegd „fucked-up”.

Van der Woude krijgt de functie en verhuist met haar man en twee jonge kinderen naar Jeruzalem. Ze wil haar kennis op het gebied van veiligheid en rechtsorde inzetten voor de tweestatenoplossing. Haar diplomatieke aanspreekpunt is de PA, die ook „grote uitdagingen heeft op het gebied van de rechtsstaat”. Zo worden gevangen dissidenten niet zelden onderworpen aan martelpraktijken.

Al snel komt ze erachter dat de PA op het gebied van veiligheid en rechtsstaat nauwelijks iets te zeggen heeft in de Palestijnse gebieden, die bevoegdheden liggen bij Israël. „Maar die waren niet mijn aanspreekpunt.” De Nederlandse ambassade in Tel Aviv praat met de Israëlische autoriteiten, maar „die gesprekken gaan vrijwel nooit over de impact van Israël op de rechten van Palestijnen”.

Dat zet Van der Woude aan het denken: hoe wezenlijk kan de Nederlandse bijdrage aan een oplossing dan zijn? Ze vindt het moeilijk te verkroppen dat Nederlandse diplomaten daar „jarenlang op kosten van de belastingbetaler zitten” terwijl „we weten dat we daar niets bereiken”, aldus Van der Woude, die niet twijfelt aan de goede bedoelingen van diplomaten.

320 miljoen euro

Ruim 320 miljoen euro heeft Nederland tussen 2006 en 2022 aan hulpprojecten uitgegeven in Palestina. Het idee is dat hulp bijdraagt aan het opbouwen van functionerende Palestijnse instituties.

Malcontent van de Universiteit Utrecht stelt dat die hulp „niet effectief” is – als de EU en Nederland vandaag zouden stoppen met de hulp, dan „bestaat Palestina niet”.

In april 2021, Van der Woude zit dan nog in Ramallah, publiceert Human Rights Watch een rapport waarin wordt gesteld dat Israël op de bezette Westelijke Jordaanoever een apartheidsregime voert tegenover de Palestijnse bevolking. Enkele maanden daarvoor concludeerden de Israëlische mensenrechtenorganisaties B’Tselem en Yesh Din Israël hetzelfde.

„Moeten we daar geen intern bericht over schrijven?”, oppert Van der Woude. Maar dat wordt volgens Van der Woude „niet opportuun” geacht. Ze vermoedt dat dat te maken heeft met de ambtelijke reflex om ministers zoveel mogelijk te ontzien van brandbrieven.

De maand erop breken onlusten uit in haar woonwijk Sheikh Jarrah, vanwege gedwongen huisuitzettingen van Palestijnse families ten bate van Joodse kolonisten. Als de Palestijnse politieke beweging Hamas vanuit Gaza raketten afvuurt op Israël, breekt een kortstondige oorlog uit.

Op tv is te zien hoe de Israëlische krijgsmacht de mediatoren in Gaza-Stad, waar redacties van persbureau Associated Press en televisiezender Al Jazeera zitten, met de grond gelijk maakt. De internationale gemeenschap, waaronder Nederland, veroordeelt de actie. Premier Mark Rutte (VVD) schrijft dat hij zich zorgen maakt over het geweld, maar ook dat Nederland „het Israëlische recht op proportionele zelfverdediging respecteert”. Bij beide partijen wordt verder aangedrongen op „de-escalatie en terughoudendheid”.

Het Israëlische leger controleert Palestijnen, die drie dagen olijven mogen oogsten op hun land op de Westelijke Jordaanoever. Foto Nasser Nasser/AP

In de politiek, diplomatie en media bestaat de reflex op het Israël-Palestina-dossier ‘gebalanceerd’ te communiceren. „Als je iets berispends zegt over de ene kant, dan moet je ook iets berispends zeggen over de andere kant”, vat Van der Woude samen. Maar dat is „balans in heel enge zin”. Ze hoorde iemand eens zeggen „We don’t want balance, we want fair.”

Het lastige, zegt ze, is dat wie kritisch is op het beleid „heel makkelijk wordt geframed als partijdig”, terwijl zij als diplomaat „gewoon bezig was met internationale principes”. Pas als je op Palestijnse plekken bent geweest, vervolgt ze, kom je erachter hoe „verknald” hun situatie is.

Niet doordacht

En dus vragen zij en enkele gelijkgezinde collega’s in het voorjaar van 2021 om een gesprek met toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag (D66). De ambtenaren willen de minister wijzen op de discrepantie tussen beleid en praktijk. De minister heeft geen tijd, wel komt er een gesprek met topambtenaar van Buitenlandse Zaken Paul Huijts. Van der Woude, die dan nog in Jeruzalem woont, is afwezig. Van haar collega’s hoort ze dat dit gesprek alleen over de vraag ging „in hoeverre ambtenaren op deze manier hun minister denken te kunnen aanspreken”, aldus Van der Woude. Eind augustus komen de ambtenaren op gesprek bij minister Hoekstra, geen van hen wil hierover met NRC praten.

In Den Haag, zegt Van Veen van Clingendael, wordt „door niemand” goed doordacht dat Nederland „veel te winnen” heeft bij een principiëlere opstelling. „Wat ter zake doet zijn de mensenrechtenschendingen, láát die tweestatenoplossing.” De discrepantie tussen intentie en handeling op dit dossier, zegt hij, maakt dat Nederland zijn „wereldwijde mensenrechtenbeleid” ondermijnt – bijvoorbeeld bij landen als Syrië, Iran en Saoedi-Arabië.

In juni stelde hij voor de internationale mensenrechten veel sterker als uitgangspunt te nemen voor concrete acties. Dit betekent dat mensenrechtenschenders ter verantwoording geroepen kunnen worden, met bijvoorbeeld sancties.

Dat zou inderdaad iets kunnen uithalen, denkt universitair docent Malcontent. Nederland kan het Europese debat beïnvloeden door een harder standpunt in te nemen, net als Zweden en Ierland. Zweden heeft als enige in de EU Palestina formeel als staat erkend en de Ieren „weten hoe het voelt om bezet te zijn”.

Maar pleiten voor sancties „zou geen enkele indruk maken”, denkt hij – 27 EU-lidstaten en net zoveel meningen. Op Europees niveau besluiten landen op basis van unanimiteit over sancties. „Israël wéét dit, die sancties komen van ‘lang zal ze leven’ niet.”

Van der Woude ziet het liefst dat principes als „verantwoording afleggen” voortaan voorgaan. Dat gaat dus verder dan alleen oproepen tot onafhankelijk onderzoek naar schendingen. „Er moeten gevolgen zijn als er geen verantwoording komt, bijvoorbeeld op het gebied van handel en culturele of academische betrekkingen met Israël.”

Mocht daar geen politieke ruimte voor zijn, dan kan de Nederlandse regering „de echte intentie” uitspreken. Van der Woude: „Kijk dit moeilijke punt in de ogen en zeg ‘in dit geval gaat onze relatie met Israël boven de mensenrechten’. Het is niet leuk om te zeggen, maar het is wel wat we in de praktijk doen.”