Studenten Design Academy: elke seconde telt voor het klimaat

Expo Design Academy & Dutch Design Week Klimaat staat bij de 200 afgestudeerden van de Design Academy hoog op de agenda. Hun werk is tijdens de Dutch Design Week te zien op een expositie in Eindhoven. Hier lichten we er vier projecten uit.

Floor van der Wal, The Impact of every Second
Floor van der Wal, The Impact of every Second Foto Nicole Marnati

Het redden van de planeet duldt geen uitstel meer. Die gedachte spreekt uit het werk van vele van de ruim tweehonderd eindexamenstudenten van de Design Academy Eindhoven. De zogeheten Graduation Show is vast hoogtepunt van de Dutch Design Week (DDW), met naar verwachting 350.000 bezoekers het grootste designfestival van Noord-Europa.

Wat de implicaties zijn van uitstelgedrag met betrekking tot klimaatmaatregelen laat student Floor van der Wal zien met een brandende klok die duidelijk maakt dat elke seconde telt. Want in dat korte tijdsbestek smelt op aarde een ijsblok van 38.000 kubieke meter en wordt 400 vierkante meter grond blijvend ongeschikt voor landbouw of natuur.

Jelle Seegers smelt metaal in de warmte van de zon en maakt er machineonderdelen van

Jelle Seegers, Solar Metal Smelter. Foto Iris Rijskamp

Over vijf jaar, zegt Jelle Seegers (23), hoopt hij een bijna energieneutrale werkplaats te leiden die het ritme van de natuur volgt. Als de zon schijnt is het tijd voor metaalgieten, als het waait voor zagen, boren en frezen. En bij bewolkt en windstil weer zal het ‘weekend’ zijn. Seegers ontwikkelt gereedschap dat natuurkrachten direct vangt. „Zonnepanelen en windmolens wekken elektriciteit op. Ik doe een stap terug in de tijd en wil zon en wind direct gebruiken als energieleverancier voor gereedschap. Zeg maar zoals de molenaar vroeger met windkracht graan maalde.”

Als kind knutselde Seegers van takken, stenen en twijgen al hakbijlen. Op de Design Academy ging hij iets experimenteler en grootser te werk. Hij studeert af met zijn Solar Metal Smelter. Dankzij een enorm ‘vergrootglas’ van polycarbonaat kan hij bij zonnig en helder weer met gemak zink smelten, dat een smelttemperatuur heeft van 420 graden Celsius. En met een veel grotere lens met een diameter van een meter of zeven zou hij zelfs staal kunnen smelten.

Van het gesmolten zink giet Seegers in zandvormen de machineonderdelen van een met de voet aangedreven machine voor het slijpen van handgereedschap. Het idee dat we een botte schaar of boor weggooien omdat het goedkoper is om een nieuwe te kopen noemt hij verspillend. Hoog tijd, zegt hij, om onze ecologische voetafdruk drastisch te verkleinen.

Yassine Ben Abdallah maakt met ‘bitterzoete’ kapmessen slavenarbeid op plantages tastbaar

Yassine Ben Abdallah,The Bittersweet Memory of the Plantation. Foto Femke Reijerman

De geschiedenis en cultuur van de onderdrukten worden zelden belichaamd in materiële objecten. En dat geldt zeker voor de slaafgemaakte arbeiders van de suikerrietplantages op Réunion, de voormalige Franse kolonie in de Indische Oceaan. Dat ontdekte Yassine Ben Abdallah (28), de Franse student die op het eiland is geboren. De economie van Réunion stoelt sinds het begin van de negentiende eeuw op de suikerrietindustrie. Maar in het Plantagemuseum op het eiland hebben alle tentoongestelde objecten slechts betrekking op de witte plantagehouders.

Hoe kon hij de verhalen van de arbeiders vertellen zonder voorwerpen die getuigen van hun bestaan? Dat probleem loste Abdallah op door machetes van suiker te maken. Deze messen werden niet alleen gebruikt om het riet te kappen, maar ook om de slaafgemaakte arbeiders onder de duim te houden. Zijn suikermessen druipen daarom, zegt de ontwerper, het gewelddadige verleden kleeft eraan vast. The Bittersweet Memory of the Plantation is de naam van zijn project.

Abdallah is met het Plantagemuseum in gesprek over een tentoonstelling. „Zo’n expositie is een manier van rouwverwerking: hoe kunnen we genezen van zo’n verleden.”

Josha Veldheer laat consumenten voelen hoeveel water nodig is voor koffie, thee en softijs

Josha Veldheer, Aquifer

Wat kan ik persoonlijk doen aan het dreigende watertekort? Als student aan de Design Academy heeft Josha Veldheer (22) zich verschillende malen met die vraag beziggehouden. Ze studeert af met een project dat volgend jaar te zien zal op rondreizend theaterfestival De Parade. Veldheer wil de bezoekers op een speelse manier bewustmaken van de watervoetafdruk van hun consumptiekeuzes. Dat doet ze met ‘fysieke infographics’: glazen installaties die de waterverspilling inzichtelijk maken. Op drie podia vergelijkt ze de hoeveelheden water die gemoeid zijn met de productie van twee vergelijkbare, veel bestelde consumpties op De Parade: een kop koffie of thee, een glas bier of een glas wijn, een koek of een softijsje.

De verschillen zijn enorm. Voor de productie van koffie, wijn en softijs is veel meer water nodig dan voor thee, bier en koek. Vergelijk een kop koffie met thee: 140 liter tegen 30 liter. Voor het irrigeren van koffieplanten moet veel grondwater worden opgepompt. De waterrekening voor een cappuccino is door de melk nog aanzienlijk hoger: 200 liter.

Onderdeel van de installatie is een waterzuiveraar. Festivalbezoekers kunnen ervaren hoeveel tijd en moeite het kost om 5 liter water te zuiveren. Josha Veldheer: „Voor één cappuccino moeten ze die handeling dus veertig keer herhalen.”

Damián Cehlárik brengt met een Slowaakse kast de verfoeide geschiedenis terug

Damián Cehlárik, Housing Society. Foto Ronald Smits

Wis de materiële erfenis van het gehate verleden niet uit. De uit Slowakije afkomstige ontwerper Damián Cehlárik (26) heeft voor zijn eindexamenproject een grote kast gemaakt die zijn landgenoten en andere Oost-Europeanen onmiddellijk zullen herkennen als een variant op een standaard meubelstuk uit de communistische tijd. Omdat deze meubels en de flatgebouwen waarin ze stonden gezien worden als symbolen van verfoeide regimes, worden ze massaal vernietigd. En helaas vervangen, zegt Cehlárik, door gebouwen en meubels van mindere kwaliteit. Zijn kast is een metafoor, een conversation piece, waarmee hij hoopt te bereiken dat de onmin over het verleden losgekoppeld wordt van de afwijzing van de materiële erfenis. Dat de meubels uit zijn land betekenisvol zijn is buiten zijn land al erkend, zegt hij. „Meubels die Slowaken weggooien zie ik hier in antiekzaken naast Scandinavisch design.”

Cehlárik hoopt met zijn project naam te maken in eigen land. Zijn droom is om het gesloopte interieur van het Slowaakse nationale radiostation in Bratislava te mogen reconstrueren. Dit in 1983 voltooide gebouw, een 80 meter hoge omgekeerde piramide, is volgens hem van grote schoonheid en verdient het om in oude luister te worden hersteld.

Lees ook: Misleid de bewakingscamera met een paar onverwachte dansmoves