Compensatie voor energiekosten cultuursector lijkt nabij

Steunpakket cultuursector Culturele instellingen zuchten onder de sterk stijgende energiekosten, maar vallen buiten de twee landelijke compensatieregelingen. Ze hopen op een derde steunpakket.

Bij het Chassé-theater in Breda liep de energierekening dit jaar op van 250.000 euro naar ruim 1 miljoen euro.
Bij het Chassé-theater in Breda liep de energierekening dit jaar op van 250.000 euro naar ruim 1 miljoen euro. Foto Branko de Lang/ANP

De culturele sector is in gesprek met de regering om steun te krijgen voor de sterk gestegen energieprijzen, het liefst zonder dat de kosten daarvan (volledig) uit het budget van staatssecretaris Gunay Uslu (cultuur, D66) moet komen. Uit gesprekken met verschillende bronnen blijkt dat het waarschijnlijk is dat zo’n energiecompensatie-regeling er zal komen, hoewel dat pas uiterlijk 1 december bij de Najaarsnota aan de Tweede Kamer zal hoeven worden gemeld.

Tot nu toe heeft dit kabinet twee grote pakketten aangekondigd om te helpen met de sterk stijgende energiekosten: voor huishoudens en zzp’ers (pakket 1) en voor energie-intensieve mkb-bedrijven (pakket 2). En hoewel veel makers en zzp’ers uit de culturele sector nu dus wel worden geholpen, vallen culturele organisaties en instellingen onder geen van beide regelingen, net als andere (semi-)collectieve instellingen als zwembaden en verzorgingshuizen.

Lees ook: Musea hebben geen reserves meer en vrezen hoge energiekosten

Terwijl ook musea, podia en gezelschappen last hebben van sterk stijgende energiekosten. Zo is de energierekening van het Chassé Theater in Breda dit jaar gestegen van 250.000 euro naar ruim 1 miljoen euro. TivoliVredenburg, dat sinds begin dit jaar een energiecontract heeft met flexibele kosten, betaalt in plaats van de gebruikelijke 400.000 euro dit jaar 1,5 miljoen euro en dat kan volgend jaar nog verder oplopen. Musea die niet veel op energie kunnen bezuinigen zitten ook klem. Zo zal Museum Thorn deze winter gesloten zijn vanwege de onverwacht hoge energiekosten en moet het Glasmuseum in Leerdam de glasblazerij sluiten.

Mkb-regeling

De sector hoopte tot voor kort dat zij ook onder de mkb-regeling zouden kunnen vallen. De Tweede Kamer had tijdens de algemene politieke beschouwingen eerder deze maand een motie aangenomen van onder anderen Jan Paternotte (D66), om naast het mkb ook culturele instellingen te helpen met energiekosten. Premier Mark Rutte (VVD) stelde daaraan toen de voorwaarde dat eventuele steun voor de culturele sector uit het eigen budget van het ministerie van OCW moest komen, en los zou staan van de mkb-regeling. Deze voorwaarde, dat de zogeheten vakministeries de kosten moesten dragen, gold ook voor andere instellingen uit de (semi-)collectieve sector als verzorgingshuizen, zwembaden en wijkcentra.

De culturele sector heeft nog wel geprobeerd in de mkb-regeling te komen, maar uit het pakket dat minister Adriaansens van Economische Zaken (VVD) eind vorige week bekend maakte, blijkt dat dat niet is gelukt. Dat komt omdat culturele instellingen volgens de eisen van het pakket niet ‘energie-intensief’ genoeg zijn. Om voor de mkb-compensatie in aanmerking te komen moet een onderneming meer dan 12,5 procent van zijn omzet uitgeven aan energiekosten.

Uit een voorlopige rondgang van de taskforce culturele en creatieve sector bleek dat de energiekosten van theaters tussen de 7 en 12 procent van de omzet ligt, voor musea tussen de 5,3 en de 7,5 procent, en voor poppodia tussen de 4 en 8 procent. Minister Adriaansens schrijft: „Voor de (semi-)collectieve sector wordt momenteel door de verschillende beleidsdepartementen bezien in hoeverre hogere energiekosten een probleem vormen en wat daar een passende oplossing voor kan zijn. (…) Ook zij hebben uitdagingen met betrekking tot de hoge energieprijs, vooral omdat zij niet altijd de hogere prijzen kunnen doorrekenen.”

Geen reserves meer

Jeroen Bartelse, directeur van TivoliVredenburg en lid van de taskforce is er nog niet gerust op. „Het is heel erg goed nieuws dat de makers en zzp’ers geholpen zijn met de eerste compensatieregeling. Maar ook de culturele organisaties hebben hard hulp nodig, omdat zij de stijgende energielasten zelf niet goed kunnen opvangen.” De reserves in het overgrote deel van de sector zijn door de corona-jaren op, zegt hij, vooral bij instellingen die afhankelijk zijn van financiering door de gemeente. Verschillende gemeenten hebben tijdens de coronamaatregelen ‘hun’ culturele instellingen extra gesteund, maar veel ook niet – een aanzienlijk deel van de gemeenten heeft financiële problemen. Er zijn Bartelse geen voorbeelden bekend van gemeenten die culturele instellingen energiecompensatie geven.

Culturele instellingen kunnen maar beperkt bijsturen door prijzen aan te passen. „Veel tickets zijn al vooruit verkocht, en contracten en budgetten liggen al lang van tevoren vast terwijl de kosten om programma’s uit te voeren blijven stijgen.” En, misschien wel het belangrijkste, zegt Bartelse: hogere prijzen betekenen dat cultuur minder toegankelijk wordt. „Dat is onwenselijk bij sectoren die door de overheid juist worden medegefinancierd vanwege de belangrijke maatschappelijk effecten.”