Opinie

Burn-out Kamerleden is toch echt vooral een politiek probleem

Werkdruk Dat Kamerleden omvallen is niet omdat het werk an sich zo zwaar is, stelt . Veel spanning kan eenvoudig worden weggenomen als parlementariërs taboes willen doorbreken.

Kiki Bakker, die politici coacht, had maar voor een deel gelijk toen ze in NRC (18/10) stelde dat de politieke cultuur leidt tot afhakende Kamerleden. Voor ten minste een stevig deel zijn het namelijk vooral verkeerde keuzen en politieke onwil die maken dat een doorsnee-Kamerlid het zwaar heeft.

Sommige dingen zijn eenvoudig op te lossen.

Vrijwel elk Kamerlid is weleens bijna de vangrail ingereden omdat hij na een spreekbeurt rond een uur of elf ’s avonds terug naar huis reed. Let wel: die dag is dan om een uur of zeven begonnen en de trein terug nemen is op dat tijdstip vaak niet mogelijk. Duitse parlementariërs kunnen, in ieder geval binnen Berlijn, gebruik maken van een chauffeursdienst. Je kunt werken of uitrusten als een ander voor je rijdt; niet voor niets beschouwen veel ministers hun dienstauto als het verlengde van hun werkplek.

Hoongelach voor wie in Nederland zou voorstellen dat ook een Kamerlid gereden zou moeten worden. Hoongelach, gebaseerd op dezelfde merkwaardige angst voor populisme om niet te kiezen voor een wat duurdere verbouwing van de Tweede Kamer dan nu gebeurt door op de oude plek te blijven zitten in plaats van in het huidige doodse gebouw. Omdat de SP en de PVV zouden gaan roepen dat het een schande is om ‘zo goed voor jezelf te zorgen’ is zo’n autovoorstel al bij voorbaat kansloos. Andere partijen durven zoiets dan simpelweg niet meer aan – nee, ook de VVD niet, heb ik ervaren. Toch zou het flink schelen in de werkdruk.

Minder detailgeneuzel

Nog een eenvoudige suggestie: geef Kamerleden weer een eigen budget, dat ze zelf mogen besteden voor ondersteuning. In 1997 is dat via de fracties gaan lopen, waar ook het budget voor beleidsondersteuning terechtkwam. Iedereen schreeuwt om betere bewerktuiging van het individuele Kamerlid, maar het merkwaardige is dat het onderzoeksbudget van de Kamer als geheel steeds maar niet opkomt. Verstrek dat weer aan Kamerleden, met wel een paar heldere waarborgen zoals geen familieleden in dienst te nemen. Vervolgens kan ieder Kamerlid twee à drie medewerkers aannemen. Over dat individuele recht op eigen invulling ging overigens het conflict dat oud-collega Khadija Arib in het verleden met de PvdA-fractie had – maar dat terzijde.

Lees ook dit opiniestuk van oud-Kamerlid Zihni Özdil: Hoe de Kamer een burn-outfabriek werd

Ook simpel: laat Kamerleden louter wanneer zij daar behoefte aan hebben een beroep doen op een ‘pool’ van ervaren, professionele woordvoerders, die niet in dienst zijn van de fracties, maar van de Kamerorganisatie. Zij zijn neutraler, objectiever en zullen minder als spion voor hun fractieleidingen opereren. Geloof me, dat zal veel spanning en druk wegnemen in vergelijking met de huidige situatie, waar ze maar al te vaak als fractiewaakhonden fungeren.

Verder natuurlijk het oude liedje: minder moties, minder uitweidingen, minder detailgeneuzel, minder debatten (ik herinner me er eentje over een individuele ooievaar), minder Kamervragen, minder leeswerk. Iedereen roept het al jaren, maar het wórdt alleen maar erger. Nu leden omvallen misschien een reden er wél eens serieus wat aan te doen?

Zeker: de politieke cultuur van flink doen is ook een factor van belang. Maar beslist niet de enige.

Karakter en levenservaring

Het allerbelangrijkste is dat Kamerleden door hun partijen veel en veel zorgvuldiger gerekruteerd moeten worden op, het hoge woord moet er maar eens uit, karakter en levenservaring. Je moet als je eenmaal in die bankjes zit warempel ook nee kunnen zeggen en grenzen stellen. Voor jezelf en voor je omgeving.

Daarbij past het radicaal afschaffen van de ‘klasjes’ die partijen inrichten, gericht op het drillen van nieuwe Kamerleden op in het nieuws komen, het bespelen van sociale media en het leren spreken in soundbites. Dat afgericht-zijn op het nieuws van iedere minuut, kweekt niet alleen Kamerleden die wetgeving amper serieus nemen en de plenaire zaal van de Kamer vooral als een tv-studio beschouwen, maar creëert ook enorm veel stress. Politieke partijen moeten daar acuut mee stoppen en zorgen voor een ander type Kamerlid.

En, nog zo’n taboe, betaal dat Kamerlid-nieuwe-stijl (eigenlijk: oude stijl) beter, verhoog de salarissen. Een absolute topambtenaar kan nu twee keer zoveel verdienen als een Kamerlid, afgerond respectievelijk twee ton tegen één ton. Nee, dat betekent niet dat het salaris van die topambtenaar omlaag moet, zoals ik de populisten alweer hoor roepen, want goed bestuur is zeer gediend bij uitstekende topambtenaren – die in het bedrijfsleven al snel meer verdienen. Bij een hoger salaris zul je ook betere mensen de Kamer kunnen binnenhalen.

Fractievoorzitters met lef zouden bij elkaar moeten gaan zitten, niet om vrijblijvend wat te filosoferen over een betere politieke cultuur, maar om gezamenlijk een paar concrete voorstellen te doen tot verbetering. Ze liggen voor het oprapen.