Recensie

Recensie Film

Engelse huishoudster verovert Parijs

Komedie In ‘Mrs. Harris Goes to Paris’ raakt een schoonmaakster geobsedeerd door een Dior-jurk en belandt in Parijs. Intussen worden er wat noten gekraakt over het snobisme van de gegoede klasse.

Lesley Manville als Mrs. Harris en Lucas Bravo als André Fauvel in ‘Mrs. Harris Goes to Paris’.
Lesley Manville als Mrs. Harris en Lucas Bravo als André Fauvel in ‘Mrs. Harris Goes to Paris’. Foto Dávid Lukács

De opgewektheid van de Londense schoonmaakster Ada Harris (Lesley Manville) werkt aanstekelijk. Hoewel sommige werkgevers haar niet op tijd betalen, stofzuigt zij stralend vieze tapijten, maakt ze vrolijk kamers schoon en hangt ze neuriënd jurken terug in de kast.

Op een van die jurken, gemaakt door Christian Dior, wordt zij ogenblikkelijk verliefd. Oorlogsweduwe Mrs. Harris wil ook zo’n schitterende creatie, dus slaat zij aan het sparen, doet ze mee aan de toto en wedt ze op honden. Uiteindelijk reist Ada naar Parijs, waar zij het atelier van Dior bezoekt en een dure haute couture-japon uitkiest. Die wordt voor haar op maat gemaakt, waardoor haar verblijf in Parijs wat langer duurt dan gepland.

Ondertussen wordt Ada het hof gemaakt door een Franse markies, speelt zij voor koppelaarster tussen de jonge accountant van Dior en hun topmodel en krijgt ze het aan de stok met de ijzige bazin van Dior, de hautaine Claudine (Isabelle Huppert).

Mrs. Harris Goes to Paris, naar een boek van Paul Gallico, speelt zich af in 1957. De lichtvoetige film van de Britse regisseur Anthony Fabian presenteert Parijs expres als clichématig prentenboek, met vrolijke clochards, beroemde bezienswaardigheden en snobistische intellectuelen.

Ongecompliceerde romantiek

Dat de lichtstad geplaagd wordt door stakende vuilnismannen is zowel grappig – in Frankrijk staken ze immers altijd – als functioneel: in de plot speelt een staking een grote rol.

Mrs. Harris is ogenschijnlijk een en al oppervlakte, met z’n oogstrelende Dior-jurken, het geromantiseerde Parijs en de ongecompliceerde romantiek. Toch worden er wat noten gekraakt over de onzichtbaarheid van schoonmaaksters en het snobisme van de gegoede klasse. Het existentialisme van Jean-Paul Sartre, met name zijn magnum opus Het Zijn en het Niet, met z’n nadruk op schijn en wezen, speelt een aardige bijrol: zijn wij in essentie wie wij lijken te zijn (bijvoorbeeld schoonmaker) of zit er meer achter deze façade, deze existentie?

De mens wordt bepaald door wat hij of zij doet, wat in het geval van de empathische Mrs. Harris vooral betekent dat zij goed doet voor anderen. Dat deze tikje naïeve ‘bescheiden’ vrouw alle Fransen een lesje leert, is natuurlijk geestig. Maar uiteindelijk is Mrs. Harris Goes to Paris iets te veel een niemendalletje, even vrolijk en opgewekt als Ada Harris, waardoor deze filosofische gedachten niet echt beklijven. Als dat al de bedoeling was.