Balinese vorst hoort als laatste van Indonesische eis tot teruggave roofkunst

Koloniale cultuurgoederen Indonesië wil kunstwerken en natuurwetenschappelijke collecties terug van Nederland. Dat verzoek wekt in beide landen onrust.

Bord van Eugene Dubois dat deel uitmaakt van de collectie-Dubois in museum Naturalis in Leiden.
Bord van Eugene Dubois dat deel uitmaakt van de collectie-Dubois in museum Naturalis in Leiden. Foto Remko de Waal/ANP

De Indonesische eis voor terugkeer van geroofd erfgoed kwam niet als een verrassing. Maar de lijst die directeur-generaal van Onderwijs en Cultuur, Farid Hilmar, in juli aan staatssecretaris Uslu (Cultuur en Media, D66) overhandigde, veroorzaakt enige beroering.

Afgelopen weekend werd duidelijk dat er acht specifieke collecties en voorwerpen worden geclaimd, onder anderen van de Nederlandse onderzoeker Eugène Dubois. Op de lijst staan onder meer de wereldberoemde, half miljoen jaar oude Java-schedel en een collectie van 40.000 fossielen uit Museum Naturalis. Het museum gaf al aan zich af te vragen hoe die collectie in Indonesië zal worden onderhouden.

Ook aan Indonesische zijde wekt de lijst onrust. Zo hoorde de koning van Klungkung pas vandaag dat Indonesië eigendom claimt van de kris (dolk) die door zijn voorvader is gebruikt tijdens een collectieve zelfmoord in 1908. „‘Ik weet van niets’, zei de koning zojuist tegen mij”, vertelt Rodney Westerlaken telefonisch vanuit Bali. Westerlaken is gepromoveerd op Indonesische cultuur aan de Udayana Universiteit en is sinds enkele jaren woordvoerder van de Balinese koning Ida Dalem Semaraputra in Klungkung. Al jaren zou de koning geroofd erfgoed dat in Nederland ligt, waaronder bijzondere rituele voorwerpen, graag terugzien in zijn paleis.

Lees ook: Roofkunst terug? Graag, maar niet naar Jakarta, zegt de koning van Klungkung op Bali

Toen het vorstendom in 1908 door Nederlandse troepen werd aangevallen, pleegde de familie om niet in vijandelijke handen te vallen collectief suïcide, een puputan. De troepen plunderden het paleis. Een deel van het erfgoed werd naar Nederland gebracht.

„Let wel, Indonesië bestond toen nog niet als natie. Nederland viel het Balinese vorstendom Klungkung aan”, zegt Westerlaken. „De koning vreest nu dat de staat Indonesië de voorwerpen in Jakarta zal houden. Terwijl hij graag wil dat de voorwerpen teruggaan naar zijn paleis.”

Emotionele lading

Juist de kris heeft een emotionele lading. „Een kris uit diezelfde puputan ligt in het Nationale Museum in Jakarta”, zegt Westerlaken. In 2008 was het wapen ter gelegenheid van de herdenking van de puputan in het Klungkung-paleis. „Toen een familielid het voorwerp vasthield, raakte hij in trance. Hij ging praten in de stem van de prins die er zelfmoord mee had gepleegd tijdens de Nederlandse aanval. Je kunt zeggen, we moeten wel nuchter blijven, maar de gebeurtenis geeft aan hoeveel het voorwerp betekent voor de mensen hier. De koning en zijn gemeenschap willen dit erfgoed niet zomaar in een etalage zetten, zoals de kris in Jakarta is overkomen. Ze willen de kris die nu op lijst staat graag terugbrengen en gebruiken bij de rituelen die nog altijd worden uitgevoerd.”

Schedelkapje van de Javamens, onderdeel van de collectie-Dubois in museum Naturalis in Leiden. Foto Remko de Waal/ANP

Historicus Bonnie Triyana, lid van de Indonesische repatriëringcommissie (van gestolen erfgoed), was afgelopen juli bij de overdracht van de lijst. „De lijst is een aanzet, een start van het repatriëringsproces. Er komt later nog een uitgebreidere lijst. Die is er nog niet”, zegt hij telefonisch. „Deze acht zijn gekozen omdat al deze voorwerpen en collecties al heel lang op de Indonesische verlanglijst staan. De schedel en de collectie-Dubois zijn al vele malen genoemd in gesprekken tussen vertegenwoordigers van beide landen. Al sinds 1954.”

Raad voor Cultuur

In 2020 adviseerde de Raad voor Cultuur onder leiding van Lilian Gonçalves - Ho Kang You dat gestolen koloniaal erfgoed onvoorwaardelijk moet worden teruggegeven. „Zij laat de bestemming van de teruggeëiste roofkunst over aan de Indonesische staat”, zegt Westerlaken.

Meerdere Indonesische vorstenhuizen overwegen inmiddels een claim op erfgoed dat in de koloniale tijd is gestolen. En in een eerder interview verklaarde Hilmar Farid dat de voorwerpen die terugkomen hoe dan ook in bezit komen van de landelijke regering. „Als private partijen voorwerpen gaan claimen, wordt het totale chaos, daar kunnen we niet aan beginnen.”

Maar er zijn dus mogelijk meerdere ‘stakeholders’. Naast nazaten van vorstenhuizen wellicht ook gemeenschappen uit gebieden die een gespannen relatie hebben met de Indonesische overheid, zoals West-Papoea en de Molukken. Eigendomclaims van voorwerpen uit de Molukken en West-Papoea zouden voor controverse kunnen zorgen. Lokale gemeenschappen willen mogelijk niet dat hun geroofde erfgoed naar de staat gaat.

Onrecht

Toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen, stond destijds achter het advies voor teruggave: „Hiermee neemt Nederland zijn verantwoordelijkheid door het onrecht te erkennen en teruggave mogelijk te maken”, stelde hij in een statement. Ook erkende het museum mogelijke frictie in eigenaarschap. „Daarnaast zien we in het advies dat alleen een natiestaat kan claimen. Dit biedt niet altijd een oplossing voor inheemse gemeenschappen met hun wens om bepaalde objecten terug te vragen.”

Het is niet bekend wanneer Indonesië de rest van de lijst zal opstellen. Volgens onderzoekers liggen er naar schatting 300.000 voorwerpen in Nederlandse collecties die koloniale roofkunst zouden kunnen zijn. Een commissie, ook onder leiding van Gonçalves, zal zich buigen over de herkomst van geclaimde voorwerpen op de lijst van afgelopen juli.