Een foute koppeling is een absolute nachtmerrie, zegt deze Spoorloos-fixer

Fixers Onderzoekers die voor tv-programma Spoorloos adoptiekinderen aan hun biologische ouders koppelen, trekken alles uit de kast. Toch leidt maar zo’n 10 procent van de zaken tot een match, vertelt ‘fixer’ Liza da Silva.

Derk Bolt in een aflevering van Spoorloos uit 2019.
Derk Bolt in een aflevering van Spoorloos uit 2019. Still KRO-NCRV

Liza da Silva noemt zichzelf liever ‘detective’ dan ‘fixer’. Haar werk staat in de belangstelling sinds vorige week werd onthuld dat het populaire tv-programma Spoorloos adoptiekinderen aan de verkeerde biologische ouders koppelde.

Het programma krijgt veel „negatieve aandacht”, zegt Da Silva, die tussen de vijf en tien opdrachten voor Spoorloos deed. De essentie van wat ze doet is „onderzoeken” en „informatie aanleveren”.

Afgelopen woensdag had de Colombiaanse fixer Edwin Vela een belangrijke rol in de uitzending van het tv-programma Oplichters Aangepakt van journalist Kees van der Spek. In de aflevering is te zien hoe hij tot twee keer toe betrokken is bij een mismatch. Het verhaal begint bij een jonge vrouw uit Assen die samen met haar vriendin ontdekt dat haar zogenaamde biologische moeder helemaal niet haar biologische moeder is. De twee zoeken samen nog een tweede geval uit, ook daar blijkt sprake van een verkeerde match.

Het goede nieuws: in dit tweede geval vinden ze – weliswaar tien jaar later – de echte biologische moeder van het adoptiekind, inmiddels een volwassen man. Dit keer weet de man het zeker, de match wordt bevestigd met een dna-test. Sinds de uitzending onderzoekt KRO-NCRV veertien andere matches die door fixer Edwin Vela zijn gemaakt. Betrokkenen zeggen tegen de NOS dat het in nog minstens vijf gevallen is misgegaan.

Hoe gaan deze ‘fixers’ te werk? En hoe uitzonderlijk is een geval als dat van Vela?

Het werk van deze ‘researchers’ is allesbehalve eenvoudig, zegt een fixer werkzaam in Oost-Azië, die niet met haar naam in de krant wil vanwege privacy-redenen. Telefonisch vertelt ze over haar ervaringen als betaald onderzoeker voor Spoorloos – jaren geleden. Haar laatste zaak voor Spoorloos was rond 2008. Inmiddels werkt ze voor andere media.

„Ik kreeg van Spoorloos documenten aangeleverd met namen erop, soms zelfs een adres”, zegt de fixer. Maar vaak klopten de adressen niet meer. Dat beaamt fixer Da Silva. Soms kloppen de namen zelfs niet. „In Brazilië had ik eens een zaak waarbij een minderjarige moeder bij het weeshuis de naam van haar moeder had opgegeven.”

Da Silva deed haar opdrachten voor Spoorloos vrijwillig: „Je moet geen geld willen verdienen aan andermans tranen.” Zo’n tien jaar geleden begon ze haar eigen stichting waarmee ze biologische ouders van adoptiekinderen opspoort. Ze werkt vanuit Nederland en heeft veel contacten in Brazilië.

Je moet geen geld willen verdienen aan andermans tranen

Liza da Silva ‘fixer’

De fixers trekken alles uit de kast om de families van adoptiekinderen op te sporen: lokale databases, straatinterviews, de lokale kinderbescherming, het weeshuis, stichtingen betrokken bij de adoptie. De fixer in Azië: „En soms lukt het alsnog niet. Bijvoorbeeld omdat de werknemers van het weeshuis te oud zijn geworden om zaken nog goed te herinneren.” Ze denkt dat in de jaren dat ze voor Spoorloos werkte ze maar ongeveer tien procent van de zaken oploste. „Daar deed Spoorloos verder niet moeilijk over, bij twijfel gold: geen match.”

Is het familielid eenmaal gevonden, dan kan het werk dankbaar zijn, zegt de fixer in Azië. „Het gaf veel voldoening als ik de moeder van iemand vond.” De fixer opereerde voornamelijk alleen, zonder tussenkomst van een correspondent. „Spoorloos vroeg me om uitgebreid te rapporteren over details en stelde veel vragen.”

Het werk heeft een schaduwzijde, zegt fixer Da Silva. „Het is een absolute nachtmerrie om een verkeerde koppelactie te maken.” Het afnemen van een dna-test is cruciaal, zegt ze. Dat beaamt de fixer in Oost-Azië. Tot 2008, toen zij voor Spoorloos werkte, kwamen er meestal geen dna-testen aan het onderzoek te pas.

Da Silva was „verbijsterd” toen ze hoorde dat Spoorloos pas sinds 2019 standaard gebruikmaakt van dna-testen. De testen zijn al veel langer beschikbaar. „Als er lokaal geen commercieel laboratorium of groot ziekenhuis is, kun je een wangslijmmonster per aangetekende post naar Nederland laten versturen. Het enige dat je nodig hebt is een schoon wattenstaafje van de drogist, rubberen handschoenen, een beschermende envelop. Ik heb families hier vaak bij geholpen.”

‘Tijdrovend proces’

Spoorloos test inderdaad sinds 2019 standaard op dna, laat een woordvoerder van KRO-NCRV weten. Maar ook daarvoor, sinds 2000, werden dna-testen gebruikt bij het verifiëren van een match. „In het begin enkele keren per jaar bij gevallen van twijfel, in de loop van de tijd steeds vaker.” Voorheen was het testen op dna „een zeer tijdrovend proces”, aldus de woordvoerder.

Still KRO-NCRV

Verschillende bronnen werkzaam in adoptie-onderzoek en een Nederlands ziekenhuis bevestigen dat de dna-testen op basis van wangslijm sinds de eeuwwisseling toegankelijk werden. Aanvankelijk kon dit alleen bij het ziekenhuis en kostte dat rond de 1.500 gulden. Inmiddels kost het zo’n 1.000 euro bij het ziekenhuis en minder dan 200 euro bij een commercieel laboratorium.

Amanda Janssen van de stichting Sri Lanka-DNA helpt geadopteerden hun biologische familie te vinden. Over Spoorloos zegt ze: „Ik was eerlijk gezegd zeer verbaasd dat ze het zo lang zonder standaard dna-testen deden. Dna liegt niet.” Haar eigen stichting doet dit vanaf het begin, in 2017. Op de website kun je voor 69 euro een test bestellen.

Janssen is zelf geadopteerd uit Sri Lanka, „met valse papieren”. Sinds zij zelf zwanger werd, is zij op zoek naar haar biologische familie daar. Zelf heeft ze al twee keer een mismatch gehad, die aan het licht kwam door dna-controle.

Dna-testen zijn dus de heilige graal van onderzoeksmethodes in de adoptiewereld. Toch zijn er ook andere manieren om een match vast te stellen, zeggen Da Silva en de fixer in Oost-Azië. Een veelgebruikte „truc” is om de naam en geboortedatum van het kind niet te vertellen aan de biologische moeder, zegt Da Silva. „Ik zeg alleen dat ik goed nieuws heb: je kind is op zoek naar je.” Als de biologische moeder de naam en geboortedatum kan bevestigen, zegt dat veel. Een andere methode, volgens de fixer in Azië, is om een tante of oma te ondervragen. Bovendien kun je door fysieke kenmerken een niet-pluisgevoel krijgen.

Da Silva biedt met haar stichting binnenkort tweehonderd biologische moeders in Brazilië de mogelijkheid om dna af te staan waarvan het profiel wordt opgenomen in een databank. Ze hoeven er niet voor te betalen. „Zo kunnen hopelijk nog vele matches worden volbracht.”

Met medewerking van Wilfred Takken.
Lees ook het interview met hoogleraar geschiedenis Marlou Schrover: Matchen gaat wel vaker mis, ‘soms met de beste bedoelingen’