De wereldeconomie ziet crisis na crisis. Maar waar blijft het antwoord van het IMF?

Financiële top Op de jaarvergadering van het IMF is men besluiteloos en verdeeld. Terwijl de problemen zo acuut zijn als in 2008. „De brandweer staat nog steeds in de kazerne.”

Klimaatactivisten protesteren op vrijdag 14 oktober buiten het hoofdkantoor van de Wereldbank, tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in Washington.
Klimaatactivisten protesteren op vrijdag 14 oktober buiten het hoofdkantoor van de Wereldbank, tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in Washington. Foto Olivier Doulery / AFP

Het zweet droop bijna van de muren toen de internationale financiële top in oktober 2008 bijeen was voor de jaarvergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De acute fase van wat later de ‘kredietcrisis’ zou gaan heten, was in volle gang en de daadkracht was enorm. Alles om te voorkomen dat er blinde paniek zou uitbreken bij spaarders, beleggers en bankiers. Het financiële systeem wankelde, en als er niets gebeurde spoedig ook de maatschappelijke orde. De boodschap uit Washington: wij zijn er, wat er ook gebeurt.

Tijdens de jaarvergadering van afgelopen week, veertien jaar later, is de crisis ook acuut. De wereldeconomie krijgt schok na schok na schok, zegt IMF-directeur Kristalina Georgieva bij het openen van de bijeenkomst.

Dat is geenszins overdreven. Er is de oorlog in Oekraïne, een voedselcrisis in armere landen, een energiecrisis in Europa. Er dreigt een scheuring tussen centrale banken en regeringen over het te voeren beleid om de wereldwijd hoge inflatie naar beneden te krijgen. De financiële markten zijn bloednerveus en opkomende en arme landen dreigen in financiële problemen te raken. En de wereld tolt nog na van de pandemie. Het klimaat, de grootste crisis van allemaal, wordt door zulke acute problemen zelfs ver naar de achtergrond gedrongen.

Toch verbazen veel deelnemers, zowel in de kamers waar overleg wordt gevoerd als in de gangen waarin van vergadering naar bijeenkomst wordt gegaan, zich ditmaal over de lauwe, besluiteloze sfeer. „Oproepen tot coördinatie van de coöperatie. Of tot coöperatie bij de coördinatie,” sneert de beroemde econoom Larry Summers een halve kilometer verderop bij een bijeenkomst van het International Institute of Finance – de mondiale club van banken. „Dit is het meest uitgebreide complex van uitdagingen dat ik ooit heb meegemaakt. En als ik eerlijk ben: de brandweer staat nog steeds in de kazerne.”

Tekenend is dat de G20, de club van belangrijkste landen voor de wereldeconomie waar Nederland tijdelijk ook bij hoort, deze week niet tot een gezamenlijk communiqué komt. Rusland, Saoedi-Arabië, China, de VS: de voortrazende geopolitieke fragmentatie dreigt van dit orgaan een verdeelde en besluiteloze club te maken. Na de kredietcrsis werd de G20 juist opgewaardeerd om snel te kunnen handelen.

Er is deze week één leidraad: het gevecht tegen inflatie moet de overhand houden. Dat is de boodschap van het IMF. Maar ook daarbij dreigt verlamming en onenigheid. Er klinkt in de meeste aangesloten landen óók de maatschappelijke roep om compensatie van de snel gestegen energieprijzen. Dat zorgt in veel landen voor spanningen tussen regering en centrale bank. Terwijl die laatste probeert met renteverhogingen de economie af te remmen om zo de inflatie naar beneden te krijgen, zien regeringen zich gedwongen gehoor te geven aan de maatschappelijke roep om de koopkracht op peil te houden, die met name door de hoge energierekening wordt uitgehold. En dat kan de economie juist aanjagen – of voorkomen dat de gewenste vertraging plaatsvindt.

Risico op stagflatie

De spanning tussen monetair en begrotingsbeleid die dat meebrengt geldt ook voor Nederland. Minister Kaag van Financiën noemt het in Washington „balanceren op het slappe koord”. Het kabinet trekt na eerdere energiesteun nu ook geld uit voor het instellen van een prijsplafond, waarbij wordt uitgegaan van 23,5 miljard euro aan kosten. Maar de onzekerheden zijn groot: het bedrag kan minder worden, maar ook oplopen tot meer dan 40 miljard euro.

Het IMF stelt kort gezegd dat dit soort steunmaatregelen ‘gericht, tijdelijk en gedekt’ moeten zijn. Kaag stelt in Washington dat landen zoals Nederland, die er de financiële ruimte voor hebben, van het IMF meer mogen doen, maar inderdaad, wél tijdelijk, en gericht. Het kabinet zoekt nog naar financiële dekking voor de extra energie-uitgaven, maar Kaag stelt ook dat de hele energiekwestie en de bijkomende kosten niet zomaar in 2023-2024 opgelost zijn. „We komen nog voor hetere vuren te staan.”

Een einde maken aan energiesteun wordt lastig. Volgens president Knot van De Nederlandsche Bank houden energie-experts er rekening mee dat de energieprijs misschien wel vijf jaar zo hoog blijft als nu. „En dan kan de steun verworden tot een openeinderegeling,” waarschuwt hij – een uitgave waaraan geen einddatum is gekoppeld.

Lees ook: Europa verliest nu zijn laatste gezag bij IMF

De Nederlandse regering ontleent volgens Knot „erg veel comfort” aan de huidige lage staatsschuld van nog geen 50 procent van het bbp, die ruimte suggereert om extra geld uit te geven. Knot roept de jaren zeventig in herinnering, toen de inflatie eveneens uit de hand liep. „Nederland had toen een staatsschuld van maar 40 procent van het bbp, veel lager dan nu. We hadden toen ook veel openeinderegelingen bij de overheidsuitgaven, en hebben gezien hoe snel de schuld alsnog kon exploderen.”

Nederland heeft er vervolgens lang over gedaan de stevige financiële reputatie die het nu heeft te herwinnen. Maar de eis dat steun ‘gericht, tijdelijk en gedekt’ moet zijn, ziet Knot nog niet terug in het huidige beleid. Terwijl dat wel kan: Alfred Kammer van het Europese bureau van het IMF zegt desgevraagd dat het beschermen van de armste 20 procent van de bevolking, mits goed gedaan, 0,4 procent van het bbp kost. Het beschermen van de armste 40 procent vergt 1 procent van het bbp. Maar de gemiddelde uitgaven van Europese landen zitten volgens Kammer nu al aan 1,8 procent. En de Nederlandse nog wat hoger. Duitsland trekt zelfs 200 miljard uit.

Voedselcrisis

Het dilemma in een notendop: het voorrang geven aan het bestrijden van de inflatie met stijgende rentes en een terughoudend begrotingsbeleid is logisch, en begrijpelijk. Het steunen van huishoudens en bedrijven is dat óók. Dat is, samengevat, het probleem van stagflatie – het tegelijk optreden van economische stagnatie én hoge inflatie – in de praktijk: er is maar één pijl beschikbaar voor twee doelen die ver van elkaar verwijderd zijn.

Het geldt eveneens voor de opkomende en armste landen: die worden getroffen door oplopende energieprijzen en voedselschaarste als gevolg van de oorlog. Er zijn, vooral in Afrika, inmiddels 365 miljoen mensen bijgekomen die een acuut risico lopen op verhongering. Decennia aan mondiale armoedebestrijding zijn nu al teniet gedaan.

Lees ook: Britse financiële onrust kan zomaar epidemie worden

Het westerse monetaire beleid van forse renteverhogingen en een dollar die in meer dan twintig jaar niet zo krachtig was zorgt voor meer problemen. Buitenlandse schulden zijn voor de armere landen onbetaalbaar aan het worden, en hun dalende munten maken import van energie en voedsel nog duurder dan hij al was. Er zijn vanuit het IMF en de Wereldbank al wat initiatieven van de grond gekomen, waaronder een snel in te zetten noodfonds waar al 37 miljard dollar aan is toegezegd. Maar zelfs zo’n bedrag zal onvoldoende zijn. Meer leed en ontevredenheid dreigt. Een krachtig en gezamenlijk initiatief blijft vanuit Washington voorlopig uit. „De schulden van deze landen moeten geherstructureerd worden”, zegt econoom Summers. „Maar iedereen kijkt naar elkaar: de publieke sector, de private sector, China. En er gebeurt niets. Deze week zal als niets anders worden herinnerd dan als een gemiste kans.”

Buiten de hekken waarmee IMF en Wereldbank deze week zijn afgesloten van de buitenwereld gaat dominee Susan Henry-Crowe op vrijdag een kleine groep voor in gebed. Zo’n twintig jaar nadat de Jubilee-beweging, uiteindelijk met succes, ijverde voor een grootschalige vergeving van schulden van de armste landen in de wereld, is Jubilee USA weer biddend ter plekke. Het is symbolisch voor de verlamming die binnen bij het IMF heerst: de ideeën moeten kennelijk van buiten komen. Of van boven.