Analyse

Parlementaire enquête maakt duidelijk dat geld altijd dominant was bij de besluitvorming over de gaswinning

Parlementaire enquête Bijna zeventig getuigen werden verhoord bij de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen.

Eric Wiebes, voormalig minister van EZ en Klimaat, tijdens een verhoor van de parlementaire enquêtecommissie naar de Groningse gaswinning.
Eric Wiebes, voormalig minister van EZ en Klimaat, tijdens een verhoor van de parlementaire enquêtecommissie naar de Groningse gaswinning. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

‘De waarheid in dit belangrijke en complexe dossier boven tafel halen” was wat de parlementaire enquêtecommissie naar de Groningse gaswinning voor ogen stond. De openbare verhoren die in juni begonnen moesten vooral zichtbaar maken hoe zestig jaar gaswinning in Groningen – waar Nederland in ruim 400 miljard euro aan verdiende – ook „schaduwkanten voor gedupeerden” had, zoals commissievoorzitter Tom van der Lee als inleiding van elk verhoor herhaalde. De commissie concentreerde zich op twee perioden: de jaren rondom de aardbeving in Huizinge (2012), die in één klap duidelijk maakte dat de veiligheid van de Groningers in het geding was, en de besluitvorming in 2018 over het dichtdraaien van de gaskraan.

Hoewel het eindrapport pas in februari volgend jaar wordt verwacht, kan één conclusie alvast worden getrokken: de financiële belangen domineerden voor maar ook nog na ‘Huizinge’ in de besluitvorming. Niet alleen voor de oliemaatschappijen, ook voor de staat was de gaswinning een belangrijke inkomstenbron. Daarom was het voor topambtenaren van Economische Zaken (EZ) bijna vanzelfsprekend dat zij meer met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die het gas won, overlegden dan met de minister. Dat de gaskraan zou worden dichtgedraaid vóór het Groningen-veld was leeggepompt, leek tot 2018 ondenkbaar, ook al was er schade aan huizen, raakten gedupeerden verstrikt in bureaucratie en groeide in Groningen het wantrouwen tegen de overheid.

Pas toen het aantal schademeldingen bij elke beving opliep, groeide het bewustzijn dat er iets moest gebeuren. Minister Henk Kamp (VVD) beloofde de Groningers in 2015 binnen vijf jaar veiligheid. Er zouden 22.000 huizen en 1.500 andere gebouwen worden geïnspecteerd om ze zonodig preventief te versterken.

Maar dat bleek al snel een „onhaalbare belofte”, zag zijn opvolger Eric Wiebes (VVD). Die moest zowel de inmiddels gestagneerde schadeafhandeling weer aan de praat krijgen als de beloofde versterking van huizen op gang brengen, terwijl de zware bevingen elkaar opvolgden. Hij zag geen andere weg dan de gaskraan helemaal dichtdraaien.

In zeven weken tijd ondervroeg de commissie bijna zeventig mensen. Een overzicht van de belangrijkste groepen getuigen die werden verhoord.

Gedupeerde Frouke Postma-Doornbos kreeg hartproblemen en haar man raakte overspannen.
Foto Bas Czerwinski/ANP;
Mark Dierikx, directeur-generaal Energie van ministerie EZ, Landbouw en Innovatie.
Foto Martijn Beekman/ANP
Gedupeerde Frouke Postma-Doornbos kreeg hartproblemen en haar man raakte overspannen. Mark Dierikx, directeur-generaal Energie van ministerie EZ, Landbouw en Innovatie.
Foto’s Bas Czerwinski/ANP, Martijn Beekman/ANP

1. Bewoners

De bewoners centraal stellen. Het is een frase die regelmatig voorbij komt als het om Groningen gaat. In beleidsstukken, interviews met bestuurders en debatten in de Tweede Kamer. Tot grote ergernis van Susan Top, jarenlang secretaris van de maatschappelijke organisatie het Groninger Gasberaad: „Ik kan die woorden niet meer horen, want er is helemaal geen oog voor de bewoners”, zei ze tijdens haar verhoor.

Juist daarom wilde de enquêtecommissie dat de verhoren niet alleen óver de Groningse gedupeerden zouden gaan, maar zij zelf hun verhaal konden vertellen. Al op de eerste dag maakte paardenboer Sijbrand Nijhoff (81) indruk met zijn emotionele verhoor. Jarenlang kreeg hij geen erkenning dat de schade aan zijn boerderij door de bevingen kwam, daarom hoopte hij op zo’n zware beving „dat de schoorsteen door het dak” op hem zou vallen. „Dan was er tenminste een dooie gevallen. Dan was Den Haag tenminste wakker geworden.”

Inmiddels zijn zo’n 220.000 schademeldingen gedaan en wordt van 27.000 huizen onderzocht of ze moeten worden versterkt.

Zo’n 50 procent van de Groningers voelt zich onveilig, zei hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes (Rijksuniversiteit Groningen). Dat leidt tot flinke gezondheidsklachten. Maar ook tot spanning in gezinnen, vertelde Frouke Postma-Doornbos uit Schildwolde. Jarenlang ging al haar vrije tijd en die van haar man op aan het gesteggel over de schade van hun pand. Zij kreeg hartproblemen, hij raakte overspannen. En hun jongste zoon werd depressief. Ze had „gefaald als moeder”.

Melissa Dales, geestelijk verzorger in het gebied, vertelde dat mensen niet kunnen herstellen van de bevingen, omdat na de laatste klap een volgende volgt. In de dorpen ziet ze een sociale splitsing: de ene bewoner krijgt wel schades vergoed en de andere niet. Ze waarschuwde dat de kinderen in het aardbevingsgebied opgroeien met het idee dat de overheid beloftes nooit nakomt.

Lees ook: Veenstra’s huis is eindelijk veilig. Nu de duizenden andere huizen nog

2. Wetenschappers en toezichthouders

Vóór ‘Huizinge’ werden de veiligheidsrisico’s van de gaswinning „aanvaardbaar” geacht, vertelde oud-Shell-topman Pieter Dekker, omdat ervan werd uitgegaan dat de bevingen nooit zwaarder werden dan 3.9. De schade aan gebouwen zou beperkt blijven en het risico op letsel werd ingeschat als klein. De beving van Huizinge bleef met 3.6 onder die grens, maar de schade was veel groter dan verwacht. Toch stelden de ‘olies’ dat het verlagen van de gasproductie niet zou helpen. Dat zou hooguit de periode tussen de bevingen langer maken, baseerden zij op onderzoek van KNMI en TNO.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) had twijfels en besloot na de Huizinge-beving zelf onderzoek te doen. Na slechts twee weken onderzoek kwam de toezichthouder met verstrekkende conclusies: door de bovengrens van 3.9 ging een streep, veel zwaardere bevingen waren mogelijk, waardoor de veiligheid van bewoners in het geding was. Bovendien kwam het SodM tot de conclusie dat het verlagen van de gaswinning de bevingen wel degelijk kon verminderen. „In twee weken kwamen we erachter dat bij alles wat in de twintig jaar gezegd of gedaan was, vraagtekens konden worden gesteld”, zei SodM-onderzoeker Hans de Waal.

Maar naar dat onderzoek, dat al in het najaar van 2012 bij EZ bekend was, werd niet gehandeld. Sterker nog, de gaswinning steeg in het jaar na ‘Huizinge’ naar het hoogste niveau sinds de jaren tachtig.

Pas in 2018, na de beving van Zeerijp, die met 3.4 ook veel schade veroorzaakte, werden SodM-adviezen daadwerkelijk opgevolgd door het ministerie. Toen waarschuwde het SodM voor het eerst dat de gaswinning in Groningen in de toekomst mogelijk „naar nul” zou moeten. Dat was een „gamechanger”, volgens oud-EZ-topambtenaar Sandor Gaastra. Een paar maanden later kondigde minister Wiebes aan dat de gaskraan voor 2030 dicht zou gaan - een historisch besluit.

Marjan van Loon, sinds 2016 president-directeur van Shell Nederland.
Hans de Waal, onderzoeker van het Staatstoezicht op de Mijnen.
Foto’s Robin Utrecht/ANP; Lex van Lieshout/ANP
Marjan van Loon, sinds 2016 president-directeur van Shell Nederland. Hans de Waal, onderzoeker van het Staatstoezicht op de Mijnen
Foto’s Robin Utrecht/ANP, Lex van Lieshout/ANP

3. Topambtenaren

Wat deze parlementaire enquête goed zichtbaar maakte, is dat topambtenaren achter de schermen ingrijpende beslissingen namen over de gaswinning zonder de minister vooraf te raadplegen of achteraf op de hoogte te stellen. Dat kwam, vertelde voormalig secretaris-generaal van EZ Maarten Camps, doordat directeuren-generaal die over het gasdossier gingen van oudsher de rol van regeringsvertegenwoordiger hadden in het ‘gasgebouw’: zij waren aanwezig bij belangrijke vergaderingen met de oliebedrijven. Zij vertegenwoordigden, samen met staatsdeelneming EBN, het publieke belang. Dat was tot ‘Huizinge’ vooral het financiële belang van de staat, want de veiligheid was tot die tijd nooit een issue.

Vooral het verhoor van oud-directeur-generaal Mark Dierikx toonde aan dat ministers tot 2014 onthutsend weinig betrokken waren. Toen Dierikx van toezichthouder SodM het dringende advies kreeg de gaswinning vanwege de veiligheid „acuut” te verlagen, stelde hij minister Maxime Verhagen (CDA), die zich weinig op het departement vertoonde omdat hij demissionair was, niet op de hoogte. Dierikx wilde eerste de mening van KNMI en TNO horen – en niet te vergeten die van de NAM. Hij stemde na de beving te Huizinge, zonder overleg met de nieuwe minister Kamp, in met het plan om in 2013 48,9 miljard kuub gas te verkopen, iets meer dan in het jaar ervoor.

Kamp zei jarenlang dat de gaskraan dat jaar niet verder dicht kon vanwege de „leveringszekerheid”. Uit de verhoren bleek dat dat wel had gekund. GasTerra had het ministerie een berekening gestuurd waaruit bleek dat de gasproductie omlaag kon, maar de ambtelijke top zag dat als „vingeroefening”, zei oud-topambtenaar Jos de Groot. Ook dat voorstel kwam de minister niet onder ogen.

Dierikx en De Groot vertelden Kamp in mei dat de winning veel hoger zou uitvallen dan gepland, rond de 53 miljard kuub. De ambtenaren raadden hem aan niet tussentijds in te grijpen, maar te wachten op de uitkomst van veertien onderzoeken die Kamp op hun aanraden had uitgezet. Achteraf had de minister spijt dat hij naar hen had geluisterd.

Minister Wiebes had meer grip op het gasdossier, waardoor de invloed van de ambtelijke top kleiner was. Maar de invloed van de oliebedrijven op het ministerie was nog steeds onmiskenbaar. Zo vertelde oud-topambtenaar Anita Wouters dat het ministerie „indringende signalen” kreeg dat er in Groningen onveilige huizen waren die niet werden versterkt. Dat ondermijnde het vertrouwen van het ministerie in de versterkingsaanpak van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Hans Alders. De bron van die „indringende signalen” was de NAM, bleek al eerder uit onderzoek van NRC.

Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw, D66) zette dit jaar een streep door de rol van regeringsvertegenwoordiger, nadat NRC onthulde hoe de oliemaatschappijen via deze weg decennialang invloed uitoefenden op het ministerie.

Saillant detail: Vijlbrief vervulde deze rol zelf ook, toen hij nog bij EZ werkte.

Ook toen de boerderij al op 63 stutten leunde, draaide het kabinet de gaskraan verder open

4. Bewindspersonen

De enquêtecommissie verhoorde in totaal tien (oud-)bewindspersonen, van wie Kamp en Wiebes de hoofdpersonen waren. Kamp vond ook nu nog dat hij in 2013 te weinig informatie had om in te grijpen in de gaswinning. Toch had hij een „rotgevoel” overgehouden aan de hogere winning na de beving in Huizinge.

Waar Kamp vooral afwachtend en besluiteloos was, liep Wiebes in 2018 over van de dadendrang om de problemen die zijn voorganger had laten liggen op te ruimen. Hij erkende dat het bij discussies in de ministerraad over het dichtdraaien van de gaskraan vaak over financiën was gegaan, maar het ging erom, vond hij, dat de veiligheid van Groningen de doorslag had gegeven. Een „overwinning” voor Rutte III, met dank aan de premier die het plan „als eerste omarmde”.

Dat de versterking van huizen vervolgens in het slop raakte, lag volgens Wiebes niet aan de „pauzeknop” die hij had ingedrukt, maar doordat hij zich liet „verleiden tot gepolder” met regionale bestuurders.

Premier Mark Rutte (VVD) en ministers die eerder aan de beurt waren maakten de commissie niet altijd wijzer. Annemarie Jorritsma (VVD, EZ) verweet de Kamerleden verkeerde vragen te stellen en zei zich veel niet meer te herinneren.

Maxime Verhagen (CDA, EZ) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA, Financiën) hadden naar eigen zeggen belangrijke informatie over de gaswinning niet gekregen. Dijsselbloem bekende wel een „pijnlijk punt”: Hij had in 2014 vanwege de staatskas de winning niet zover willen beperken als minister Kamp voorstelde. Kamp wilde 40 mrd kuub, Dijsselbloem zorgde ervoor dat het 42,5 mrd kuub werd.

De rol van de Tweede Kamer kwam in de verhoren slechts summier aan bod. Impliciet gaf de enquêtecommissie daarmee aan dat de Kamer geen grote rol heeft gespeeld en het beleid van de ministers in meerderheid steunde.

Lees ook: Hoe Wiebes het vertrouwen van de Groningers verspeelde

5. Olie- en gasbedrijven

De grote vraag voorafgaand aan de parlementaire enquête: wat was de rol van de ‘olies’ in het Groningendossier. Hoe groot was de rol én de invloed van de NAM en moederbedrijven Shell en ExxonMobil? Heel groot, bleek na zeventig verhoren.

Zo lag alle kennis over bevingen en de gaswinning vóór Huizinge bij de NAM of bij instanties die door het gasbedrijf werden betaald, zoals het KNMI. Deze onderzoeksresultaten waren gezaghebbend op het ministerie, ook als er rapporten lagen die het tegendeel bewezen, zoals die van de toezichthouder SodM.

Bij de NAM en aandeelhouders Shell en ExxonMobil stond altijd één doel centraal: het gasveld in Groningen maximaal leeg produceren. Of zoals Filip Schittecatte, commercieel directeur bij ExxonMobil, het verwoordde: „Zolang er voor ons geen duidelijkheid was dat het echt acuut onveilig was, waren wij geneigd […] om te blijven streven naar waardemaximalisatie.”

Dankzij grote invloed op het ministerie konden de oliebedrijven jarenlang volop uit het Groninger gasveld produceren. Bij de bespreking van een belangrijk advies van diezelfde toezichthouder met minister Kamp, over het verlagen van de gaswinning, verschenen onverwachts de ‘olies’ aan tafel. En bij belangrijke onderhandelingen werden de ceo’s van Shell en ExxonMobil ontvangen in het Torentje, om rechtstreeks met minister-president Mark Rutte (VVD) te praten.

De NAM probeerde ook besluiten te beïnvloeden die directe gevolgen voor bewoners hadden. Zelfs nadat het bedrijf ‘op afstand’ was gezet van het schadeherstel en de versterking van huizen, was er wekelijks overleg met het bedrijf over de meest „fabelachtige details”, zei oud-NCG Hans Alders, die de versterking moest leiden. En de onafhankelijke Arbiter Bodembeweging, die geschillen tussen bewoners en de NAM moest oplossen, kreeg „briefjes” met „waarschuwingen” van de NAM over mogelijke uitspraken, zei arbiter Pieter Schulting.

Van de nauwe banden tussen staat en oliebedrijven is weinig over. Er lopen arbitrageprocedures over kosten die de NAM weigert te betalen.

Voor het weer verder opendraaien van de gaskraan pleitte geen enkele getuige. Al vond oud-ExxonMobil-topman Schittecatte het „heel jammer” dat er grote hoeveelheden gas onder de grond blijven.

Lees ook: Permanente ruzie over wie wat moet betalen bij het versterken van Groningse huizen leidt tot forse vertraging

Correctie (14 oktober 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat toenmalig minister Dijsselbloem in 2014 geen grens had gesteld aan het beperken van de winning. Dijsselbloem stelde wel een grens.