Waarom ga jij elke dag naar je werk? Om geld te verdienen, natuurlijk. Maar hopelijk heb je ook nog een andere motivatie om ’s morgens uit bed te komen. Dat je je baan leuk vindt, of jezelf wil ontwikkelen misschien?
Fout, vindt Rutger Bregman. In een recent stuk op De Correspondent spoort hij ons aan om ons werkzame leven in het teken te stellen van een hoger doel: de wereld een betere plek maken. In een tijd van adembenemende uitdagingen – pandemie, oorlog, armoede, honger, klimaat, je kent het wel – signaleert hij bij velen een gebrek aan ‘morele ambitie’: de wil om de wereld te verbeteren.
Specifiek ziet Bregman een tekort aan morele ambitie bij mensen die werkzaam zijn in een van de sin industries: tabakslobbyisten bijvoorbeeld, of boekhouders die rijken helpen om belasting te ontduiken. En bij mensen die genoegen nemen met een bullshit job: denk aan overbodige managers en nutteloze rapportentikkers. Maar hij bekritiseert ook de tieners en twintigers van Generatie Z. Zij hebben volgens Bregman misschien wel mooie idealen (sociale rechtvaardigheid, duurzaam leven), maar in de praktijk komt er weinig terecht van het redden van de wereld en zijn ze vooral bezig met het verwezenlijken van zichzelf. „Menigeen wil niet meer meedoen aan de kapitalistische ratrace, en zoekt naar een baan die ook een passie moet zijn (het liefst in deeltijd)”, zo schrijft hij.
De schurken in de sin industries, de stumpers met de bullshit jobs, de passievolgende parttimers: volgens Bregman zouden ze een voorbeeld moeten nemen aan filosoof William MacAskill. In plaats van te blijven hangen in eindeloos gepraat, gaat MacAskill over tot actie om daadwerkelijk een verschil te maken in de wereld. Met zijn effective altruism-beweging spoort hij mensen in rijke landen aan om zo veel mogelijk inkomen weg te geven aan zo effectief mogelijke goede doelen. Zelf doneert hij meer dan de helft van wat hij verdient.
Belegen filosofie
Bregmans oproep om eens wat meer na te denken over de impact van onze baankeuze verdient sympathie. Ongetwijfeld zou de wereld er mooier uitzien als minder mensen zouden kiezen voor een moreel dubieus carrièrepad of een loopbaan in het teken van de eigen navelstaarderij. Maar het effectief altruïsme waardoor Bregman zich laat inspireren, verdient een zekere argwaan.
Voor effectief altruïsten is de cruciale vraag niet hoe ze goed kunnen doen voor anderen, maar hoe ze zo veel mogelijk goed kunnen doen voor anderen. Om die vraag te beantwoorden, wenden ze zich tot harde data. Welke studie, welke baan, welk goed doel redt de meeste levens? De wereld verbeteren als optimaliseringskwestie.
Op gelikte websites presenteren de effectief altruïsten alvast handige lijstjes met carrièrepaden, liefdadigheidsinstellingen en onderzoeksprojecten die volgens hun berekeningen het grootste wereldverbeteringspotentieel hebben. Opvallende afwezigen in het rijtje top recommended career paths: leraar, verpleegkundige, maatschappelijk werker. Wel een optie: bankier, zodat je eerst zo veel mogelijk geld kunt verdienen, om daar vervolgens een zo groot mogelijk deel van weg te geven, aan een organisatie die daar tot slot zo veel mogelijk levens mee redt. Deugen kon nog nooit zo efficiënt.
Op een fundamenteel niveau gaan de ideeën van het effectief altruïsme sowieso niet bijster goed samen met democratische idealen
Het vocabulaire van effective altruism mag nog zo vlot zijn, de filosofie erachter is opmerkelijk belegen. In een tijd die ons confronteert met een opeenstapeling van crises, richten de effectief altruïsten de schijnwerper niet op het systeem dat al die problemen gebaard heeft, maar op de gevolgen van individueel handelen. In plaats van toe te juichen dat jongeren zich afkeren van een economisch model dat henzelf en de planeet uitput, zegt de effectief altruïst: speel het spel nou maar mee, en maak daarna een smak geld over aan het malariafonds. In plaats van overheden op te roepen om structureel iets te doen tegen uitbuiting van mens en natuur, spreekt de effectief altruïst tot de rijken: schenk jullie miljarden anders aan de ontwikkeling van een veelbelovende technological fix.
Perfect gestroomlijnde utopie
Hoe wenselijk is het überhaupt dat de rijken hun miljarden gebruiken om, met de effective altruism-scorekaart in de hand, naar eigen smaak de wereld te verbeteren? Tech-miljardairs als Marc Zuckerberg en Elon Musk lopen er wel warm voor. Wat mij een beter idee lijkt: dat de overheid zulke lieden eens goed gaat belasten, om vervolgens op democratische wijze te bepalen hoe al dat geld het beste ingezet kan worden voor de gemeenschap.
Op een fundamenteel niveau gaan de ideeën van het effectief altruïsme sowieso niet bijster goed samen met democratische idealen. Sterker nog: als we het redden van de mensheid echt gaan benaderen als een kwestie van optimaliseren, met – zeg – maximalisatie van het totale aantal gezonde levensjaren van alle aardbewoners als doel, dan kunnen we de liberale democratie wel opdoeken.
Want wat voor plek is er nog voor collectieve besluitvorming, als het doel al vaststaat? Om het juiste middel te bepalen, hebben we alleen een computer nodig. En wat doen we met individuele rechten, die mensen wel eens een grond zouden kunnen geven om zich te verzetten tegen de perfect gestroomlijnde utopie? Die heffen we op, in naam van de wereldverbetering.
Ik overdrijf, natuurlijk. Vooralsnog heb ik geen van de tech-magnaten die nu weglopen met het effective altruism-gedachtegoed zoiets horen voorstellen. Maar laat ik Bregmans aanklacht tegen nietsnutten met een tekort aan morele ambitie toch aanvullen met een waarschuwing voor effectief altruïsten met een overschot daaraan.