Necrologie

Bruno Latour wilde dat we leren om ‘Aardbewoners’ te worden

Bruno Latour (1947-2022), filosoof en socioloog De Franse filosoof Bruno Latour pleitte voor een radicaal nieuwe relatie tussen mens en planeet. Hij geldt als dé denker van het Antropoceen.

Bruno Latour, februari 2021
Bruno Latour, februari 2021 Foto Joel Saget/AFP

Toen Bruno Latour begin 2017 over Groenland vloog zag hij iets ongewoons. Hij was gekomen om zich te vergapen aan de spectaculaire ijsmassa. Maar nu leek het of die hem een boodschap wilde sturen. Het smeltende ijs had de vorm aangenomen van ‘De Schreeuw’, het bekende schilderij van Edvard Munch.

Snel pakte Latour zijn mobiele telefoon om het beeld vast te leggen. Tegelijk besefte hij dat hij met zijn aanwezigheid daar onderdeel was van het probleem. De CO2 die zijn vliegtuig uitstootte zorgde voor opwarming die het ijs deed smelten.

Je zou kunnen zeggen dat het denken van Bruno Latour, die zaterdagnacht op 75-jarige leeftijd overleed, zich in dit moment samenbalt. Enerzijds is er het besef dat we een nieuw tijdperk zijn binnengetreden: het Antropoceen. Hierin kan de mens zich niet langer plaatsen buiten de hem omringende werkelijkheid. Hij bevindt zich er middenin. Zijn handelen heeft directe invloed op het klimaat en met name de biodiversiteit.

Lees ook dit interview met Latour uit 2017

Tegelijk komt daarmee de notie van verbondenheid terug, een echo van Latours vroege denken dat bekend staat als een ‘actor-netwerktheorie’. Niet alleen mensen of dieren gelden daarin als actoren, maar ook dingen. Een ziekenhuis was een actor-netwerk, maar ook de Noordzee kon dat zijn. Of de coronacrisis.

Zo daagde Latour het uit de zeventiende eeuw stammende idee van moderniteit uit – gewend als dat was geraakt om te denken in afzonderlijke categorieën en tegenstellingen (‘natuur’, ‘cultuur’, ‘kapitalisme’, ‘de natie’, ‘het neoliberalisme’).

Gekleurde tweedjasjes

Zelf bleef Latour het liefst ongrijpbaar, wars van filosofisch reductionisme als hij was. Benaderbaar was hij wel. Wie hem opzocht in zijn appartement nabij de Seine trof hem voorkomend en gevat. Onberispelijk gekleed in een van zijn opvallend gekleurde tweedjasjes. Op een dressoir een afbeelding van Copernicus, de astronoom die de aarde uit het centrum van het heelal haalde.

Als er een rode lijn in zijn brede denken te ontwaren valt, is dat zijn vermogen om steeds nieuwe perspectieven aan te dragen, kantelingen in het bestaande denken over mens, kennis en aarde te veroorzaken, en dat steeds met veel verve te doen.

Daarbij schopte Latour nogal eens tegen heilige huisjes en werd hij soms verkeerd begrepen, zoals met de provocatie dat microben vóór hun ontdekking door Louis Pasteur niet bestonden. Ten onrechte werd hij aangezien voor een relativist of postmodernist, kwalificaties waar hij zelf van gruwde. In de jaren negentig liep dat hoog op, tijdens de zogeheten ‘Science Wars’ . Als Latour echt meende dat wetenschappelijke feiten ‘sociale constructies’ waren, stelde filosoof en anti-postmodernist Alan Sokal, waarom kwam hij dat dan niet bewijzen door op de 21ste etage uit het raam te stappen?

Die kritiek verhinderde niet dat Latour zich in wetenschappelijke citatenlijstjes kon meten met iconische denkers als Foucault en zelfs Marx. En als het inderdaad zo is dat we leven in het Antropoceen, een tijdperk waarin de mensheid zelf is uitgegroeid tot een geologische kracht, dan kan Latour gelden als dé denker van die tijd en van het nieuwe ‘Klimaatregime’.

Wetenschappelijke kennis

Bruno Latour werd in 1947 geboren als telg van een wijngeslacht in de bourgognestreek. Hij werd naar een prestigieus lycée in Parijs gestuurd en studeerde in de jaren zeventig aan universiteiten in Dijon, Tours en Parijs. Na zijn afstuderen doceerde hij vanaf 1982 aan de befaamde ingenieursschool École des Mines (kortweg bekend als ‘Mines’), en vanaf 2006 aan het Institut d’Études politiques (‘Sciences Po’), waar de Franse bestuurlijke en politieke elite wordt gesocialiseerd en opgeleid.

Lees ook deze recensie (vier ballen) uit 2018

Als socioloog en filosoof maakte Latour al snel naam met studies over de manier waarop onderzoeksresultaten tot stand komen in een laboratorium (Laboratory Life, 1979) en over de maatschappelijke verspreiding van wetenschappelijke kennis (The pasteurization of France, 1984). Feiten, zo stelt Latour, liggen niet kant en klaar te wachten om ‘ontdekt’ te worden, ze worden door wetenschappers in samenwerking geproduceerd. Ze komen voort uit verbindingen in de werkelijkheid, zoals Arjen Kleinherenbrink laat zien in zijn inleiding bij het denken van Latours De constructie van de wereld (Boom, 2022). Hoe robuuster die verbindingen zijn, hoe feitelijker de uitspraak. Wetenschappers doen dan ook grote moeite om feiten in een theorie te laten ‘passen’, en daar spelen ook sociale factoren een rol bij. Maar Latour beweerde niet dat, bijvoorbeeld, vóór Newton de zwaartekracht niet bestond of dat diens sociale afkomst de ‘ontdekking’ van die zwaartekracht bepaalde. En natuurlijk erkende hij dat mensen ook vóór Pasteur een besmettelijke infectieziekte konden oplopen of overdragen.

Wat beweerde hij dan wel over de wetenschap? Met zijn sociologische studies wilde Latour volgens Kleinherenbrink ‘juist bijdragen aan de realiteit van feiten, door keer op keer te laten zien dat wetenschappelijke uitingen stevig zijn ingebed in controleerbare en onomkeerbare ketens van zorgvuldig op elkaar afgestemde instrumenten en protocollen.’

Nieuwe generaties

Gedurende zijn lange carrière bewoog Latour zich met groot gemak door en langs uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en werkte hij samen met theatermakers, politiek-filosofen, grafisch ontwerpers, milieu-activisten, sociologen en cartografen. Steeds wist hij nieuwe generaties aan zich te binden.

Dat bleek toen hij kort voor het uitbreken van de coronacrisis het openingscollege verzorgde aan het instituut Sciences Po. Ademloos luisterende eerstejaars hield hij voor dat zij de eerste generatie vormden die politique de la Terre zou gaan bedrijven, ‘Aardpolitiek’. Een nieuwe discipline waarvan hij later in een kort boek (vertaald als ‘Waar kunnen we landen?’) de contouren schetste.

Lees ook deze recensie (vier ballen) uit 2021

Het ging hem erom dat we leerden om ‘Aardbewoners’ te worden. Latour wilde een alternatief bieden voor in zijn ogen verouderde binaire begrippen als ‘lokaal’ en ‘globaal’. Ook moesten we ons niet langer blindstaren op termen als ‘groei’ of ‘productie’, maar juist noties centraal stellen als ‘leefbaarheid’ en ‘bewoonbaarheid’.

Dat sloot aan bij de richting die hij al in de jaren negentig was ingeslagen In 1994 publiceerde Latour een geruchtmakend essay, Het parlement van de dingen. Het is een poging om tot een alternatieve democratie te komen, waarin ook gebieden als het Amazonewoud én alle menselijke en niet-menselijke actoren die erin leven, vertegenwoordigd zijn: inheemse volken, botanisten, bodemkundigen, maar ook de houtkapindustrie en tenslotte de bomen zelf.

Het was de tijd dat Latour zich verbaasde over de triomf van het marktdenken. „Men gaf zich totaal geen rekenschap van de destructieve kracht ervan”, zei hij in het voorjaar van 2022 tegen de Franse televisiezender Arte. Het socialisme had evenmin oog voor de leefomgeving gehad. „Waar diende de 20ste eeuw eigenlijk toe?” vroeg hij zich af. „Ze heeft het ecologische vraagstuk onder het tapijt geveegd.” Dat moest terugkeren in het centrum van het politieke en maatschappelijke debat.

Reusachtige kever

In veel opzichten is dat ook gaande of al gebeurd. Geen haven, woonwijk, veehouderij of industriegebied kan nog ontkomen aan discussies over ecologie. Door toenemende overstromingen, bosbranden, orkanen en droogten heeft in brede kring het besef postgevat dat een diepgaande transformatie nodig in de menselijke verhouding tot de planeet.

Latour zag daarin een mutatie van de wereld zoals we die kennen. Van een industriële wereld naar een die zich bewust is van zijn beperkingen. Hij verwees daarvoor naar Kafka’s novelle Die Verwandlung, waarin een jonge man ontdekt dat hij tijdens zijn slaap is veranderd in een reusachtige zwarte kever. Hij heeft geen andere keus dan overeind krabbelen en het zware pantser met zich mee te zeulen.

Zo stuurt Latour ons verder de 21ste eeuw in. Met een omineus beeld afkomstig uit die vermaledijde twintigste; een eeuw die toch ook een Bruno Latour heeft voortgebracht.