Hoge energieprijzen dwingen bedrijven lastige afwegingen te maken. ‘Het is niet óf stilleggen, óf draaien’

Bedrijfsleven Conservenfabrikant HAK legt deze winter tijdelijk de productie stil vanwege de hoge energieprijzen. Volgen er ook andere bedrijven? Wat zijn hun overwegingen?

Foto’s ANP/bewerking NRC

Zijn directe concurrent HAK maakte afgelopen week bekend in de winter te stoppen met de productie, maar Baltussen Konservenfabriek uit Driel werkt voorlopig gewoon door. Dat kan ook niet anders. Directeur Ruben Bringsken: „We hebben met boeren afspraken over wat zij oogsten en wat wij verwerken. En we hebben een jaarcontract met retailers.”

Maar ja, lastig is het wel, het koken van groenten bij de huidige gastarieven. Over de precieze financiële situatie laat Bringsken niet al te veel los, maar: „We zijn wel in gesprek met de retailers over de prijzen. En zij zijn niet de makkelijkste inkopers, om het zo te zeggen. In die zin is het niet alleen in de Europese achtertuin oorlog.”

De afgelopen weken kwamen steeds meer grote namen uit het Nederlandse bedrijfsleven stil te liggen als gevolg van hoge energieprijzen. Hoewel de gasprijs de laatste dagen iets lager ligt, is die nog altijd tien keer hoger dan jarenlang gebruikelijk was.

Zinkfabriek Nyrstar en kunstmestfabriek Yara – de grootste gasverbruiker van Nederland, met een jaarlijks verbruik gelijk aan dat van 1,3 miljoen huishoudens – waren de eerste bedrijven die de productie deels of helemaal stillegden, net als aluminiumproducent Aldel en een aantal minder bekende namen. Ook het grote chemische complex van Chemelot in Limburg draait inmiddels op lagere capaciteit.

De afgelopen week kwam daar HAK bij. Dat gaat de komende winter zes weken lang geen groenten in potten stoppen, zo legde het uit in een uitgebreid statement. Volgens HAK is het niet rendabel om in deze periode door te produceren. Middels een ingewikkelde alternatieve productieplanning zegt het bedrijf lege schappen te zullen voorkomen.

De tijdelijke of langdurige fabriekssluitingen zijn de meest extreme en meest in het oog springende voorbeelden van de gevolgen van de huidige energiecrisis. Maar ondertussen komen veel meer ondernemers voor heel lastige afwegingen te staan door de energieprijzen – ook wanneer ze niet direct sluiten. Hun besluiten en dilemma’s laten zien hoe de energieprijzen resoneren in de economie.

Vijftien graden bij Intratuin

Soms is dat heel duidelijk voor de consument. Zo legt een woordvoerder van tuincentrum Intratuin uit dat het in de winkels van de keten kouder gaat worden. In de ‘koude’ kassen wordt niet meer gestookt, en in de warme kas – voor onder meer kamerplanten – gaat de temperatuur naar rond de 15 graden. Ook zullen sommige „exotische planten” gedurende de wintermaanden mogelijk niet meer verkrijgbaar zijn, of in speciale, kleine warme ruimtes staan.

Toch is wat de consument direct merkt vaak maar een klein deel van wat er zich afspeelt in bestuurskamers. Kun je de prijzen van je producten verhogen zonder te veel afzet te verliezen? Ga je nog investeren in innovatie of niet? Zet je bepaalde dingen op pauze?

„We proberen op dit moment de overhead te verminderen”, zegt Rudi Peeters. Hij is directeur van Vandersanden, een concern met 800 werknemers dat in Nederland, Duitsland en België vijftien baksteenfabrieken heeft. Die industrie gebruikt veel gas in de ovens. „We hebben bijvoorbeeld de opstart van een IT-project even on hold gezet. Dat ging om de vervanging van een groot systeem.”

Een andere baksteenfabrikant, Rodruza uit Gendt (onder meer van de stenen voor het Amsterdamse Holocaustmonument) heeft net een nieuwe innovatie ontwikkeld – een speciale afwerking waarmee stenen een mooier uiterlijk krijgen. Maar het gaat nu nog niet groots investeren in het opschalen van de productie hiervan, legt directeur Ivo Würzner per mail uit. Dat kan door de energiecrisis niet.

Bij Vandersanden, dat onder meer straatstenen voor de gemeente Amsterdam maakt, is de werkdruk voor sommige personeelsleden volgens Peeters flink toegenomen. „We zijn een hele reeks scenario’s gaan uitwerken. Niet in te veel detail, dat leidt tot veel vertraging. Maar we kijken bijvoorbeeld: kunnen we één of twee weken minder produceren om minder gas te verbruiken zonder de leveringen in gevaar te brengen? Kunnen we trager produceren? Het is niet óf stilleggen óf draaien.”

Belangrijk is volgens Peeters ook dat je goed blijft communiceren naar je personeel. „Daar is ook onzekerheid. Zij horen in de markt dat sommige fabrieken stil beginnen te liggen. En ze hebben hun eigen leefsituatie. Je moet dan rust brengen en transparant zijn, maar niet ontkennen dat er een probleem is. Dus ik zeg wel: als er nog een gasleiding ontploft, dan komen we stil te liggen.”

Wat een bedrijf precies besluit, kan van allerlei factoren afhangen – ook van toeval. Bij kunstmestfabriek Yara in het Zeeuwse Sluiskil (circa 700 werknemers) lagen twee van de drie fabrieken nog nauwelijks stil, of eentje kon alweer aan. Een Duitse fabriek van het internationale concern kampte met technische problemen, dus toen was Sluiskil weer nodig, legt woordvoerder Gijsbrecht Gunter uit. „Hij was nog warm, wat gelukkig een vlotte opstart gaf.” Zoiets kan normaliter dagen duren.

Toch ligt nog altijd een van de drie fabrieken stil. „Eigenlijk zijn wij de meest efficiënte fabriek van Yara. Maar bijvoorbeeld die in Le Havre heeft Afrikaans gas, en dat is goedkoper dan het gas van de Amsterdamse beurs of uit de haven van Zeebrugge. Als het verschil te groot wordt, dan red je het niet meer op efficiency.”

De simpele afweging die het voor de buitenwereld misschien lijkt (kosten versus opbrengsten), is het in ieder geval zelden. „Het is zoeken naar het punt waar je een hoeveelheid ammoniak winstgevend produceert, of op z’n minst de verliezen zoveel mogelijk beperkt”, zegt Gunter.

‘Stilleggen kost ook geld’

Voor bedrijven is dat een lastige som, legt sectoreconoom industrie Albert Jan Swart van ABN Amro uit. Ze hebben te maken met verschillende gascontracten en fabrieksconstellaties – en het hangt ook heel erg af van de vraag. „Je kunt prijzen voor sommige afnemers misschien wel verhogen, maar voor andere niet. Misschien dat de helft van je klanten zegt: als het zo duur wordt, dan stoppen wij met afnemen.” Twee fabrieken op halve kracht laten draaien, is niet altijd handig, en dus gaat er dan bijvoorbeeld eentje dicht.

Uiteindelijk hangt het heel erg van specifieke dingen af. Minder dagen opengaan is bij Intratuin volgens het bedrijf zelf absoluut niet aan de orde. „De kas moet, of we nu dicht zijn of niet, verwarmd worden vanwege de planten”, aldus de woordvoerder. Om veel energie te besparen zou een filiaal dus voor langere tijd leeg en dicht moeten zijn, en daar denkt het bedrijf niet aan.

„Stilleggen kost ook geld”, zegt Bringsken van Baltussen Konservenfabriek (40 werknemers). „Je personeel moet wat anders gaan doen, bijvoorbeeld.” Yara voert op dit moment een grote onderhoudsstop uit; het personeel heeft er dus genoeg te doen, zegt Gunter. Bringsken denkt voor zijn bedrijf eerder aan het stoppen met nachtdiensten; het zou dan zolang de gasprijzen hoog blijven alleen overdag draaien. „Buiten het oogstseizoen kan dat, dan verwerk je wat vanuit de opslag komt. Dat kan je beter plannen. En als je geen voorraden wil opbouwen, kan je één dienst draaien en blijven leveren.”

Bij steenfabrieken speelt weer mee dat een oven die je uitzet soms schade oploopt – ze hebben de neiging te krimpen wanneer ze koud worden. „En opstarten kost soms meer gas dan een oven laten doordraaien”, zegt Peeters van Vandersanden.

Net als Baltussen is ook hij in gesprek met klanten over prijzen. Volgens Peeters helpt het daarbij uitgebreide gesprekken te voeren. Je merkt dan wat handig is voor afnemers. „Bijvoorbeeld: ja, verhoogde prijzen, maar wel vastgelegd voor een langere periode dan eerst. En vaak hebben ze ook echt wel begrip.” Hij gaat nu naar eigen zeggen ook vaker mee met zijn salesteam. „Zij staan nu in de frontlinie.”

Ondertussen wordt in sommige bestuurskamers steeds meer nagedacht over de vraag hoe dit op de lange termijn verder moet. Gunter van Yara: „We zijn de afgelopen tien, twintig jaar gericht geweest op het maximale uit de fabriek halen. Grondstoffen altijd langs dezelfde route binnenhalen, weinig buffering op locatie, maximaal product maken en het snel verschepen.”

Misschien, zegt hij, moet een Europese fabriek van Yara anders opgezet worden, om beter om te kunnen gaan met hoge en wisselende prijzen. Op dit moment werkt de fabriek dat uit, aldus Gunter.

Swart van ABN Amro vindt het zorgelijke ontwikkelingen. „Als deze crisis nog jaren duurt, dan denk ik dat er echt een kans is dat fabrieken op andere continenten voorgoed sommige rollen overnemen.”