Opinie

De vrijheid om te consumeren

Column

Ben Tiggelaar

‘Het vasthouden aan consumptievrijheid, dat begint een soort morbide vrijheid te worden. Want het is de vrijheid, om het maar even boud te zeggen, onszelf de afgrond in te consumeren.” Dit zei klimaatjournalist Jelmer Mommers afgelopen zaterdag op Radio 1. Volgens Mommers leidt onze vrijheid tot grote schade en steeds meer onvrijheid voor anderen. Klimaatverandering leidt nu al tot levensbedreigende situaties in kwetsbare landen en bedreigt daarnaast het bestaan van de generaties na ons.

Als we onze collectieve vrijheid nu en in de toekomst willen vergroten, dan moeten we bereid zijn om onze individuele consumptievrijheid aan banden te leggen. Een taboeonderwerp, denkt Mommers, maar het is hoog tijd om het op de agenda te zetten.

Of het onderwerp echt taboe is, betwijfel ik. Het beperken van vrijheden wordt namelijk door lang niet alle burgers als een probleem gezien. Zeker niet wanneer dit helpt om iets te bereiken wat men waardevol vindt.

Een voorbeeld: vorig jaar peilde de Engelse afdeling van het Wereld Natuur Fonds de mening van de gemiddelde Brit. Die bleek bereid om op het gebied van klimaatactie veel verder te gaan dan zijn regering. Het verminderen van de vlees- en zuivelconsumptie, een maximumsnelheid op autowegen van 60 mijl per uur, het invoeren van een progressieve heffing op vliegen: 77 tot 94 procent van de Britten bleek voorstander.

De meeste mensen weten bovendien heel goed dat ze wel wat hulp kunnen gebruiken om te doen wat ze eigenlijk willen. Onze intenties zijn tenslotte vaak mooier dan ons gedrag. Ter illustratie: vrijwel alle Nederlanders zijn voor dierenwelzijn en een ruime meerderheid is tegen megastallen, zo blijkt uit onderzoek van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Maar lang niet al deze mensen kopen al biologisch vlees of zijn vegetariër. Een beetje hulp van de overheid om te doen wat we eigenlijk willen, zal echt niet alleen maar tot protest leiden.

Een vraag die we ook moeten stellen: hoe vrij is die huidige consumptie van ons nu werkelijk? Kiezen en kopen we uit vrije wil? Of worden we door de sociale en fysieke omgeving waarin we leven – inclusief de geraffineerde marketingmethodes die daarbij horen – gekneed en gevormd totdat we daadwerkelijk geloven dat ons leven niet compleet is zonder de nieuwste smartphone, auto, vakantie of kleding? Het zou zomaar eens kunnen dat het inperken van consumptiemogelijkheden ons juist zal bevrijden van heel wat psychologische en economische druk.

De grootste weerstand tegen consumptiebeperking vind je waarschijnlijk niet bij de burger. Je vindt hem bij grote ondernemingen met grote belangen die genoeg geld hebben om dure lobbyisten in te huren. Lobbyisten die politici bang maken voor het nemen van serieuze klimaatmaatregelen.

Cynisch genoeg is voor deze bedrijven ‘vrijheid’ tegelijkertijd een oud en beproefd motief om consumenten mee te verleiden. Vrijheid is nog altijd de centrale belofte in vrijwel elke auto-, reis- en alcoholreclame.

In de jaren twintig van de vorige eeuw pleitte de tabaksindustrie in grootschalige campagnes voor de vrijheid van vrouwen. Waarom? Zodat die voortaan ook sigaretten konden roken waar en wanneer ze dat wilden. Ook een ‘morbide’ vrijheid, weten we nu.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.