Opinie

‘Aardig zijn’ als politieke daad

Column

Floor Rusman

Te midden van kernwapendreiging, inflatierecords en het reddingswerk van Remkes las ik deze week het pas verschenen Faith, Hope and Carnage, waarin zanger Nick Cave wordt geïnterviewd door zijn goede vriend Seán O’Hagan over liefde, geloof, rouw, muziek en het leven in het algemeen. Een woord dat vaak terugkomt in hun gesprekken is aardigheid. Cave beschrijft hoe „small acts of kindness” van mensen hem hebben geholpen toen zijn vijftienjarige zoon was overleden.

Toevallig dacht ik de laatste tijd veel na over aardigheid. Het is geen eigenschap die mensen doorgaans in vervoering brengt: we kijken naar De slimste mens, niet naar De aardigste mens. Aardigheid is de girl next door onder de eigenschappen: prima, maar niet bijzonder. Als adolescent was ik doodsbang dat mensen mij als aardig zouden omschrijven. Ik zag aardigheid niet zozeer als een onderscheidend kenmerk, maar meer als de grondverf van ieder karakter: kwamen er te weinig lagen overheen, dan moest men wel die aardigheid benoemen.

Later ontdekte ik twee dingen. Ten eerste: het klopt niet dat iedereen aardig is. Aardigheid is een kruispunt waarop diverse eigenschappen samenkomen: empathie, onbaatzuchtigheid, attentie. Die zijn ongelijk verdeeld over de bevolking, met als resultaat dat sommige mensen héél aardig zijn, andere helemaal niet, en de meeste er tussenin zitten. Zelf bevind ik mij van nature middenin de normaalverdeling. Ik gun iedereen het beste, tot er nog één vrij tafeltje is in het restaurant. Dan gaat het masker af en bestorm ik mijn doel.

Ten tweede: aardigheid is wel degelijk een belangrijke eigenschap. Als iemand aardig tegen mij doet, heeft dat een grote impact op mijn humeur. Het humeur is een kwetsbaar ding dat elke dag aan allerlei factoren onderhevig is, van wereldpolitiek en slaapgebrek tot de interactie met mensen om je heen. Nick Cave beschrijft hoe een verkoopster in een eettentje, vlak na de dood van zijn zoon, even in zijn hand kneep toen ze wisselgeld gaf. „Dat betekende meer dan alles wat mensen hadden gezegd.” Zelf was ik laatst geroerd na een nachtelijke botsing. Ik had de haaientanden niet gezien en anticipeerde dus op een scheldpartij van de andere fietser, maar in plaats daarvan vroeg hij, oprecht bezorgd leek het, of ik me bezeerd had.

Waarom is het zo fijn als iemand je aardig bejegent? De reden is denk ik existentieel: het betekent dat je gezien wordt, dat iemand zegt: ‘je bent de moeite waard’. Juist hierover zijn mensen vaak onzeker: ze voelen zich over het hoofd gezien of als vuil behandeld, niet alleen door de politiek maar door de hele wereld. (Dit heeft met de secularisatie te maken, denkt Nick Cave: die heeft mensen hun vanzelfsprekende plaats in de wereld ontnomen. Maar dit voert nu te ver.)

„Ik geloof dat onze positieve individuele acties, onze kleine daden van aardigheid, weerkaatsen door de wereld op manieren die we nooit zullen doorgronden”, zegt Cave.

Het woord ‘weerkaatsen’ is goed gekozen. Ik denk inderdaad dat de ene aardigheid de andere uitlokt, en dat je dus niet alleen het goede humeur en het zelfvertrouwen van die ene betrokkene opvijzelt, maar indirect dat van vele anderen. Aardig zijn is daarmee ook een politieke daad: in een crisiswinter kan een goed humeur bescherming bieden tegen wantrouwen en cynisme.

Dit klinkt misschien te gewichtig voor zoiets kleins als een glimlach of een handkneepje. Maar het helpt denk ik wel om zo over jezelf te denken: dat jouw leven en handelen „van enorm belang” is, zoals Cave het noemt.

Het betekent wel dat je moeite moet doen. Sommige mensen komt, zoals gezegd, aardigheid meer aanwaaien dan andere. „Ik heb collega’s die voor de hele afdeling koffie halen als ze naar de koffieautomaat gaan, maar ik ben niet wired op die manier”, zei een vriendin met wie ik dit besprak. Maar die bedrading kun je wel een beetje verleggen. Van aardigheid kun je een gewoonte maken, net als van sporten of mediteren. Je kunt de wegwerkers en de daklozen groeten. Je kunt oogcontact maken en glimlachen, en je telefoongesprek staken als je afrekent. Je kunt iets eerder van huis vertrekken, zodat je niemand hoeft af te snijden in het verkeer, en niet woedend hoeft te worden als iemand dat bij jou doet. Je kunt koffie halen voor je hele afdeling, ook al zit dat niet in je natuur.

Je kunt je om te beginnen afvragen: hoe aardig ben ik eigenlijk?