Recensie

Recensie Theater

Theo Maassen weet niet zeker of hij geen racist is

Cabaret Voor zijn elfde solo lijkt Theo Maassen weinig inspiratie te hebben gehad. Hij heeft zich dan wel bekwaamd in de limerick, maar ‘Onbekend terrein’ wil maar niet spannend worden.

Foto Sanne Peper

In zijn elfde cabaretprogramma vertelt Theo Maassen (55) hoe hij in Antwerpen tegenover een hem onbekend meisje van een jaar of acht kwam te zitten. Ze hadden wat tijd samen, want getweeën ondergingen ze een rondje in een reuzenrad. De kwaliteit van hun gesprek liet te wensen over, totdat het meisje aan Maassen vroeg: „Wie ben jij nou eigenlijk?”

Wie het werk van Maassen een beetje kent, weet dat zo’n vraag voor de Eindhovenaar ruim voldoende aanleiding biedt om er een hele voorstelling mee te vullen. Maassen is een stellige twijfelaar en hij heeft het tot een van zijn stijlfiguren verheven om deze levenswijze met vuur te verdedigen. Dat maakt zijn voorstellingen altijd wel de moeite waard, want het is prettig kijken naar iemand die het ook allemaal niet weet. Weinigen kunnen mooier twijfelen dan Maassen, maar het wordt pas interessant als deze twijfel hem ook ergens anders brengt dan waar hij begon. In Onbekend terrein gebeurt dit niet en blijven alle vragen van Maassen in de lucht hangen zonder begin van een antwoord.

Lees ook dit profiel: Theo Maassen is een gekweld satiricus

Het lijkt of Maassen niet goed heeft kunnen bepalen waar hij het over wilde hebben, dus vecht hij op alle fronten een beetje. Hierdoor komt hij nooit echt voorbij de stellingen die allang betrokken zijn en blijven nummers zoals het langsgaan van de letters van LHBTQ vooral erg voorspelbaar. Maassen lijkt het graag te willen hebben over doorgeslagen correctheid, maar zonder originele invalshoeken blijft dit ook bij hem een onderwerp dat de gebruikelijke clichés wakker kust.

Goed verhaal

Soms dreigt het interessant te worden, en een goed verhaal vertellen kan je best aan Maassen overlaten. Het is jammer dat zo’n verhaal vervolgens voortdurend vroegtijdig in de kiem wordt gesmoord, bijvoorbeeld als Maassen stelt dat we juist de mensen moeten wantrouwen die zeker zeggen te weten dat ze geen racist zijn. Of hij een racist is weet hij geenszins zeker en hij begint over een voorval in de Amsterdamse dierentuin waarbij hij een grap maakt die hij vermoedelijk niet tegen een zwart persoon zou durven maken. Hij concludeert dat als racisme kanker is, zwarte piet dan een goedaardig gezwel is: ook dat moet weg, maar laten we het gezwel wel bij de juiste naam noemen. Ons perspectief op de dingen staat verkeerd afgesteld, aldus Maassen, maar dergelijke woorden krijgen pas betekenis als er iets tegenover wordt geplaatst. In Onbekend terrein geeft Maassen telkens het gevoel dat je op het punt staat iets interessants of belangrijks te weten te komen. Deze belofte lost hij echter zelden in.

Foto Sanne Peper

IJzeren timing

Gelukkig is Maassens ijzeren timing en gezicht waarin voortdurend wel wat gebeurt altijd goed voor een aantal sterke momenten. Geestig is het bijvoorbeeld als Maassen onze ongezonde leefstijl tegen het licht houdt in een karikaturale Brabantse tirade. Zo’n nummer is helaas een positieve uitzondering in een voorstelling die grossiert in onafgemaakte verhalen. Dan weer begint Maassen over zijn vader, met wie hij eens een xtc-pilletje nam. Maar bij dergelijke verhalen blijft telkens in het midden wat Maassen ermee beoogt. Het idee dringt zich op dat hij vooral een lijstje aan het afwerken is: drugs, iets over seks, de anus.

Zo is Onbekend terrein een wat ironische titel, want Maassen doet weinig verrassends. Nieuw is misschien dat Maassen zich blijkt te hebben bekwaamd in de limerick, een snedig gedichtje, dat hij soms vanuit het niets aanvangt: ‘Een prostituee uit Renesse, kocht in Beiroet twee flessen…’ Soms levert het een verrassend eindgrapje op, maar vaker voedt het het idee dat Maassen voor zijn elfde solo niet erg veel inspiratie had.