‘Ouders, geef kinderen eens wat rust’

Jongeren Een grote groep jongeren voelt zich eenzaam, depressief en gespannen. En dat komt niet alleen door corona, zeggen onderzoekers en psychiaters. „Tijd om te stoppen met die letterlijk gekmakende ratrace.”

„Als je jongeren vraagt waar ze last van hebben, hoor je: we staan almaar aan. Er is no escape”, zegt hoogleraar jeugdpsychiatrie Wouter Staal.
„Als je jongeren vraagt waar ze last van hebben, hoor je: we staan almaar aan. Er is no escape”, zegt hoogleraar jeugdpsychiatrie Wouter Staal. Foto Patricia Rehe/ANP

Soms sluimert er jarenlang iets onder de oppervlakte tot het plots – bám – zichtbaar wordt. De afgelopen weken verscheen het ene onderzoek na het andere over het welzijn van jongeren, en in grote lijnen laten ze alle hetzelfde zien: het gaat niet goed met een groeiende groep scholieren en jongvolwassenen. Ze voelen zich eenzaam, angstig en gespannen. Hebben last van stress en prestatiedruk. Een op de zes denkt wel eens aan zelfdoding.

Corona, zeggen vrijwel al die onderzoeken, is de katalysator die bestaande problemen verergerde en versnelde. Doordat jongeren als gevolg van de pandemie maandenlang niet naar school konden, niet konden uitgaan, en alleen via het scherm contact hadden met leeftijdsgenoten, misten ze een cruciale fase in hun ontwikkeling.

Dat haal je niet zomaar in, zegt Jolien Dopmeijer. „De laatste lockdown ligt al bijna een jaar achter ons, maar de pijn is niet voorbij.” Dopmeijer doet als projectleider studenten bij kennisinstituut Trimbos al jaren onderzoek naar studentenwelzijn. „Het feit dat alles nu weer kan en mag, betekent niet dat dat ook lukt”, zegt ze. Sommige jongeren zijn in coronatijd zo eenzaam en somber geworden dat ze het nu moeilijk vinden nieuwe vrienden te maken, op te gaan in een groep.

Tot corona was één op de twaalf jongeren psychisch ongezond, daarna knálde het omhoog naar één op de vijf

Zorgelijk, zegt Dopmeijer. „De meeste psychische problemen ontstaan voor je zevenentwintigste levensjaar. Als je in die periode niet ingrijpt, kan dat levenslang consequenties hebben.”

„Corona heeft zichtbaar gemaakt wat we in de jeugdpsychiatrie al twintig jaar stiekem zien gebeuren, zegt Wouter Staal, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan de Radboud Universiteit en bijzonder hoogleraar autisme aan Universiteit Leiden. Hij behandelt zelf kinderen als jeugdpsychiater. „Er gaat een groeiende stroom kinderen en jongeren richting psychiatrie en jeugdzorg”, zegt Staal. „Dat zijn geleidelijke processen die in coronatijd enorm zijn versneld. Wie al op het randje zat, heeft een enorme dreun gekregen en is eraf gekukeld. Deze jongeren zijn enorm hard geraakt in een fase van hun leven waarin ze moeten oefenen met sociale contacten en hun plek moeten vinden in hun ‘peer group’.”

De gevolgen ziet Staal terug in zijn spreekkamer. Jongvolwassenen met ernstige depressies. Die zichzelf beschadigen. Jongeren met suïcidale gedachten. En hij ziet een sterke toename van meisjes – en steeds vaker ook jongens – met eetstoornissen die zo erg zijn dat er dwangvoeding aan te pas moet komen. En voor alle hulp zijn de wachtlijsten lang.

Druk en stress

„Het beeld van onze blije, gelukkige jeugd heeft een knauw gekregen”, zei jeugdonderzoeker Gonneke Stevens onlangs in NRC naar aanleiding van het vierjaarlijkse Health behaviour in school-aged children-onderzoek dat het welzijn en de gezondheid van jongeren meet. De laatste meting liet een ongekende daling zien in de mentale gezondheid van met name jonge meisjes. Ook hier is corona de meest zichtbare boosdoener, maar sluimert op de achtergrond een ander probleem: tussen 2001 en 2021 steeg het percentage jongeren dat druk en stress door school ervaart van 16 naar 45 procent.

Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet sinds 2001 de mentale gezondheid van jongeren. De scores laten een tamelijk stabiele lijn zien tot 2020, zegt hoofdsocioloog Tanja Traag. „Tot corona was één op de twaalf jongere psychisch ongezond, daarna knálde het omhoog naar één op de vijf.”

Wie in de definitie van het CBS psychisch ongezond is, heeft op een vragenlijst aangegeven zich vaak gespannen, zenuwachtig en neerslachtig te voelen. Andere onderzoeken van het CBS laten zien dat het risico op angststoornissen en depressies onder jongeren is toegenomen, ook voor corona.

„Dat kan te maken hebben met de toegenomen druk die jongeren ervaren”, zegt Traag. „We weten ook dat ouders eerder aan de bel trekken als ze denken dat er iets mis is. Er wordt beter en eerder gediagnosticeerd. Het taboe op psychische aandoeningen is eraf.”

„Als je jongeren vraagt waar ze last van hebben”, zegt Wouter Staal, „hoor je vaak: we staan almaar aan. Er is no escape.” Anders dan de generatie van hun ouders – de veertigers en vijftigers van nu – worden jongeren voortdurend in de gaten gehouden. Door elkaar, via hun telefoons. En door hun ouders, die via Magister niet alleen de cijfers zien, maar ook of hun kind z’n huiswerk heeft gemaakt, spijbelt of te laat was.

Ouders zijn vaak heel beschermend en leggen de lat hoog, ziet Staal. „Dat kan tot angstige en gespannen kinderen leiden. We leven in een maatschappij die zegt: alles is mogelijk. Je kan alles bereiken als je maar je best doet. Dat geeft een enorme druk. Want als je de verwachtingen niet waarmaakt, als je niet op het vwo komt of een topstudie doet, dan ligt dat aan jezelf. Dan moet je wel heel suf zijn.”

Die ‘opwaartse druk’ is terug te zien in de aanmeldingen voor vervolgonderwijs: het aantal studenten aan universiteiten verdubbelde de afgelopen twintig jaar, terwijl het aandeel studenten op het mbo daalde.

‘Ze moeten te véél’

Staal spreekt regelmatig ouders die alarm slaan omdat hun kind gestresst of somber is. Dan vraagt hij: wat moet uw dochter allemaal in een week? „Volgt een hele opsomming: judo, hockey, pianoles, bijles… Te véél, zeg ik dan. Geef dat kind wat rust. Maar, zeggen die ouders met de beste bedoelingen, ze moet wél mee met de rest.”

Het CBS deed eind vorig jaar voor het eerst onderzoek naar prestatiedruk onder jongeren. Daarin viel iets op, zegt Tanja Traag. De druk die jongeren zichzelf opleggen, bleek sterker dan de druk van buiten – waarbij meisjes ook hier meer druk voelen dan jongens. Een mogelijke verklaring voor die ‘interne’ druk ziet Traag in de grote rol van sociale media. Die kan positief uitpakken, als verbindende factor in het sociale leven van jongeren. Maar ook negatief, als jongeren zichzelf via Instagram en Snapchat voortdurend de maat nemen en een „zo gaaf mogelijk” beeld van zichzelf willen neerzetten om op te boksen tegen de mooie plaatjes van anderen.

De bom

Er komt nog iets bij: jongeren maken zich zorgen over hun toekomst. Grote maatschappelijke en geopolitieke problemen komen hard binnen. Studieschulden, gebrek aan woonruimte, de oorlog in Oekraïne en de klimaatcrisis – je zou van minder overspannen raken.

Maar wacht even: de ouders van deze jongeren groeiden ook op in een gure wereld. Koude Oorlog, de bom die elk moment kon vallen, zure regen en een hoge werkloosheid. Leden zij daar ook zo onder?

Minder, denkt Wouter Staal, omdat de maatschappij anders in elkaar stak. „Minder individualistisch en prestatiegericht. Als je geen baan vond, was dat niet jouw schuld, maar de schuld van het systeem.”

De hamvraag: wat valt eraan te doen? Kun je jongere weerbaarder of gelukkiger maken? Kun je sterke maatschappelijke onderstromen, als opwaartse druk en hoge verwachtingen, ombuigen?

Ja, zegt Jolien Dopmeijer. „Ik zie dat deze generatie jongeren hard geraakt is, maar zich tegelijkertijd meer durft uit te spreken en zich kwetsbaar durft op te stellen. Kijk naar YouTube-sterren en influencers die openlijk praten over hun mentale problemen. Dat helpt.”

Bij haar dochter in de klas, ze zit in groep zes van de basisschool, wordt vaak gepraat over gevoelens. Ook dat helpt, zegt Dopmeijer. „Je kunt kinderen al jong leren dat het normaal is om je af en toe niet goed te voelen. Dat het normaal is om hulp te vragen. Hoe vroeger je daarmee begint, hoe beter.”

Tegelijk wordt op veel basisscholen de kiem gelegd voor latere prestatiedruk. Vanaf groep 1 worden kinderen getest en ingedeeld in zonnetjes, maantjes of raketjes – naar gelang het lees- of rekenniveau. En vragen sommige ouders vervolgens ongerust waarom hún kind geen zonnetje is. „Je mag best kijken naar talenten van kinderen”, zegt Dopmeijer daarover, „maar probeer er geen enorme waardering aan te geven. De excellentiecultuur is doorgeschoten, en die spiraal moeten we doorbreken.”

Er zijn twee oorzaken voor psychische aandoeningen: aanleg en omgeving, zegt Wouter Staal. „Aanleg kun je niet veranderen, omgeving wel. Daar valt winst te behalen.” Hoe? „Door minder te praten in termen van hoog en laag, en meer te kijken naar wat iemand wil en kan. Wat je rol is in de maatschappij? Wat kun jij toevoegen? Je bént niet minder als je geen diploma op het hoogste niveau haalt. Het is tijd om te stoppen met die letterlijk gekmakende rat race. We moeten even normaal doen met z’n allen.”