Opinie

Een goed museum laat je natrillen

Kunst Te vaak reduceren musea hun bezoekers tot een getal. Dan is het lastig een innige verbinding te voelen met het kunstwerk, betogen en .
Het vernieuwde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
Het vernieuwde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Karin Borghouts

„Musea worden vaak in eerste instantie gezien als kennisinstellingen, iets wat we ook zijn, maar wij willen verder gaan dan feiten overbrengen: we willen bezoekers in hun emotionaliteit raken: woede, verdriet, plezier. Pas als je op die laag komt, dan gaat de kunst je bijblijven, en kun je er iets mee in je eigen leven.” Aldus Carmen Willems, directeur van het gerenoveerde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, in NRC (24/8). Een museum als emotionele plek! Wat een logische en toch tegendraadse opvatting. Het ontbreekt bijvoorbeeld in de internationale museumdefinitie, die deze zomer is geüpdatet. Naast ‘enjoyment’ is er geen plek voor emotie, voor hoe kunst kan raken, je onderdeel kan laten voelen van de wereld.

Voor dat gevoel is een woord: resonantie. Dat zou wat ons betreft het centrale begrip moeten zijn in de kunst.

De term is enkele jaren geleden geïntroduceerd door de Duitse socioloog Hartmut Rosa, als antoniem van vervreemding. Want het zijn zeer vervreemdende tijden – zet het nieuws aan en iedereen lijkt zijn kop te verliezen. Als we last hebben van vervreemding, dan is resonantie het medicijn, stelt Rosa.

In het essay Leven in tijden van versnelling (2016) stelt Rosa dat drie dingen bij uitstek dat overweldigende, nederige, ontroerende gevoel van verbondenheid kunnen oproepen: religie, natuur en kunst. Maar het land is ontzuild en de steden worden groter, waardoor religie en natuur een steeds kleinere rol spelen in het dagelijks leven van veel mensen. We raken langzaam aan steeds verder vervreemd, mede door een tekort aan dat levendige, alles verbindende gevoel. Daar ligt dus een schone taak voor de schone kunsten.

Er ligt nu, naar goed kapitalistisch gebruik, in de kunstsector een te grote nadruk op de kwantiteit van bezoek. Dit cijferfetisjime reduceert het bezoek tot een getal. Maar wat zeggen die aantallen als bezoekers niet maximaal in de gelegenheid worden gesteld om die levendige verbinding te ervaren? Als honderdduizend bezoekers schouderophalend door een tentoonstelling lopen, is die tentoonstelling dan een succes?

Oog in oog met een schilderij

Nee, dan de kwaliteit van bezoek. Geraakt worden, dat de tijd even stopt als je oog in oog staat met een schilderij. Dat je niet weet wat, maar dat er ontegenzeggelijk iets met je gebeurt. Voor ons part word je zelfs woest van een kunstwerk. Maar dat er een voor en een na is, dat je dag, leven, wereld even anders is na het bezoek. Daar zou het om moeten gaan.

Dat klinkt geweldig, alleen iedereen weet: zulke momenten laten zich slecht voorspellen. Toch zouden musea (en andere kunstinstellingen) volledig moeten inzetten op het vergroten van de voorwaarden waarin resonantie kan plaatsvinden.

Musea zouden bijvoorbeeld, zoals museumdirecteur Carmen Willems ook suggereert, minder nadruk moeten leggen op het delen van kennis. Deze taak is natuurlijk belangrijk, maar te veel informatie kan bezoekers het idee geven iets te moeten leren. Dat maakt het schools en daarmee voor alle niet-nerds niet leuk, het zorgt er ook voor dat bezoekers ‘in hun hoofd’ komen en de kunst cerebraal gaan benaderen, in plaats van met hun gevoel. Het is lastig diep geraakt te worden als je bezig bent jaartallen te onthouden en stromingen te ontleden.

Karin Borghouts

Wat ook belangrijk is voor dit gevoel van resonantie is de ademruimte die kunstwerken krijgen. Het is moeilijker om die innige verbinding te ervaren bij een kunstwerk als er dichtbij, links of rechts van je, een ander kunstwerk om je aandacht vraagt. Denk aan het overdonderende van natuur, of van kathedralen. Het is de zowat oneindige ruimte die dat mogelijk maakt.

Musea zouden zich meer als host kunnen opstellen: investeren bijvoorbeeld in comfortabele zitplekken, planten, open gesprekken met museumpersoneel, in menselijkheid. Zo wordt de bezoeker uitgenodigd om zich kwetsbaar op te stellen, alleen zo kan die begeerlijke resonantie optreden.

Lees ook: Verwar autonome kunst niet met creatieve industrie

Geen telefoons

Stop daarom alsjeblieft ook met het aanmoedigen van bezoekers hun telefoons te gebruiken. Die dingen zuigen mensen in het oneindige zwarte kader – dat mag alleen Malevitsj doen.

In 2019 toonde het Stedelijk Museum Schiedam een werk van Mark Rothko op een spraakmakende manier: solo. Het museum had waarschijnlijk meer bezoekers kunnen ontvangen als ze het kunstwerk ‘gewoon’ tentoongesteld had, maar op deze manier werd de kwaliteit van het bezoek belangrijker geacht. Het was één ruimte met één werk waar één persoon tegelijk naar mocht kijken. Met daarvoor een wachtruimte met meditatieve muziek. Alles draaide om de emotionaliteit van het kunstwerk. Geen toeval dat deze tentoonstelling destijds zoveel aandacht en lof ontving.

Dat gevoel stopt namelijk niet als je het museum weer uit loopt. Het heeft grotere en langdurige effecten. Je trilt na. Het verandert je dag, je wereld, je leven. Er heeft iets geresoneerd, je bent weer even mens geweest.