Kosten prijsplafond: ergens tussen 10 en 40 miljard euro

Financiële beschouwingen De energiecrisis zet het kabinetsbeleid en de begroting op zijn kop. Wat kost het prijsplafond en hoe wordt het betaald? Niemand weet het. Bij de oppositie wringt het.

Foto Rob Engelaar/ANP. Bewerking NRC

Ja, het energieprijsplafond slaat een gat in de begroting. Maar of we kunnen zeggen hoe groot? Geen idee. Het zou wel eens 23 miljard kunnen kosten. Maar het kan ook 10 miljard worden. Of misschien 40 miljard. Hoe we dat betalen weten we ook nog niet. Bezuinigen? Misschien. Extra staatsschuld? Kan ook, we moeten het nog zien, maar zou u toch alvast willen tekenen?

De boodschap die minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) deze week voor de Tweede Kamer had, is geen gemakkelijke. Dinsdag presenteerde haar collega Rob Jetten (D66), minister van Energie en Klimaat, het prijsplafond waarmee het kabinet de energierekening van alle Ne derlanders wil dempen. Het uitgewerkte resultaat is, op aandringen van vrijwel de gehele Tweede Kamer, nog royaler dan het plafond dat Jetten op Prinsjesdag voor het eerst presenteerde. Vooral grootverbruikers van elektriciteit – wie groter woont, of een warmtepomp heeft bijvoorbeeld – profiteren daarvan.

Woensdag en donderdag was het aan Kaag om het moeilijke deel van de oplossing aan de Kamer te verkopen: het kabinet heeft nog geen idee hoeveel het plafond gaat kosten, en waar het geld op de toch al onzekere begroting precies vandaan gaat komen. Ze was er zelf ook niet helemaal gelukkig mee, zei ze tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, de financiële tegenhanger van de Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. „Dit is niet zoals ik me mijn start als minister van Financiën had voorgesteld.”

Grilligheid energieprijzen

Het is de paradox van het kabinetsbeleid in deze energiecrisis: het parlement bestuurt volop mee – en toch ook weer niet. De grilligheid van de wereldeconomie en de energieprijzen geven oppositiepartijen de kans om mee te denken en mee te regeren. Het coalitieakkoord schrijft immers niet voor hoe het kabinet de gierende inflatie en de onzekere energietoevoer moet regelen. Alles is ad hoc. Zo ontstond ook het prijsplafond: een voorstel van GroenLinks en de PvdA, omarmd door de coalitie.

Diezelfde grilligheid speelt de oppositie parten als het gaat om het proces: om het zoeken naar geld om al die haastig gesmede plannen te bekostigen. Dat bleek al op Prinsjesdag: de Kamerbrief over het prijsplafond werd nog geschreven terwijl de Troonrede al begonnen was, het kabinet kon nog slechts schatten hoeveel het zou kosten en kwam uit op 15 miljard euro. Nu is de schatting nog steeds onzeker, maar iets concreter: 23,5 miljard euro. Daar staat slechts een besparing van 5 miljard euro tegenover, door een eerder beloofde korting op de energiebelasting te schrappen. De rest is ongedekt.

Het is de paradox van het kabinetsbeleid in deze energiecrisis: het parlement bestuurt volop mee – en toch ook weer niet

Het precieze bedrag kan twee kanten op stuiteren. Gaan de prijzen weer omhoog, dan moet het kabinet de energieleveranciers met meer geld subsidiëren, zodat zij stroom en gas aan Nederlandse huishoudens kunnen aanbieden tegen de afgesproken prijs. Evenaren de gasprijzen de piek van augustus, dan komt het kostenplaatje uit op meer dan 40 miljard. Blijven de gasprijzen dalen, zoals ze nu doen, dan kan het prijskaartje van het plafond ook zakken tot 10 miljard.

Zo onzeker als de kosten van de begroting zijn, zo onzeker zijn ook de inkomsten volgend jaar, aldus Kaag. En daar zit ruimte voor meevallers. Het kabinet wil energieproducenten zwaarder gaan belasten via de Mijnbouwwet en in Europa wordt gewerkt aan een nog grotere solidariteitsheffing voor energiebedrijven die nu grote winsten boeken bij het opwekken van elektriciteit. Bovendien leiden de hoge gasprijzen op de wereldmarkt er toe dat ook het Nederlandse gas tegen een hoge prijs verkocht wordt, wat weer zorgt voor miljarden aan extra belastinginkomsten – de gasbaten.

Met zoveel onzekerheid, zo redeneert Kaag, is het zinloos nu al uitgaven te schrappen of belastingen te verhogen. Daar valt in haar ogen pas bij de Voorjaarsnota, in de lente van 2023, iets over te zeggen. Dan is beter in te schatten hoeveel het plafond gaat kosten en wat er aan extra inkomsten binnenkomt.

Van de coalitiepartijen mag ze om die reden best wat vraagtekens op de begroting laten staan. Het is nu gewoon nog te vroeg, zei VVD-Kamerlid Eelco Heinen. „Ik wil hier dus ook wel voorkomen dat we de minister vragen om een weersvoorspelling te doen in de zin van: moet ik in april een korte of een lange broek aan? Soms weten we het gewoon niet.”

„We hebben aan het kabinet gevraagd, met z’n allen: pak dat risico nou weg bij huishoudens”, zei D66’er Steven van Weyenberg vermanend tegen de oppositie. „Ik vind het dan ook best ingewikkeld om met elkaar te gaan klagen dat er nu inderdaad een risico bij de begroting ligt.”

Kaag wilde bezuinigingen „ten principale in theorie” niet uitsluiten. Maar, voegde ze toe: „Ze zijn niet mijn eerste reactie.” Vooralsnog lijken de extra kosten daarmee, op papier althans, in de staatsschuld te lopen.

Na corona kan ineens alles

Toch is daarmee de twijfel niet weggenomen. Op Prinsjesdag beklaagden het Centraal Planbureau (CPB) en de Raad van State zich al over het „haastige proces” waarmee de Miljoenennota was opgesteld en het gemak waarmee het kabinet grote uitgaven tevoorschijn toverde.

Dat geluid viel deze weken opnieuw te horen vanuit de oppositiebankjes. „Ze vraagt een blanco cheque van ons”, stelde SP-Kamerlid Mahir Alkaya vast. Pieter Omtzigt sprak van een „zwaard van Damocles” zolang niet duidelijk is of gezinnen die nu profiteren van het prijsplafond daar straks de rekening voor betalen via hogere belastingen. De PvdA en GroenLinks, de initiatiefnemers van het prijsplafond, beginnen te aarzelen als er een bezuiniging op de zorg tegenover staat. De SGP wil juist voorkomen dat het plafond zomaar wordt gefinancierd door de staatsschuld te laten oplopen.

De flexibele houding maakt het kabinet wendbaarder in crisistijd, maar heeft ook tot een begroting geleid die voortdurend wordt opgerekt

Een helder antwoord kregen de Kamerleden niet. En dus twijfelen ze: ze zijn vóór het plafond, maar durven niet overtuigd het kabinet te steunen zolang ze niet weten waar het geld voor dat plafond vandaan komt: Schrödingers begroting.

Het tekent het parlementaire ongemak dat eigenlijk al ruim tweeënhalf jaar rond de staatskas bestaat. Sinds 2019, en vooral sinds de coronacrisis, wordt steeds vaker afgeweken van oude begrotingsregels. Niet elke meevaller aan de inkomstenkant gaat naar het aflossen van de staatsschuld. Niet alleen tijdens Prinsjesdag, maar het hele jaar door worden extra miljardenuitgaven aangekondigd. Plannen worden toegezegd nog voordat er geld voor is gevonden. Alles kan, zo lijkt het.

Die flexibele houding maakt het kabinet wendbaarder in crisistijd, maar heeft ook tot een begroting geleid die voortdurend wordt opgerekt. „Het begrotingsbeleid lijdt aan long covid”, schreef CPB-directeur Pieter Hasekamp vrijdag in een column in het FD. De ontregeling van corona ettert door, aldus Hasekamp, tenzij de orde op de begroting wordt hersteld.

Lees ook over de energieafspraken bij de eerste bijeenkomst van de Europese Politieke Gemeenschap Europa twist over vraag: wat is precies een prijsplafond?

Het ongemak in de Kamer over de haastig vormgegeven noodmaatregelen beperkt zich niet tot de omvang van de uitgaven. Zo vroegen meerdere Kamerleden zich af hoe het kabinet ervoor zorgt dat de energieleveranciers nog steeds geprikkeld worden tegen gunstige prijzen in te kopen. Het kabinet legt straks immers elke cent boven het plafond bij om de prijs voor de klant laag te houden, ongeacht de marktprijs.

Ook over de winsten die zulke bedrijven boeken, bestaat onzekerheid. Omtzigt, SP’er Alkaya en PVV-Kamerlid Tony van Dijck noemden allemaal energieleverancier Vattenfall, die geheel in handen is van de Zweedse staat en die de afgelopen jaren ook dividend uitkeerde. „Als we niet oppassen, zijn we hier eigenlijk de Zweedse begroting aan het spekken”, aldus Van Dijck.

Het zijn vragen waar de Kamer zich vaker over zal moeten buigen. De energieprijzen blijven waarschijnlijk ook na 2023 bovengemiddeld hoog, verwachten analisten. Mede daardoor is de „terugkeer van de activistische staat” een voldongen feit geworden, schreef columnist Martin Sandbu deze week in de Financial Times.

Kaag hoopt dat ze de Kamer daarbij aan haar zijde vindt – of in elk geval een deel. Ze zal wel moeten: in de Eerste Kamer heeft de coalitie geen meerderheid.