Profiel

Nobelprijswinnaar Annie Ernaux legt in haar ervaringen de tijdgeest vast

Nobelprijswinnaar Annie Ernaux maakte furore als taboedoorbrekend auteur. Als vrouw uit een arbeidersmilieu wist ze haar ervaringen met schaamte, klasseverschil en ook haar lichaam, van menstruatie tot abortus, op moedige en schitterende wijze tot literatuur te transformeren.

Annie Ernaux.
Annie Ernaux. Foto Leonardo Cendamo / Getty Images

Donderdagmiddag heeft de Zweedse Academie de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan de Franse schrijfster Annie Ernaux, voor ‘de moed en de klinische scherpte waarmee ze de wortels en de collectieve beperkingen van het persoonlijke geheugen blootlegt’. Dat is een ingewikkelde manier om te zeggen dat ze het volstrekt unieke oeuvre eert van een schrijfster die het individuele geheugen weet te kruisen met dat van ons allemaal, met het collectieve. Daarbij geeft Ernaux, de zeventiende vrouw die de Nobelprijs ten deel valt, haar werk een intieme én een sociologisch-historische dimensie mee.

Vanaf haar eerste boek, Les armoires vides (1974, vert. Lege kasten) bleef Ernaux dicht bij haar eigen leven. Haar debuutroman gaat over een jonge vrouw die net een abortus heeft ondergaan en alleen op haar bed ligt. De verwekker is met de noorderzon vertrokken. De jonge vrouw doet een letterenstudie, zoekt naar troost in de literatuur. Maar bij Victor Hugo en Charles Peguy, de auteurs die ze voor haar studie moet lezen, vindt ze niets waar ze in haar situatie iets aan heeft. Daar wil ze verandering in brengen.

Ernaux was moedig: geen auteur die tot dan toe zo’n onderwerp aandurfde. Net als Simone de Beauvoir en vele vrouwelijke schrijfsters voor haar, kreeg ze te maken met felle, negatieve reacties op haar eerste boeken. Een criticus verklaarde eens dat ze bij hem ‘een gevoel van diepe walging’ opriep. Het was onfatsoenlijk over abortus, menstruatie, het vrouwelijk lichaam en vrouwelijke passie te schrijven – dat waren toch geen onderwerpen voor de literatuur!

Taboedoorbrekend

Ernaux liet zich niet weerhouden. De vrouw deed ertoe, in alle facetten van haar leven. Woede werd een van haar drijfveren. Sec, klinisch, afstandelijk, bijna kaal is haar stijl, waaruit iedere beeldspraak, iedere lyriek is verbannen. Juist daarom maakt haar werk zoveel indruk, er is geen ornament te bekennen, steeds word je getroffen door een rechtse directe.

Lees ook dit interview met Annie Ernaux uit 2017: ‘Ik schrijf alsof er geen toekomst is’

Haar oeuvre bestaat inmiddels uit zo’n dertig titels, plus een groot aantal essays en bijdragen aan allerhande bundels. Met bijna iedere titel doorbrak ze een taboe. In Passion simple (1991, vert. Alleen maar hartstocht) schreef ze over een allesverterende passie, in La honte (1999, vert. De schaamte) over de dag waarop haar vader haar moeder wilde vermoorden. In Une femme (1988, vert. Een vrouw) portretteert ze het harde leven van haar moeder, La Place (1983, De plek) gaat over haar vader. In de korte dagboeknotities van Je ne suis pas sortie de ma nuit (1997) beschrijft ze cru de lichamelijke aftakeling van haar moeder. (2016, vert. Meisjesherinneringen), een van de laatste puzzelstukjes uit haar oeuvre, gaat over de rauwe manier waarop ze als beschermd opgevoed, bleu meisje, verliefd werd, zich gaf en zich daarmee uitleverde aan spot en vernedering. Gedesillusioneerd en beschaamd betaalt ze haar verliefdheid met uitsluiting uit de gemeenschap waartoe ze dacht te behoren.

In haar werk schrijft Ernaux over haar jeugd, haar ouders, haar lichaam, de ontsnapping uit haar milieu en het ouder worden – allemaal gerelateerd aan haar eigen ervaringen, en op schitterende wijze tot literatuur getransformeerd. Het motto van haar recent verschenen titel, Le jeune homme, luidt: ‘Als ik ze niet opschrijf, zijn de dingen niet afgerond, dan zijn ze alleen maar doorgemaakt’. Wat ze in dit kleine boek opschreef was haar liefdesrelatie met een veel jongere man – het onbegrip en de scheve ogen die dit opleverde.

Sociale schaamte

Annie Ernaux (1940) groeide op in Yvetot, een kleurloze plaats in Normandië. Haar ouders hadden een kruidenierswinkel annex café aan huis, de hele dag door waren er klanten in de keuken, die tegelijkertijd dienst deed als winkel. In het café, tevens woonkamer, bestelden mannen hun bier. Ernaux (geboren als Annie Duchesne) was intelligent, ging naar het lyceum, waar ze in de gaten kreeg dat ze tot een andere sociale klasse behoorde dan de andere meisjes. Ze werd genegeerd, uitgelachen om haar taalgebruik, haar kleding. Ze kwam in een andere wereld terecht, waar men er andere waarden en andere omgangsvormen op na hield. Daaruit kwam de schaamte voort, een thema dat je in iedere roman van Ernaux terugvindt: schaamte over haar ouders, hun taalgebruik en hun kleding, schaamte over haar eigen anders zijn, over haar onaangepastheid. Schaamte die steeds opnieuw werd aangewakkerd door anderen die haar links lieten liggen. Het is een emotie die vruchtbaar was voor meer schrijvers. Ze las en ze las, op haar slaapkamertje boven de kruidenierswinkel. Alles wat ze te pakken kon krijgen. Van de nouveaux romanciers, Michel Butor, Nathalie Sarraute en Alain Robbe-Grillet tot Simone de Beauvoir, vertelde ze me jaren geleden: ,,Toen zei ik tegen mezelf: ik wil en ik kan dat ook.”

Ze ging studeren, ervoer wat het was een ‘transfuge de classe’ te zijn, iemand uit een andere laag van de bevolking, iemand die er niet van huis uit bij hoorde, een eeuwige buitenstaander. Ze ging lesgeven, trouwde, verhuisde naar een buitenwijk, ging scheiden, kreeg een jongere minnaar, bleef schrijven. Intussen inspireerde ze met haar werk een hele generatie jonge auteurs, onder wie Prix Goncourtwinnaar Nicolas Mathieu en cultauteur Édouard Louis, die haar scherpe antenne voor sociale rechtvaardigheid en directe stijl roemen. Voor hen vertegenwoordigt ze dat deel van de Franse bevolking dat zich niet gehoord voelt.

Transistorradio en de pil

Lees ook de recensie van het magnum opus van Annie Ernaux, de roman De jaren

Ernaux’s grote internationale doorbraak kwam met haar magnum opus De jaren, uit 2008, twee jaar geleden prachtig vertaald door Rokus Hofstede. Het is een ‘onpersoonlijke autobiografie’, waarin ze het leven van alledag in Europa beschrijft, grofweg van 1945 tot 2007. Dat geldt niet alleen haar persoonlijke leven, maar dat van ons allemaal, voorzover we die tijd hebben meegemaakt: ze noemt een hele reeks voorwerpen, zoals de transistorradio waaruit de liedjes van Piaf en van de Beatles kwamen, de formica tafeltjes in de keuken, maar ook boeken zoals Jane Eyre en ontwikkelingen zoals de pil die de vrouw seksuele vrijheid gaf.

Vanaf het begin schrijft Ernaux niet vanuit haar verbeelding, maar vanuit haar geheugen. Haar leven lang hield ze, heel nauwgezet, een dagboek bij. Vorige week vond op een Frans festival een voorpremière plaats van de documentaire Annie Ernaux: Les années super 8. Het zijn familiefilmpjes uit de jaren zestig en zeventig, veelal gemaakt door haar toenmalige echtgenoot en door een van haar zonen, met een voiceover van de schrijfster zelf. Die documentaire gaat precies zo te werk als de schrijfster met haar pen: het zijn kale, zwart-wit beelden van van voorwerpen in haar huis, van haar tuin, haar kat en van de gezinsvakanties – ontroerend, herkenbaar, onopgesmukt. Aan de documentaire is te zien dat ze als echtgenote steeds meer uit beeld verdwijnt. De kijker ziet haar gezin, haar zonen, haar dagelijks leven. Maar ze geven het bestaan weer van zoveel vergelijkbare gezinnen in die periode – precies het kenmerk van haar geschreven oeuvre.

Ernaux is zonder meer schatplichtig aan Proust, haar oeuvre is, zou je kunnen zeggen, haar hoogstpersoonlijke À la recherche du temps perdu. Al die beelden uit het verleden, uit de tijd waarin ze opgroeide, volwassen werd, waarin langzaam de ouderdom naderde, mogen van haar niet genadeloos en betekenisloos in de vergetelheid verdwijnen. Ze wil ze vatten, beschrijven, bewaren voor de eeuwigheid. ‘La mémoire n’arrête jamais’, het geheugen stopt nooit, schrijft ze in De jaren. Al die beelden doen ertoe, ze zijn getuigen van haar tijd, inmiddels al een vervlogen tijd.

Persoonlijke vrijheid

Sinds ze uit dat middelbare schoolkamertje in Yvetot vertrok, is Ernaux nooit meer opgehouden met lezen en schrijven. Ze wilde behouden wat er eens bestond, wat er ooit is beleefd, als onderdeel van de cyclus van de hele mensheid. Dat doet ze vanuit haar eigen visie, die van de vrouw die ze is, dwars tegen andere, haar opgedrongen visies in. ‘Venger ma race’ was lang haar motto en dat ‘revancheren’ gold niet alleen haar vrouw zijn, maar ook haar sociale klasse en de cultuur die daarbij hoort.

Ernaux heeft altijd een imago van bescheidenheid gehad, ze laat zich regelmatig uit over actuele onderwerpen, zonder daarbij schreeuwend op de zeepkist te gaan staan, zonder de status van feministisch icoon na te streven. Als ze zich uit, doet ze dat het liefst schriftelijk, zoals onlangs bij het begin van #MeToo. Ze diende beroemde actrices die alle ophef over het mannelijk gedrag overdreven vonden van repliek: ze hadden geen idee hoe het er in het echte leven aan toeging.

Ernaux mag zich dan graag verschuilen achter haar lange haar, haar stem mag dan zacht zijn, haar boodschap van persoonlijke vrijheid is keihard. Ze laat zich geen label opplakken, geen identiteit opdringen, ze gaat tegen de stroom in, kiest haar eigen weg. Ze vecht. Voor een andere visie op de vrouw en op de maatschappij. Dat deze lange strijd nu met de Nobelprijs is onderscheiden, is daarom een zeer terechte bekroning voor het magnifieke oeuvre van een moedig schrijfster die voor ons allen, als collectief, de voorbije tijd, vanuit een vrouwelijk perspectief, een toekomst heeft gegeven.