Analyse

Werkt Italiaanse aanpak ook bij onze ‘poldermaffia’?

Maffia Nederlandse bewindslieden kijken in Italië naar de strenge antimaffiawetgeving. Maar die aanpak zomaar kopiëren gaat in Nederland niet werken, zeggen deskundigen.

Begrafenis van maffiabaas Vittorio Casamonica in Rome, in 2015.
Begrafenis van maffiabaas Vittorio Casamonica in Rome, in 2015. Foto Messimo Percossi/EPA

Het is een broeierig hete ochtend in Rome, die twintigste augustus in 2015. In de Italiaanse hoofdstad vindt de uitvaart plaats van Vittorio Casamonica, leider van een bekende criminele familie in de Italiaanse hoofdstad. Kosten noch moeite zijn gespaard. Een glimmende koets met zes zwarte paarden rijdt voor, gevolgd door een Rolls-Royce. Uit een helikopter dwarrelen rozenblaadjes naar beneden. De imposante parochiekerk van Don Bosco stroomt vol met rouwenden, en op de melodie van het maffia-filmepos The Godfather wordt Casamonica naar zijn laatste rustplaats begeleid.

Achteraf spreken de Italiaanse kranten schande van zoveel crimineel machtsvertoon.

De Casamonica’s behoren tot de Sinti-etnie, eigenlijk een nomadisch volk. Maar de familie heeft zich al in de jaren zestig in Rome gevestigd en van de hoofdstad haar criminele werkterrein gemaakt. De clan komt niet uit een historische maffiaregio als Sicilië of Calabrië. Sommige clanleden verhandelen drugs en zijn notoire afpersers. Op het eerste gezicht lijkt dit geen klassieke maffiafamilie, maar een ‘gewone’ misdaadbende.

Toch worden criminelen van deze familie in september 2021 veroordeeld als maffiaclanleden, op basis van de Italiaanse antimaffiawet 416 bis. De misdaadfamilie gebruikt intimidatie, legt zwijgplicht op en begaat misdrijven om haar crimineel grondgebied te controleren. Daaraan heeft justitie in Italië voldoende om de antimaffiawet in te zetten.

Wet 416 bis is eigenlijk ingevoerd om de klassieke maffiaorganisaties met veel ingrijpender middelen te bestrijden. Kenmerkend voor Italiaanse maffia’s is dat zij de legale zakenwereld en de politiek proberen te infiltreren. Maar de recente veroordeling van sommige leden van de Casamonica-familie illustreert dat die diep snijdende wet 416 bis ook wordt gebruikt om een ander soort misdaadgroepen aan te pakken.

Kunnen andere landen van die Italiaanse aanpak leren?

De Nederlandse regering denkt van wel en nam het idee op in het regeerakkoord. In juni gingen ministers Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) en Dilan Yesilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid, VVD) in Italië bekijken wat de toegevoegde waarde kan zijn van de Italiaanse antimaffiawetgeving in Nederland. Het idee kreeg extra gestalte na de moorden op Peter R. de Vries en advocaat Derk Wiersum. Na haar bezoek aan Italië toonde Yesilgöz interesse in het Italiaanse wetsartikel 416 bis.

Inmiddels staat een bijeenkomst in Amsterdam gepland, waar vrijdag 7 oktober Yesilgöz collega’s en vertegenwoordigers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje ontvangt om de aanpak van zware georganiseerde misdaad te bespreken en te vergelijken.

Lees ook: Eenzame opsluiting is niet genoeg om de Italiaanse maffiosi te breken

Afluisteren en inbeslagnames

De Italiaanse antimaffiawet 416 bis stelt Italiaanse rechercheurs in staat in een vroeg stadium verstrekkende onderzoeksmiddelen in te zetten. Afluisteren wordt makkelijker, inbeslagnames van tegoeden en eigendommen ook. Volgt er een veroordeling, dan riskeren de hoogste bazen het strengste gevangenisregime, 41 bis genaamd. Die eenzame opsluiting van de gedetineerde, die de klok rond wordt gecontroleerd, moet voorkomen dat een misdaadbaas vanuit de cel nog bevelen geeft. De eenzame opsluiting loopt pas af wanneer de tot 41 bis veroordeelde besluit om met justitie mee te werken.

Ook die 41 bis interesseert de Nederlandse politiek. PVV-Kamerleden Lilian Helder en Gidi Markuszower dienden een motie in, die werd aangenomen, met de vraag te onderzoeken of het strengste Italiaanse gevangenisregime ook in Nederland kan worden ingevoerd.

Op verzoek van de regering onderzoekt de Rijksuniversiteit Groningen of Italiaanse maffiabestrijding ook voor Nederland werkt. Maar zijn die Italiaanse misdaadwetten wel de oplossing voor de specifieke problemen die de Nederlandse georganiseerde criminaliteit in ons land veroorzaakt?

Giuseppe Ayala (77) is een rijzige, magere Siciliaanse magistraat in ruste. Hij spreekt gloedvol over zijn actieve carrière, die hem in de vuurlinie van de Siciliaanse maffia bracht. In 1986 sprak Ayala namens het Openbaar Ministerie de aanklacht uit tijdens het beroemde megaproces tegen de Siciliaanse maffia Cosa Nostra in Palermo, toen 342 maffiosi schuldig werden verklaard.

Toen het Hof van Cassatie (de Italiaanse Hoge Raad) ettelijke maffiabazen tot levenslang veroordeelde, zwoer Cosa Nostra dodelijke wraak. In 1992 werd onderzoeksrechter Giovanni Falcone opgeblazen met een bom, twee maanden later deelde zijn collega Paolo Borsellino in hetzelfde lot.

Giovanni Falcone was een visionair in de strijd tegen de Cosa Nostra, zegt de oud-magistraat. „Heel wat van zijn methodes worden nog steeds gebruikt.” Het megaproces tegen de Siciliaanse maffia was een overwinning voor het antimaffiawetsartikel 416 bis, dat in 1982 aan de Italiaanse strafwet was toegevoegd. „Het is haast niet voor te stellen”, zegt Ayala. „Maar tot dat jaar kwam het woord maffia niet voor in de Italiaanse strafwet, terwijl de maffia in Italië toen al langer dan een eeuw bestond.” De antimaffiawet, zegt Ayala, bracht de strijd tegen de maffia in Italië „in een hogere versnelling”. In Italië voelden wetgevers de noodzaak om 416 bis in te voeren, omdat het originele wetsartikel voor de aanpak van criminele organisaties – artikel 416 –niet volstond.

Gooi het net breed uit

De wet gaat erg ver. „Het is al strafbaar om enkel een ingewijde te zijn van een maffiaorganisatie, nog voordat het lid in kwestie een misdrijf heeft gepleegd”, zegt Maurizio Vallone, directeur van de Italiaanse antimaffiapolitie en -inlichtingendienst DIA (Direzione Investigativa Antimafia), tijdens een gesprek in Rome. Volkomen terecht, vindt hij. „Als iemand lid wordt door een heiligenprentje ritueel te verbranden, zoals bijvoorbeeld gangbaar is bij de ’Ndrangheta, dan stelt die persoon zich volledig ter beschikking van die maffiaorganisatie. Stel je eens voor hoeveel burgers, handelaars en ondernemers dat nieuwe lid daarna namens de organisatie kan intimideren.”

De maffiabestrijder is er voorstander van om het net heel breed uit te gooien en kijkt daarom soms hoofdschuddend naar Nederland. Vindt er in ons land een moord plaats, dan kunnen politie en justitie achter de daders en de opdrachtgevers aan. Vallone: „In Italië jagen wij in zo’n geval op de hele organisatie die erbij betrokken is.”

Maar het Italiaanse antimaffiasysteem bestaat niet alleen uit repressie, waarschuwt Vallone. „Het is een heel pakket. We zetten ook sterk in op preventie, via vaste antimaffiaprocedures bij aanbestedingen. En onze DIA treedt tegelijk op als inlichtingendienst.” Het land hanteert voorts strenge antiwitwasregels, om te voorkomen dat drugsgeld in de legale economie wordt gebracht. „Kortom, je kunt niet zomaar een stukje van ons systeem overnemen. Het is alles of niets.”

Lees ook: Hoe een kroongetuige tegen de maffia in actie kwam

Verdienmodel maffiaorganisaties

De vraag dringt zich op of de Nederlandse misdaadgeschiedenis en -cultuur wel te vergelijken valt met de Italiaanse. Italiaanse en Nederlandse wetenschappers zien alvast veel verschillen. Legale bedrijven binnendringen en overheidsfunctionarissen beïnvloeden met het doel aanbestedingen binnen te halen, vormt een groot deel van het verdienmodel van Italiaanse maffiaorganisaties, zegt docent en onderzoeker Laura Peters. Zij bestudeert voor het WODC de Italiaanse aanpak. „Dat model zie je in Nederland niet op die schaal.” Het pakket aan Italiaanse antimaffiamaatregelen is ontworpen vanuit de Italiaanse geschiedenis van de maffia, zegt Peters: „Het zijn heel specifieke regels en voorschriften, gericht op de Italiaanse misdaadcultuur.”

„Als je met de Italiaanse bril naar de Nederlandse misdaad kijkt, dan beantwoordden alleen sommige, inmiddels verboden criminele motorclubs aan de maffiadefinitie”, zegt Toine Spapens, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg. Edward Kleemans, hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit, wijst erop dat het strafrecht in Nederland al decennialang sterk is geïndividualiseerd, waardoor politie en justitie onderzoeken starten naar individuen, en minder naar groepen: „Het Italiaanse systeem zou een hervorming betekenen van ons hele systeem.”

Grote drugsbendes bestrijd je niet zo

Alessandra Dolci hoofd Openbaar Ministerie Milaan

Daarbij is maar de vraag of gerichte antimaffiawetgeving wel effectief is voor de Nederlandse problemen, zegt de Italiaanse hoogleraar criminologie Letizia Paoli van de KU Leuven. „Paradoxaal genoeg is het veel moeilijker de criminele problemen in Nederland aan te pakken dan in Italië. Als je de maffia wil aanpakken, weet je achter wie je aan moet gaan: het betreft duidelijke, goed afgelijnde misdaadorganisaties. In Nederland arresteer je het kopstuk van een drugsbende en een week later staan er twee nieuwe criminelen klaar.”

Ook bronnen in de Nederlandse opsporing staan niet per se te springen om een heel nieuwe wet. Wetgeving en bevoegdheden zien zij hier niet zozeer als het probleem, ook omdat het verdienmodel van Nederlandse misdaadgroepen zich minder vaak dan in Italië zou richten op de bovenwereld. Gerichte maatregelen zouden eerder helpen, zoals rechercheteams uitbreiden of de strafmaat verhogen.

Volgens Max den Blanken, strafrechtadvocaat gespecialiseerd in georganiseerde criminaliteit, worden Nederlandse misdaadstructuren onterecht weggezet als piramides. „Alsof het zou gaan om een klassieke maffiastructuur met luitenants en daaronder de uitvoerders. In de praktijk is er van zulke strakke organisaties geen sprake. Het zijn criminelen die als zzp’ers per project elke keer een samenwerking zoeken. Dit zijn fluïde netwerken.”

Den Blanken vindt speciale maffiawetgeving een oplossing voor een probleem dat volgens hem hier niet bestaat. „De Nederlandse wet biedt voldoende ruimte, iedere criminele groepering valt daar al onder. Artikel 416 bis invoeren heeft voor de Nederlandse situatie meer nadelen dan voordelen. Door de strafbaarstelling verder te verruimen, worden ondersteunende beroepen als notarissen en makelaars extra kwetsbaar.”

Nederlandse drugsbendes

Ook Alessandra Dolci, hoofd van het Openbaar Ministerie in Milaan dat specifiek de maffia bestrijdt, vindt het Italiaanse maffiapakket niet van toepassing op de Nederlandse situatie. „In Nederland zijn drugsbendes het probleem. Hoewel die ook zwaar geweld gebruiken, gebeurt dit tegen een heel andere achtergrond dan in Italië.” Italiaanse maffiaorganisaties proberen controle te krijgen over normale economische activiteiten en in het politieke leven te infiltreren, en daarvoor is artikel 416 bis bedoeld, zegt Dolci. „Dat verschilt fundamenteel van andere vormen van criminaliteit.”

Een spijtoptant van de Calabrese ’Ndrangheta vertelde Dolci dat de top van zijn organisatie zich niet inliet met drugs. Mensen die gelieerd waren aan de organisatie deden dat wel, en zo vloeide een deel van de drugsopbrengst naar de organisatie. „Iedereen heeft een specifieke taak”, zegt Dolci. „De een doet in drugs, de ander houdt contact met zakenlui, en nog iemand anders moet politici te vriend houden.” Het is een complexe taakverdeling, zegt ze, en die vereist een specifieke antimaffiawet. Die ook buiten Italië toepassen, kan volgens haar nuttig zijn om tot in het buitenland vertakte Italiaanse maffiaorganisaties te vervolgen, of criminele groeperingen die met hen samenwerken. „Maar grote drugsbendes bestrijd je niet zo.”

De politie valt een huis binnen, in een operatie die bedoeld is om de Casamonica familie te treffen.

EPA

Toch wordt die antimaffiawet in Italië inmiddels ook ingezet om georganiseerde misdaadgroepen te vervolgen die wel degelijk lijken op Nederlandse beroepscriminelen. Eén voorbeeld is de Sinti-familie Casamonica, maar ook Nigeriaanse en Albanese criminele groeperingen zonder banden met traditionele maffia’s zijn op basis van 416 bis vervolgd.

Antimaffiapolitiechef Maurizio Vallone ziet niet waarom je Nederlandse drugsbendes níét als maffiosi zou kunnen beschouwen. „Ze controleren de haven, intimideren douaniers en hun familie, en schieten verklikkers dood: kortom, ze vormen in élk opzicht een maffiabende.” Veeg een debat over de mogelijke invoering van een antimaffiawet in Nederland niet al te makkelijk van tafel, waarschuwt hij.

Want zelfs in Noord-Italië hoorde je jarenlang dat de maffia daar helemaal niet zou bestaan. En dat gold ook voor Rome. „Lange tijd waanden de Casamonica’s zich onaantastbaar”, zegt misdaadjournaliste Floriana Bulfon, die de clan al jarenlang volgt. Belandde één lid achter de tralies, dan ging een zus of neef het geld wel innen. „Daardoor loonde het niet om naar de politie te gaan, zo dachten de slachtoffers van hun afpersingspraktijken.” Dat veranderde dus vorig jaar met de veroordeling wegens 416 bis.

Ze controleren de haven, intimideren douaniers en hun familie, en schieten verklikkers dood: ze vormen in élk opzicht een maffiabende

Maurizio Vallone antimaffiapolitiechef

Niemand kan ontkennen dat de Siciliaanse maffia Cosa Nostra de voorbije twintig jaar sterk is verzwakt. „Maar in welke mate we dat aan 416 bis danken, weten we eigenlijk niet”, zegt criminoloog Paoli van de KU Leuven. „Ook de felle maatschappelijke reactie in Italië tegen de maffia speelde een rol”, zegt Paoli, „want zo raakte de georganiseerde misdaad zijn sociale legitimering kwijt.”

Wil je in Nederland ook hervormen, dan is het zaak om eerst grondig de situatie van de Nederlandse misdaad in kaart te brengen, zegt docent en onderzoeker Laura Peters. „Italiaanse wetgeving zomaar copy-pasten kan niet.”

Voor welke misdaadgroepen is het Nederlandse strafrecht nu ontoereikend? Welke kenmerken van de Nederlandse georganiseerde misdaad doen denken aan maffia? „Pas als je zulke antwoorden hebt, weet je waaraan een succesvolle Nederlandse antimaffiawet moet voldoen. Over dat debat hebben ze in Italië decennia gedaan. Met het Italiaanse voorbeeld in de hand kunnen wij dat wellicht sneller.”