Recensie

Recensie Theater

Wat als twee trapezewerkers hoog in de nok ruzie krijgen?

Komedie In de komedie ‘Trapeze’ spelen Peter Blok en Bas Hoeflaak twee trapezewerkers die in de nok van het circus met elkaar in conflict komen. De grappen in de show halen die hoogte niet.

Bas Hoeflaak en Peter Blok als twee trapezewerkers, die in de nok van de piste ruzie krijgen.
Bas Hoeflaak en Peter Blok als twee trapezewerkers, die in de nok van de piste ruzie krijgen. Foto Annemieke van der Togt

De komedie is het lelijke eendje van de Nederlandse theatersector, dus als zich er een aandient, zoals Trapeze, dan is dat een heugelijk feit. Zeker als die afkomstig is van auteurs Kees Prins en Roel Bloemen, die eerder de tekst van het geprezen Een man een man schreven, met Prins en Pierre Bokma in de hoofdrollen van ruziënde collega’s tijdens een etentje.

Ruziënde collega’s vormen opnieuw het uitgangspunt. Dit keer spelen acteur Peter Blok en comedian Bas Hoeflaak twee trapezewerkers, die in de nok van de piste, voor ze hun act gaan uitvoeren, met elkaar in conflict komen. De twee bevinden zich op een houten vlonder, voor circustentdoek, die door de matige belichting tevergeefs de illusie van hoogte wekt.

De running gag is dat hun trapeze-act steeds wordt uitgesteld door het nieuwe „meisje van de planning”. Contact is er via de telefoon die Bert (Hoeflaak) tot ontsteltenis van Henry (Blok) bij zich heeft. Henry verzet zich tegen elke verplaatsing in het programma, zich onder meer beroepend op de „oude circuswet” dat je nooit na de olifanten moet optreden. Want iedereen kijkt dan naar het werk van de poepscheppers in de piste.

Gevaarlijk werk

Henry is een oude mopperaar, een nostalgicus, die graag opgeeft van een glansrijk verleden, van hemzelf en zijn opa en opa’s opa, ook circusartiesten. Bert is de inschikkelijke, jongere collega, die worstelt met de opdracht van zijn nieuwe vriendin om Henry te zeggen dat hij ophoudt met dit gevaarlijke werk. Zowel het voortdurende oponthoud beneden hen als het glorierijke circusverleden zijn goed voor een serie melige, voorspelbare grapjes, waarin de lekke band van de eenwieler nog de leukste is.

Er rust geen zegen op het geouwehoer van de twee. Het spel van Blok mist de latente gekte en absurditeit om een komisch schurende knorrepot te worden. In de regie van de Prins valt ook op dat beide acteurs niet elke grap even goed weten te plaatsen. Waarbij de tekst de zwakste schakel in het geheel is: de mannen wekken sympathie noch medeleven. Henry’s xenofobie (Oostblokkers zijn dieven) en misogynie (alle vrouwen gaan vreemd in zijn verhalen) maakt het er niet leuker op.

Pas als Bert zijn bekentenis doet, vlak nadat Henry een opvliegende kant van zichzelf toont en vertelt wat hij deed nadat zijn vorige partner hem verliet, ontstaat er enige spanning en oprechte tragiek. Dan krijgt het idee dat de twee mannen hoog in de nok staan ook betekenis. Maar dat aardige einde trekt deze komedie niet alsnog over de streep. Het is alleen maar prettig dat Trapeze het met zeventig minuten kort en bondig houdt.