Topambtenaar EZK: Ook financiële argumenten nodig voor stoppen gaswinning

Sandor Gaastra in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens een openbaar verhoor van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.
Sandor Gaastra in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens een openbaar verhoor van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Ramon van Flymen/ANP

Na de beving van Zeerijp in 2018, met een kracht van 3,4 een van de zwaardere in de regio, kwam het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) met het advies om de gaswinning zo snel mogelijk te verlagen. Maar voor het eerst schreef de toezichthouder daarbij dat hij verwachtte dat in de toekomst de gaswinning naar nul moest worden afgebouwd, want alleen dan zou het veilig zijn in Groningen. „Dat was een game changer”, zei Sandor Gaastra, topambtenaar van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat woensdag tegen de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag.

„Voor het eerst werd met gezag gezegd: je kunt maar beter naar nul gaan”, zei Gaastra. Dat leidde ertoe dat hij met zijn minister, Eric Wiebes (VVD), kort na dat advies om tafel ging om scenario’s te berekenen voor een einde aan de Groningse gaswinning. „We moesten het eerst en vooral doen vanwege de veiligheid van de Groningers.”

Een paar maanden later, op 29 maart 2018, besluit het kabinet om de gaswinning in Groningen voor 2030 te stoppen. Maar om tot dat besluit te komen in de ministerraad was het veiligheidsargument niet genoeg. „De minister zocht naar argumenten om zijn collega’s te overtuigen”, zei Gaastra. Voor heel veel andere ministeries had stoppen met de gaswinning „financiële complicaties”. Daarom moest de minister „ook een verhaal hebben over de financiën” en kwam het ministerie van EZK met berekeningen over de vermindering aan schade- en versterkingskosten bij een gesloten Groninger gasveld.

Dus om politiek draagvlak te krijgen was het van belang om te laten zien tot welke financiële besparing het dichtdraaien van de gaskraan leidde voor de versterkingsoperatie, vroeg voorzitter Tom van der Lee (GroenLinks). „Ja”, antwoordde Gaastra.

Overheid ‘niet zo gepokt en gemazeld’
In zijn jaren als topambtenaar bij EZK op het dossier Groningen (2016 - 2022) moest Gaastra vaak onderhandelen met de NAM en haar moederbedrijven Shell en ExxonMobil. „Onderhandelen is voor de oliemaatschappijen dagelijkse kost. Zij doen dat iedere dag en ieder uur”, zei Gaastra. „Dat is voor de Staat niet zo.” De Staat had volgens hem in de onderhandelingen met de oliebedrijven „altijd een ervaringsachterstand”. Het was „een nadeel om niet zo gepokt en gemazeld te zijn”, aldus Gaastra.

Toch heeft de Staat één belangrijke troef in handen bij onderhandelingen met de commerciële bedrijven, merkte Gaastra. „De overheid kan een eenzijdig besluit nemen, door bijvoorbeeld de wet te veranderen. Dat is een instrument dat je als dreiging kunt gebruiken als onderhandelingen dreigen vast te lopen.”

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Topambtenaar Financiën: niet moeilijk doen over kosten schade en versterken