Oud-ministers Henk Kamp, Jeroen Dijsselbloem en Hans de Boer van VNO-NCW nemen een rapport in ontvangst van Jeroen Kremers.

Foto Bart Maat

Interview

‘Toezicht op advocatuur wordt zo een wassen neus’

Jeroen Kremers Donderdag spreekt de Tweede Kamer over een door minister Weerwind voorgestelde hervorming van de controle op de advocatuur. Oud-toezichthouder Jeroen Kremers vreest voor de onafhankelijkheid daarvan, „een recept voor slecht toezicht”.

Jeroen Kremers is duidelijk in zijn oordeel. „Ik kan er niet heel positief over zijn”, zegt het voormalig Kroonlid van het College van Toezicht op de advocatuur over de langverwachte hervorming van de controle op de advocatuur. Die werd vorige week gepresenteerd door minister Weerwind (Rechtsbescherming, D66).

Kremers, die als hoge ambtenaar betrokken was bij de modernisering van het toezicht op de financiële sector, ziet de hervormingsplannen met lede ogen aan. Twee weken geleden stapte hij daarom vroegtijdig uit het driekoppige College van Toezicht op de advocatuur. In zijn ontslagbrief aan minister Weerwind uitte hij zijn onvrede over het gebrek aan onafhankelijkheid in het toezicht op de advocatuur.

In plaats van elf regionale toezichthouders – zogeheten dekens – komt er één landelijk toezichthouder die verantwoordelijk wordt voor het toezicht op ’s lands ruim 18.000 advocaten, blijkt uit de hervormingsplannen. Zo’n toezichthouder zou beter zijn toegerust om schandalen zoals de fraude bij landsadvocaat Pels Rijcken en de zaak rond de neef van Ridouan Taghi, tevens diens advocaat, het hoofd te bieden.

De minister houdt de zelfregulering van de advocatuur volledig in stand. De toezichthouder wordt een onderdeel van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) die tevens de drie leden van de nieuwe toezichthouder – allen advocaat – voordraagt. De nieuwe toezichthouders komen in dienst van de NOvA. En zoals de NOvA bepleitte, verdwijnt het College van Toezicht op de advocatuur dat momenteel het functioneren van het advocatentoezicht controleert. In plaats daarvan belooft de minister een door de NOvA betaalde „blik van buiten” door niet-advocaten. Zij zullen opereren in een nader te bepalen organisatievorm en zorgen voor „een permanente gezondheidscheck op het toezicht”, aldus de minister

Lees hier Hoe de tuchtrechter Pels Rijcken berispt

Worden uw zorgen over die gebrekkige onafhankelijkheid niet weggenomen met het plan voor een nieuwe landelijke toezichthouder?

„Nee totaal niet. Er zitten grote problemen aan wat de minister voorstelt. Zo wordt de nieuwe landelijk toezichthouder binnen de NOvA gepositioneerd, wat ten principale verkeerd is. De NOvA is nu belangenbehartiger van de advocatuur als beroepsgroep én regelgever uit hoofde van de wet. Die combinatie is al fout. Als daaraan straks ook nog het wettelijk toezicht wordt toegevoegd, is dat dubbel fout.

In de financiële sector bestaat de Nederlandse Vereniging van Banken voor de belangenbehartiging, de wetgever voor de regels en de Nederlandsche Bank voor het toezicht. Hier komen die drie pijlers allemaal bij de beroepsgroep, binnen de NOvA te liggen. Dat is naar mijn weten niet eerder vertoond.”

De advocatuur is het bankwezen niet. Vanwege de bijzondere rol van de advocatuur in de rechtsstaat, waar advocaten het ook tegen de overheid opnemen, wil de minister overheidsbemoeienis vermijden.

„Ik zie die bijzondere positie van de advocatuur in de rechtsstaat ook. Juist daarom vind ik dat die beroepsgroep rechtstatelijk een toezichtstructuur verdient die tiptop in orde is. Natuurlijk moet het toezicht op een manier georganiseerd zijn zodat de overheid geen invloed kan uitoefenen. Dat kan echter prima door die toezichthouder te organiseren als zelfstandig bestuursorgaan dat niet in de belangenorganisatie is ingekapseld en waar de minister geen enkele invloed op heeft. Het rechtstatelijke argument wordt dus misbruikt voor de lobby voor dit problematische toezichtsysteem.”

Wat voor kwaad kan dat nieuwe systeem?

„Het is een recept voor slecht toezicht. Belangenbehartiging dient, terecht, het belang van een specifieke groep. Regelgeving en toezicht moeten het algemeen belang dienen. Dat is wezenlijk verschillend en dien je uit elkaar te houden. In bijvoorbeeld Duitsland en het Verenigd Koninkrijk – bepaald geen bananenrepublieken – zijn belangenbehartiging enerzijds en regelgeving en toezicht anderzijds strikt gescheiden. Als dit plan doorgaat, komt het volgende schandaal in de advocatuur voor rekening van de minister.”

Waarom spreekt u zich hier zo krachtig over uit?

„Die vraag beantwoord ik graag met een citaat van Hans van Mierlo: ‘Politiek, daar wil ik iets eerlijks en opens van maken.’ Daarmee wordt bedoeld: niet in de achterkamertjes. Dit voorstel van minister Weerwind is tot stand gekomen in de achterkamertjes tussen de NOvA en het ministerie van Justitie. Dat is de advocatuur en de rechtsstaat onwaardig.”

Doelt u op de onthulling van Follow the Money deze zomer dat de NOvA een hoge medewerker bij het ministerie had gedetacheerd om aan het nieuwe toezichtmodel te werken?

„De penvoerder van de minister is inderdaad een door de NOvA gedetacheerde medewerker geweest. Dat is niet lobby van buiten, maar lobby van binnen. Daar komt bij dat twee jaar geleden in opdracht van de toenmalige minister door onderzoeksbureau Pro Facto een doorwrochte evaluatie is gemaakt van het toezicht op de advocatuur, inclusief aanbevelingen om de onafhankelijkheid te verstevigen. Nu doet Weerwind zonder enige onderbouwing alsof die evaluatie nooit heeft plaatsgevonden.”

De belangrijkste reden voor een landelijk toezichthouder is dat die beter dan elf lokale dekens in staat is om toezicht op grote advocatenkantoren te houden, de naleving van antiwitwaswetgeving te controleren en ondermijning tegen te gaan. Bent u er evenmin gerust op dat dit gaat lukken?

„Ik weet zeker van niet. U noemt een aantal terreinen waar echt geprofessionaliseerd moet worden. Daar zijn middelen voor nodig, onafhankelijke ruimte en een professionele context met goede mensen. De middelen van de nieuwe toezichthouder komen van de NOvA en het is zeer de vraag of die adequaat zullen zijn. De ruimte is er niet want die toezichthouder is ingekapseld. En goede mensen gaan liever bij een serieuze, onafhankelijke toezichthouder zoals De Nederlandsche Bank of Autoriteit Consument en Markt werken. Natuurlijk zegt de minister dat de nieuwe toezichthouder onafhankelijk moet zijn, maar als je die niet buiten de NOvA organiseert is dat een wassen neus.”