Opinie

Verstening van Rotterdam zal ons door komende generaties zwaar worden aangerekend

Door het volbouwen van Rotterdam is het gevaar dat er een eenzijdige stad ontstaat, bevolkt door kortwonende expats, studenten, jonge stellen en mensen die niet kunnen vluchten naar groenere plekken, betoogt .

Illustratie Stella Smienk

Er waart een spook door stedenbouwkundig Nederland. Dat spook heet ‘stedelijke verdichting’. Vooral in Rotterdam oefent dit fenomeen krachtig invloed uit op bestuurders, ontwikkelaars en hun architecten.

Men zoekt naarstig, bijna fanatiek, naar open plekken in de stad waar nog een nieuw gebouw kan komen. Meestal ook in de hoogte, zich niet bekommerend om de negatieve effecten op de directe omgeving. Zoals windhoeken, naargeestige plinten, slagschaduwen en nog zo wat. Een van de vragen is of onze kinderen en ouderen graag in deze milieus willen leven. De statistieken van vertrek en korte woonduur lijken dit te bevestigen.

Deze verdichting en verstening worden beargumenteerd met een beroep op de grote woningvraag. De vervolgvraag is echter: willen wij dit type inhumane woonmilieus massaal tot stand laten komen?

Verdichting en verhoging zijn niet alleen kostbaar, ze verwoesten ook ons stedelijk landschap, dat traditioneel bestaat uit een door parken en groene zones gevarieerd milieu.

Veel wetenschappers waarschuwen ons het grote belang te onderkennen van (koele) groene ruimten in onze steden, om zo de hitte op te vangen en waterafvoer goed te reguleren. Juist de afgelopen hete zomerperiode heeft ons nog eens met onze neus op dit feit gedrukt. Bovendien zijn parken en plantsoenen van grote betekenis voor kinderen en ouderen; die willen we graag behouden als stadsbewoners.

Het gevaar is dat er eenzijdige steden ontstaan, bevolkt door kortwonende expats, studenten, jonge stellen en mensen die niet kunnen vluchten naar groenere oorden. Is dat de stad van de toekomst? De grote woningvraag is de heilige graal voor deze verdichting en verstening. Maar is deze graal wel zo heilig?

Wij hebben twee keer eerder een diepe crisis in de volkshuisvesting meegemaakt: begin jaren tachtig en in het eerste decennium van deze eeuw. Dit leidde tot onverkoopbare woningen en tal van onverhuurbare woningen.

Ik speel niet graag de profeet, maar mij zal het niet verbazen dat wij voor een zelfde situatie komen te staan.

Neem de klimaatwaarschuwingen echt serieus, lap ze niet aan je laars om het woningbestand maar zo groot mogelijk te maken door alle mogelijke open plekken in de stad te verstenen en te bebouwen.

Doe wat onze voorgangers in de vorige eeuw ook deden: bescherm of maak open ruimten met een aangename groene inrichting.

Schep prettige plekken voor de mensen bij hitte, wees prudent met hoogbouw (middelhoog is het meest aangenaam).

En maak nieuwe gebieden geschikt voor moderne en mooie woningbouw – er is nog zoveel ruimte buiten het stedelijk gebied. Toon het échte vak stedenbouwkunde, dat niet wordt beheerst door architectonisch narcistische invullingen van zoveel mogelijk kostbare open ruimten in het stedelijk gebied. De stad heeft parken en plantsoenen hard nodig.

Zoals niet kon uitblijven lijkt er een eind te komen aan de absurde praktijk van fors overbieden

Wonen is een eerste levensbehoefte, zelfs opgenomen in de Grondwet. Maar er moet ook geleerd worden uit de twee periodes van malaise op de woningmarkt die ik eerder aanhaalde. Onvermijdelijk lijkt er nu een eind te komen aan de absurde praktijk van het fors overbieden op de vraagprijs om een woning te bemachtigen. De makelaarsvereniging Makelaarsland signaleert dat er weer afgedongen wordt op de vraagprijs. Dat is mogelijk het begin van het eind.

En wat komt er daarna? Opnieuw een kopersvlucht? Uit vrees voor rentestijging, inflatie en een mogelijk achterliggende recessie?

De moraal van het verhaal: projectontwikkelaars moeten niet rekenen op de grote verdiensten waaraan zij vrijwel verslaafd zijn geraakt. En woningbouwcorporaties moeten hun traditionele functie oppakken: het bouwen van goede en betaalbare woningen voor alleenstaanden en gezinnen met een bescheiden beurs.

Want dáár heerst de woningnood. Kies hiervoor een prettige bouwvorm (middelhoog en niet reikend naar de hemel), in een aangename omgeving met goede voorzieningen en veel meer groen. Dat is nodig om de stedelijke hittestress op te vangen, water af te voeren én de mensen verkoeling te bieden. Maar ook omdat het aangenaam is voor de bewoners: sporters, wandelaars, kinderen, natuurgenieters en mijmeraars onder de bomen.

Dus, niet zoveel mogelijk ruimte in de stad verdichten, verhogen en verstenen. Die fout zal ons door komende generaties zwaar worden aangerekend.

Henk Licher is stedenbouwkundige en cultuurwetenschapper